INTERVIEW RICK BAKER

Gorilla-god

Foto: Jo Anseeuw
Mighty Joe Young is dan misschien niet de meest geslaagde remake van het jaar, special effects liefhebbers kunnen er wel hun hartje ophalen. Buiten enkele CGI-gorilla's en een beeldschone Charlize Theron wordt het scherm immers gedomineerd door een ultra-realistische gorilla. Make-up legende Rick Baker maakt met Mighty Joe Young een levensdroom waar door de meest realistische nep-gorilla ooit naar het grote scherm te brengen. Wij door de man zelf op het 16e Internationaal Festival van de Fantastische Film van Brussel onder vier ogen te mogen interviewen.

In de spciale effecten wereld lopen een aantal levende legendes rond die zelfs door de meeste gehaaide filmliefhebbers niet zouden herkend worden. En Rick Baker is daar één van. Make-up liefhebbers gooien zich echter in volle adoratie neer aan zijn voeten, want zij beseffen maar al te goed dat hij samen met make-up peetvader Dick Smith (The Exorcist) één van de grootste levende make-up legendes is. Zelf is hij de inspiratiebron geweest voor menig nieuw artiest (zoals de in het interview vaak aangehaalde Rob - The Thing - Bottin), en is met zijn vijf oscars één van de meest gelauwerde mensen in de filmwereld. Hij kreeg de fel begeerde beeldjes voor An American Werewolf in London, Harry and the Hendersons, Ed Wood, The Nutty Professor en Men in Black.

Wanneer Rick Baker die dag de persconferentie binnenwandelt, en ik hem enkele uren later alleen voor mij heb zitten in een sjieke hotelkamer in het Brusselse Sheraton Hotel besef ik maar al te goed dat dit één van die momenten is om nooit te vergeten. Het is meteen ook een unieke kans om bijvoorbeeld iets te weten te komen over één van die legendarische projecten die het grote scherm nooit gehaald hebben: Night Skies van Steven Spielberg. En vermits we maar al te goed beseffen dat dit bij hem pijnlijke herinneringen zal oproepen, besluiten we maar meteen om het ijs te breken en de Academy Awards uitreiking even ter sprake te brengen die enkele dagen tevoren had plaats gevonden en waarvoor Rick Baker met zijn Mighty Joe Young was genomineerd. Met wat pech was het bij die ene vraag gebleven.

MOVIE: Afgelopen zondag verloor u de oscar-race.

RICK BAKER: Bedankt om mij daaraan te herinneren (lacht). Wel, ik heb reeds gewonnen en verloren, en winnen is beter (lacht). Maar ik vond het werk in What Dreams May Come zeer goed. Ik was zeer onder de indruk van het visuele werk met zaken die je nog nooit eerder gezien had. Ik vond het dus niet zo erg om daar tegen te verliezen. Maar ik ben trots op mijn werk. En het is zoals ze zeggen: het is een eer om genomineerd te zijn. Deze keer was ik genomineerd in een andere categorie dan normaal (visuele effceten in plaats van make-up, nvdr), en je wordt gekozen door je collega's, de andere fx-mensen. Er waren dit jaar heel wat goede effectenfilmsm, en de meesten daarvan hebben de top drie niet gehaald. Ik nu wel, en daar was ik zeer trots op. Maar ik was blijer geweest indien ik een ander beeldje had gehad om op de schouw te zetten. Dan had ik een mooi symmetriscch aantal, zes zou goed geweest zijn.

MOVIE: The Academy houdt blijkbaar van uw werkmethodes.

