CONCERT: PHILIP GLASS PIANO SOLO

Glass opnieuw in België

Componist Philip Glass was afgelopen week voor het eerst in meer dan vijf jaar terug in België. Toen het Philip Glass Ensemble twee jaar geleden nog te gast was in Brussel voor een concert van onder andere muziek van Glass, Pärt en Copeland, was Glass er zelf niet bij. Dit keer dus wel en meer nog: hij kwam alleen, met zijn muziek en een piano.

Glass is een buitenbeentje in de hedendaagse klassieke muziek én in de wereld van de filmmuziek. De 'serieuze' vakpers weet eigenlijk nog steeds niet goed wat ze met Glass moeten aanvangen: is zijn mysterieuze, soms kinderlijk eenvoudige, repititieve muziek nu eigenlijk Kunst met een grote K of is het niet meer dan veel onzin met een grote O? Het oeuvre van Glass doet vermoeden dat dit laatste waarschijnlijk allerminst het geval is.

Glass is al sinds de jaren zestig actief, en sinds hij samen met Steve Reich in de voetsporen stapte van minimalistische componisten zoals La Monte Young en Terry Riley, heeft hij een omvangrijk werk opgebouwd van verschillende synergetische muziekgenres die het woord multimedia al in de praktijk brachten nog voor het was uitgevonden. Minimalisme is deze eeuw een belangrijke trend in de muziek geweest. In filmmuziek hebben componisten als Bernard Herrmann, Ennio Morricone, Richard Robbins, Danny Elfman, Michael Gibbs en Elliot Goldenthal scores geschreven gebaseerd op de principes die door Reich en Glass werden uitgewerkt en zelfs John Williams refereert in zijn score voor de nieuwe Star Wars-film, The Phantom Menace, naar Glass' stijl met het Powaqqatsi-achtige Augie's Great Municipal Band-nummer.

Als filmmuziekcomponist werkte Glass zich in de belangstelling met zijn score voor Godfrey Reggio's meesterlijke documentaire Koyaanisqatsi. De hallucinante film die zonder woorden maar met een hypnotische collage van beelden en muziek het verhaal van de langzame ondergang van de mensheid vertelt, is één van de grote filmische hoogstandjes van het laatste kwartaal van de twintigste eeuw. Koyaanisqatsi is het eerste deel van een trilogie, waarvan het tweede deel, Powaqqatsi, in 1988 werd uitgebracht en waarvan zowel de film als de (commerciëler en daardoor toegankelijker) muziek van Glass door de kritiek vrij negatief werden ontvangen. Het derde deel van de reeks, Noyaqqatsi, is aangekondigd voor 1999, maar Glass vertelde ons na het concert dat hij nog geen noot muziek voor de film geschreven heeft; bij zijn weten was de film zelfs nog niet gedraaid bij gebrek aan geld. Glass heeft onlangs wel samen met Reggio gewerkt aan Evidence, een kortfilm waarin kinderen worden geobserveerd die naar tv kijken.

Buiten zijn samenwerking met Reggio componeerde Glass ook muziek voor de eerste twee films uit de horrorreeks Candyman, voor het biografische drama Mishima en voor de geruchtmakende documentaire The Thin Blue Line (die ervoor zorgde dat een onschuldig ter dood veroordeelde werd vrijgelaten). De afgelopen jaren stond hij vooral in de kijker dank zij zijn prachtige muziek voor The Secret Agent, Martin Scorsese's Kundun en zijn bijdrage voor (en cameo in) The Truman Show (waarvoor hoofdzakelijk muziek uit eerdere scores van Glass werd gebruikt).

In het concert waarmee hij momenteel door Europa trekt en waarmee hij afgelopen week Vlaanderen aandeed, brengt hij een avondvullend overzicht van zijn muzikale carrière aan de hand van solo-piano uitvoeringen van fragmenten uit enkele van zijn bekendste werken (uit onder andere Einstein on the Beach en The Thin Blue Line) aangevuld met nieuwer werk. Zo werkt hij momenteel aan een reeks van 16 etudes voor piano naar aanleiding van het jaar 2000. Daarvan bracht Glass in de vorm van een suite de eerste zes. Glass is een flegmatiek spreker die op een persoonlijke manier zijn muziek inleidt; zijn New Yorks accent en zijn stoïcijnse blik geven hem een exentrieke zwier, maar zodra hij de microfoon aan de kant schuift en zijn vingers op de toetsen van zijn piano zet, laat hij de zaal baden in een sfeer die trance en bezwering oproept. Het repititieve element van de muziek werkt hypnotizerend en neemt het publiek mee naar een andere wereld: in elk ander muzikaal werk zou de herhaling van dezelfde triool voor meer dan twee minuten zonder enige variatie als saai worden ervaren; bij Glass versterkt het de intensiteit van zijn muziek.

Glass weet met drukke akkoordprogressies een onwerkelijk gevoel van rust en warmte te creëren, muziek die vraagt om zelfreflexie en meditatie. Bij een concert van Glass kun je dan ook moeilijk zeggen dat er een groepsgevoel gecreëerd wordt: het publiek verwordt tot honderden kleine individuele eilanden van gedachten, die alleen maar uit hun mijmeringen worden gebracht wanneer Glass zijn muziek laat ophouden en even recht gaat staan om het applaus in ontvangst te nemen. Behalve de zes etudes, maakten ook de vier Metamorphosen, het voor de Dalai Lama geschreven Mad Rush (een werk dat oorspronkelijk voor orgel was bedoeld en als voorloper gold voor Glass' muziek voor Kundun) en zijn muziek voor het toneelstuk The Screens een grote indruk op het publiek.

Glass was in goede vorm: zijn pianospel was in het begin van de avond wat houterig, soms aarzelend met hier en daar zelfs een fout, maar naarmate het concert verder ging en de reacties van het publiek steeds enthousiaster werden, werd ook zijn spel zekerder en gedurfder. Glass speelde uiteindelijk een half uur langer dan gepland en dat werd hem door het publiek in dank afgenomen. Voor wie er niet kon bij zijn, brengt Sony Classical later dit jaar een 10-cd box uit met daarop een overzicht van het hele oeuvre van Glass, waarin zowel zijn filmmuziek als zijn andere muziek uitvoerig aan bod zullen komen.