RICK BAKER: (lacht)

MOVIE: U was genomineerd voor Harry and the Hendersons, maar men wilde uw werk eerst niet aanvaarden als make-up omdat er mechanische hulpstukken werden gebruikt? (Hij zou uiteindelijk toch de oscar binnenrijven, nvdr)

RICK BAKER: Ja, het is wel grappig. De make-up gilde is nu niet bepaald een bondgenoot geweest van mij, noch van Dick Smith noch van iemand van de top-mensen, en ik denk vooral dat het met jaloezie heeft te maken. We zijn beter dan hen, kunnen dingen doen die zij niet kunnen doen, krijgen meer geld en meer aandacht. Maar ze zijn daarop verbeterd. Ze aanvaarden mij eindelijk als een make-up artiest, ze waren daartoe een beetje verplicht door de reacties van de mensen. Maar ja, ik doe dingen waarvan ik denk dat ze het best zijn voor de film, het heeft niets te maken met wat de make-up gilde denkt wat make-up is of niet. Als ik denk dat het de beste aanpak is, dan doe ik het zo. En als ik daarom gediskwalificeerd wordt voor een make-up prijs, dan is dat jammer, maar ik blijf erbij dat het de beste manier was om de film te maken.

MOVIE: U hebt vijf oscars. Dennis Muren (de fx-goeroe van ILM, die met de nieuwe Star Wars film ongetwijfeld opnieuw in de prijzen zal vallen, nvdr) heeft er acht. En toch bent u enkel bekend bij een select groepje mensen, in tegenstelling met bijvoorbeeld een Tom Cruise. Is dat niet moeilijk voor u, Dennis Muren, en die anderen?

RICK BAKER: God zij dank ben ik geen Tom Cruise! Ik heb een soort selectieve bekendheid. Als ik bijvoorbeeld naar een sciencefictionconventie ga, dan word ik overrompeld. Ik zie dus hoe het is om beroemd te zijn. Het is heel leuk dat mensen je werk appreciëren, en dat ze weten wie je bent, maar het is ook leuk om zo over de straat te kunnen lopen, of in een restaurant te kunnen zitten zonder dat iedereen naar je eten zit te staren. Ik heb een glimps gezien van wat beroemdheid betekent, maar ik kan begrijpen dat mensen die die beroemdheid hebben er niet van houden. En ik begrijp ook wel waarom ze er van houden. Het is een beetje een dubbelsnijdend zwaard, maar ik denk dat ik een beetje in de beste situatie zit. Ik heb die prijzen, en ik wordt geapprecieerd voor wat ik doe. Er zijn zelfs mensen die mij aanbidden voor wat ik doe (lacht), maar ik kan ook op straat wandelen zonder overrompeld of herkend te worden. Toen ik de Thriller-video had gemaakt (waarin hij een kleine cameo had, nvdr) kon ik niet meer naar de bioscoop gaan zonder herkend te worden... En in Los Angeles toonden ze voor een film een documentaire over het maken van de gorilla's in Gorillas in the Mist, maar toen kon ik niet meer naar de film gaan zonder dat er iemand riep 'hey, daar is die apenkerel!'

MOVIE: De twee mensen die het meest invloed gehad hebben op de start van uw carrière zijn Bob Burns en Dick Smith. Hebben zij nog steeds een mentale invloed op u?

RICK BAKER: Dick is in mijn ogen God. Hij is volgens mij de meest indrukwekkende make-up artiest die ooit heeft bestaan. Hij zal voor mij altijd heel speciaal zijn. Bob leerde mij heel wat basistechnieken. Bob Burns is geen Dick Smith, maar hij is ook geen gewoon iemand, hij is een enorme filmfan en verzamelaar. Zijn eerste gorilla-pak inspireerde mij. Het zijn beiden heel speciale mensen. Ik ontmoette Bob toen ik dertien was, en ik woon dicht in zijn buurt en ook dicht bij de plaats waar hij vroeger woonde toen ik hem voor het eerst ontmoette. Wanneer ik met mijn fiets rondrij, krijg ik een heel eigenaardig nostaligisch gevoel wanneer ik daar voorbij rij. Als ik nadenk over wat die plaats voor mij betekende als dertienjarige...

MOVIE: Eén van de interessante zaken aan Dick Smith is dat hij u, en heel wat andere mensen, de geheimen van het vak leerde. U deed hetzelfde met Rob Bottin, Steve Johnson, Greg Cannom, Tony Gardner en nog heel wat anderen. Dick Smith was de eerste die dat deed, en nu doet u dat... Is dat een goede zaak?

RICK BAKER: Ik denk van wel. Er zijn zeker tijden geweest dat ik het me beklaagd heb, weet je, wanneer één van die kerels een opdracht kreeg waarvoor ik een moord had gedaan (lacht), maar ik ben daar ook wel heel trots op. Ik was zo een beetje de trotse vader wanneer ik mij realiseerde dat die kerel nooit dergelijke dingen gemaakt had vooraleer hij mij had ontmoet. Ik zie graag goed werk, en ik moedig graag talent aan. Wat die zaak betreft met Rob Bottin en mezelf... ik wilde een soort Dick Smith zijn, door ook mijn kennis door te geven. Maar daardoor maakte ik wel zelf mijn concurrenten. Greg Cannom bijvoorbeeld had een job in een amusementspark waar hij mensen uitnodigde voor een ritje op een ride, voor ik hem werk gaf in de make-up wereld. Rob Bottin was een dertienjarige jongen, een heel getalenteerde dertienjarige, maar hij had nog nooit make-up gemaakt. Steve Johnson ontmoette ik op een conventie in Texas, en hij had reeds interessante make-up gemaakt op zijn eentje, maar ik leerde hem veel. Hetzelfde geldt voor heel wat mensen die in mijn studio gepasseerd zijn. Ik ben trots dat ze allemaal een soort beschermeling waren van mij, maar het is wel eigenaardig omdat het ook vriendschappen kapot heeft gemaakt (lacht). Het is zeer moeilijk wanneer je allebei dezelfde opdracht probeert vast te krijgen.

MOVIE: Zijn er nog anderen die hun kennis doorgeven?

RICK BAKER: Dat is sterk veranderd. Dick was verantwoordelijk voor het vrijgeven van al die informatie, omwille van hem wilde ik dat ook doen. Er is een periode geweest waarin de make-up effecten een grote bloei kenden, waarbij we ook heel wat informatie uitwisselden. Maar zo is het nu niet meer. Stan Winston (Jurassic Park, The Terminator) zei nog tegen mij dat het uitwisselen van informatie nu niet meer kan omdat er veel te veel geld mee gemoeid is, het is big business. We ontwikkelen iets waar heel veel geld en tijd is ingekropen, zodat het nogal tricky is om dat dan aan onze concurrenten te geven. Het is wel jammer. Ik denk wel dat het door die uitwisseling van informatie was dat de make-up effecten zo'n groei hebben gekend, en waardoor er zoveel goed werk werd afgeleverd. Maar anderzijds wordt iedereen nu nog gedwongen om creatief te zijn en nieuwe oplossingen te vinden die er misschien niet zouden gekomen zijn indien iedereen alles had gedeeld.

MOVIE: Nu heb je gespecialiseerde fx-magazines zoals Cinefex. De informatieverspreiding is toch stukken beter dan vroeger?

RICK BAKER: Oh ja. Ik wou dat ik zoiets had gehad toen ik nog een kind was en probeerde uit te pluizen hoe het allemaal in elkaar zat. Maar ik heb wel gemengde gevoelens over het prijsgeven van alle geheimen. Ik begon er zo over te denken toen ik uit één van de Star Wars films kwam, de tweede of de derde, en ik een kleine jongen hoorde zeggen: 'Heb je die matte-lines gezien?' (lacht) en ik zei: 'Maar heb je gezien hoe cool de film was?' (lacht)

MOVIE: De magie is verdwenen.

RICK BAKER: Ja, er is iets wonderbaarlijks aan het niet weten hoe iets gedaan is.

MOVIE: U leidt nu zelf een groot bedrijf, en bent dus minder zelf bezig met make-up effecten.

RICK BAKER: Minder dan vroeger, ja. Soms verlang ik wel terug naar die dagen. Maar van de mensen die in dezelfde situatie zitten als ik ben ik nog steeds diegene die het meest hands-on werk doet. Ik bracht de make-up van The Nutty Professor aan, ik boetseer nog zaken. Ik werk ze niet per sé af, maar ik doe de initiële modellering. Ik maak ontwerpen op de computer. Ik ben nooit aan dit soort werk begonnen om een zakenman te worden, dat deel van de business trekt mij niet aan. Ik heb er jaren tegen gevochten. Anderzijds heb ik in mijn leven iets verwezenlijkt, een deel van mijn werk waar mijn ziel in zit, en daar was ik zeer tevreden mee. Ik heb gewacht met kinderen te hebben tot ik dat bereikt had. Want iets anders dat ik wilde was een vader zijn, en kinderen hebben, maar ik wilde een zekere hoeveelheid werk daarvoor gedaan hebben. Toen we ons eerste kind verwachtten, gaf ik het boetseren op. Daarvoor werkte ik dag en nacht. Gedurende de dag had ik een ploeg. Het was iets dat groeide, eerst had ik één assistent, en ik dacht 'hey, je moet denken voor die kerel.' En wanneer je een half dozijn mensen voor je hebt werken moet je voor een half dozijn mensen denken. En voor je het goed en wel beseft is de dag gedaan, en heb je niet aan je eigen werk kunnen verder werken. En pas daarna kon ik beginnen boetseren, en dan bleef ik werken tot ik niet meer wakker kon blijven. Het enige wat ik deed was werken. Ik wilde geen afwezige vader zijn, maar ik wou van het vaderschap genieten. Ik probeer dus 's avonds naar huis te gaan. Niet dat ik nooit meer 's nachts doorwerk, dat gebeurt nog vaak (lacht). Vooral toen mijn eerste dochter werd geboren probeerde ik naar huis te gaan op een redelijk uur.

MOVIE: Uw eerste oscar won u voor An American Werewolf in London. Het was meteen ook het eerste jaar dat de jaarlijkse oscar voor make-up werd uitgereikt. Maar u bent altijd blijven beweren dat u niet helemaal tevreden was met de film, omwille van de belichting etc... Is het niet jammer dat er niet meer geluisterd wordt naar u of naar de special effects mensen in het algemeen wanneer het belichting en montage betreft van speciale effecten? U bent toch de specialist, en niet de regisseur?

RICK BAKER: Wel, soms luisteren ze, maar uiteindelijk zijn zij de regisseurs, en is het hun visie. En dat heb ik leren aanvaarden. En ik heb geleerd dat ik over dergelijke zaken gelijk heb, of ongelijk heb. Mijn mening over dergelijke zaken is zeer gepassioneerd, net zoals bij de regisseurs zelf. Maar vaak hebben ze geen enkel idee hoe ze met de effecten moeten omspringen en doen ze een beroep op u. Ik heb vaak sequenties geregisseerd wanneer het mijn werk betrof, als een soort ghost-director. En daar ben ik tevreden mee... als ik faal zal het publiek het mij niet verwijten omdat ze het niet weten (lacht), en als het lukt, en de film succesvol is, zoveel te beter. Maar ik versta het, John Landis was de eerste die mij dit probeerde uit te leggen, en hij zei mij dat ik naar dit alles keek vanuit het standpunt van de make-up kerel, die kijkt wat beste is voor de make-up. Landis zei dat hij keek naar wat best was voor de film. We hadden beide verschillende gezichtspunten: hij keek naar de film in zijn geheel, ik naar een specifiek deel. Maar ik bleef erbij dat het beter was voor de film als mijn werk er zo goed mogelijk uitzag (lacht). En later gaf hij het toe, en had hij spijt dat hij de belichting niet iets donkerder had gemaakt. Maar ik denk dat het er nog redelijk goed uitziet.

MOVIE: U had nog een aantal andere teleurstellingen zoals King Kong, maar ik weet dat u daar liever niet over praat. Maar ik geloof dat Night Skies uw grootste ontgoocheling was. Wat is daar gebeurd?

RICK BAKER: Ik werkte aan Night Skies in dezelfde periode dat ik aan An American in London werkte, en Steven (Spielberg, nvdr) wist dat. Toen ik begon te werken aan An American Werewolf was er een staking van de acteursgilde, zodat we niet veel konden uitrichten. We wisten immers niet wie de rollen zouden krijgen, zodat we ook geen afgietsels konden maken van hun hoofd. Ik concentreerde mij dus volledig op Night Skies, en werkte daar dag en nacht aan, want er kwamen elf buitenaardse wezens in voor. Allemaal van hetzelfde ras, maar verschillende karakters, wat heel opwindend was. We waren ook bezig met baanbrekende technieken. Maar Steven Spielberg was toen Raiders of the Last Ark aan het draaien op een ander continent. Ik zond een video op met mijn eerste testen, en ze waren razend enthousiast, en ze zeiden dat Yoda hiermee vergeleken speelgoed leek. Toen Steven klaar was met Raiders kwam hij terug en zei: 'Oh weet je wat, we maken deze film niet.' Wat? 'Neen, ik heb beslist dat we deze film niet zullen maken. Ik ga een film maken, meer zoals een Disneyfilm, met een aardig buitenaards wezen.' En ik was er kapot van. Ik had maanden gewerkt aan die aliens waarvan dat ik dacht ze er ongelooflijk goed uitzagen. En hij werd pissed off omdat ik niet opgewonden was over deze nieuwe ontwikkelingen. Ik zei: 'Dit is niet goed. Ik deed al dit werk, en dit betekent dat ik helemaal opnieuw van nul mag beginnen, en ik heb die weervolven waarop ik mij nu op moet concentreren.' En hij werd kwaad. Ik kon niet geloven wat er gebeurd was, ik was geshockeerd. Wat mij nog meer shockeerde was hoe er over mij kwaadgesproken werd in Cinefantastique (één van de meest toonaangevende genretijdschriften in de USA, nvdr). Steven zelf zei me dat wat ik ook deed, ik nooit met Cinefantastique mocht praten omdat ze beschouwd werden als de National Enquirer van de genrebladen. En Cinefantastique belde mij en ik zei dat ik geen commentaar wilde geven, maar er waren wel opmerkingen van hun kant waarvan ik dacht dat het allemaal leugens waren. Dat het mij niet kon schelen wat ik deed, en dat het budget mij niet kon schelen en zo. Ik probeer nochtans altijd zo goed mogelijk mijn best te doen. En toen bleek de film die hij in plaats gemaakt had E.T. te zijn, één van de grootste kaskrakers ooit, en een fantastische film. En met een buitenaards wezen dat sterk gebaseerd was op mijn werk, maar niet zo goed (lacht). Het was frustrerend. Maar dat is nu water onder de brug. Ik heb intussen met Steven aan andere films gewerkt.

MOVIE: En het was opnieuw Carlo Rambaldi (die E.T. maakte en ook de teleurstellende effecten van Kong Kong had gemaakt, nvdr)

RICK BAKER: Ja, dat was ook een slag in het aangezicht.

MOVIE: Hebt u ooit het script gelezen? Was het goed?

RICK BAKER: Van Night Skies?

MOVIE: Ja.

RICK BAKER: Wel, ik denk niet dat het script ooit volledig afgewerkt geweest is. Tegenwoordig maken ze een script waarmee ze beginnen te filmen, en ze blijven dat herschrijven tot de film volledig af is. En vaak dan herschrijven ze het (lacht). Ik vond het vooral een mooie kans om elf buitenaardse kwaadaardige wezens te maken van hetzelfde ras, en ik dacht wel dat het leuk zou zijn om er aan mee te werken. En als ik nu terugkijk naar het werk dat ik toen gemaakt heb (ik heb nog een aantal foto's maar het merendeel hebben ze geconfisqueerd en gegeven aan Carlo) dan zie ik een aantal leuke dingen maar ook een aantal domme dingen aan het ontwerp. Maar niet zo dom als E.T. (lacht uitbundig). Maar het had iets kunnen zijn. Jammer.

MOVIE: Toen u Greystoke maakte zei u dat u de perfecte aap had gemaakt, en dat u nu tevreden was. En na Gorillas in the Mist zei u hetzelfde, en nu hetzelfde met Mighty Joe Young. Bent u nu echt verlost van die apen-obsessie?

RICK BAKER: Ik denk inderdaad dat ik ga stoppen met Joe. Ik was tevreden met Greystoke omwille van de grootte van het project, maar het waren fantasieapen, en ik wilde nog steeds een gorilla maken. Met Gorillas in the Mist dacht ik dat ik het van mijn lijstje mocht schrappen omdat ik het dus gedaan had. Maar enkel door mijn liefde voor de originele Mighty Joe Young was ik gefascineerd door deze film. We kwamen met een aantal zaken op de proppen waarvan we dachten dat we ze nog konden verbeteren, en ik ben zeker dat er nu nog zaken zijn. Maar ik heb dit nu al zoveel keer gedaan, zodat het niet meer zo spannend is als vroeger.

MOVIE: Over welke film waaraan u hebt meegewerkt ben u het meest tevreden? Wat is uw meesterwerk?

RICK BAKER: Ik ben redelijk tevreden met Joe, Mighty Joe Young. De meest recente is steeds diegene waarvan ik denk dat die de beste is, weet je? Ik probeer altijd goed werk af te leveren, ik ben redelijk tevreden over alles wat ik gedaan heb. Ik hou ook van Harry and the Hendersons. Ik ben zeer trots op Harry, ik dacht dat hij een goed karakter was, en hij lijkt nog steeds goed, niet tegenstaande hij al tien jaar geleden gemaakt is. Maar ik wilde altijd het ultieme gorillakostuum maken, en ik denk dat Joe dat is.

MOVIE: Maar waarom eigenlijk apen?

RICK BAKER: Ja waarom? (lacht) Mijn fascinatie met make-up begon door het feit dat ik opgegroeid ben voor een televisie. Ik behoorde tot één van de eerste generatie kinderen die naar the box keken. Ik hield van fantastische films, horror, sciencefiction, fantasy, en ik werd aangetrokken tot de monsters en de creaturen. Toen ik tien jaar was zei ik: 'dit is wat ik met mijn leven wil doen: monsters maken.' En ik hield ervan om mensen te misleiden met wat ik deed, en een tienjarige jongen, verkleed als Frankenstein misleidde niemand. Ik ging daarna door een blood and guts faze, en ik kreeg de reactie die ik wou. Het was niet van 'is het niet schattig, Ricky verkleed als Frankenstein', maar 'oh mijn god, hij bloedt doorheen het huis'. Ik deed dit dus bij elk kind in de buurt, en het resultaat was dat ik niet meer met hen mocht spelen, omdat ik die rare jongen van iets verderop was die iedereen de schrik op het lijf joeg. Ik wou dus iets vinden waarmee ik iemand kon misleiden, met iets dat een monster was, maar dat echt was. En ik dacht dat een gorilla dat was. Hoe meer ik die dieren bestudeerde, hoe meer ik mij begon te realiseren dat ik een foute indruk had van gorilla's. Ze zijn misschien ogenschijnlijk monsters, maar het zijn uiteindelijk lieve dieren. Ik werd dus gefascineerd door het dier, maar ook door het feit dat ze op een realistische wijze konden nagebootst worden met make-up technieken. En ik begon aan die queeste om de ultieme gorilla te maken. En meestal was ik om de een of ander reden ontevreden, tot ik Joe maakte. Toen ik Gorillas in the mist maakte, dacht ik dat dat deel van mijn leven nu afgesloten was, maar Mighty Joe Young was altijd één van mijn favorite films, en ik vond het moeilijk om die opdracht te weigeren.

MOVIE: Hoe reageerde Ray Harryhausen (de fx-legende die grotendeels de oorspronkelijke Joe animeerde, nvdr)?

RICK BAKER: Ik was bang voor zijn reactie. Ik ben een grote Ray Harryhausen-fan, en ik ken hem nu al vele jaren. Hij is een groot liefhebber van de stop-motion techniek. Ik had voorgesteld om Ray een cameo te geven in de film, want als het één iemand was die dat verdiende... Toen Ray zijn cameo had, hadden we een press-junket waar we ook onze grote hydraulische aap gorilla hadden. En hij was sterk onder de indruk en hij zei (met serieuze stem): 'Rick, je hebt stop-motion vermoord' en ik: 'neen, neen, dat heb ik niet gedaan' (lacht). Toen hij de film had gezien heeft hij mij een brief verstuurd waarin hij mij zei dat hij het fantastisch werk vond, en dat hij onder de indruk was. Oef. (lacht)

MOVIE: Ik las dat Hoyt Yeatman (de visual effects supervisor van de film, nvdr) die cameo van Ray Harryhausen ook erg op prijs stelde, vermits hij Harryhausen als zijn grote mentor beschouwt.

RICK BAKER: We hadden redelijk vroeg een productiemeeting, men ik stelde voor om Ray ergens in de film te steken, en hij ging onmiddellijk akkoord. We zijn allebei grote Ray Harryhausen-fans. Hoyt en ik hebben een gelijkaardige achtergrond, we maakten onze eigen 8mm films. Iedereen die ik kende als kind maakte een The Seventh Voyage of Sinbad cycloop stop-motion 8mm versie.

MOVIE: Dus u kent Hoyt al een lange tijd?

RICK BAKER: Hoyt zelf ken ik nog niet zo lang, maar ik ken Dennis Muren al heel lang. Hij is van ILM en heeft geloof ik meer Academy Awards dan om het even wie, en Ken Ralston en Phil Tippett. Ik ken hen sinds ik een tiener was. We lazen allemaal Famous Monsters, hielden van de Harryhausen-films en de oude Universal horrorfilms, maakten onze eigen 8mm films. Toen ik hen voor het eerst onmoette hielden we onze eigen 8mm festivals. We brachten onze eigen 8mm films mee en toonden ze. Het was interessant om te zien hoe gelijkaardig ze waren, allemaal met Harryhausen cyclopen en zo. Ik denk dat de mijne de slechtste waren (lacht), maar ik was zeer onder de indruk van Ken Ralston zijn films (het is juist bekend geworden dat Ken Ralston zijn regiedebuut zal maken met Jumanji 2, nvdr). Ken maakte immers meerdere opnames. Ikzelf had een redelijk krammikige goedkope 8mm camera van mijn ouders, zonder beeld voor beeld mogelijkheid. Ik duwde dus op de ontspanknop en soms had ik vijf beelden, soms twee, maar nooit één enkel beeld. Stop-motion was dus zeer moeilijk. Ken maakte indrukwekkende zaken met zijn eerste films. En Phil Tippett zijn films behoren tot de meest grappige 8mm films. We gebruikten allemaal G.I. Joe's, legerfiguurtjes met beweegbare ledematen, gelijkaardig aan een stop-motion pop. Maar je kon er moeilijk mee wandelen omdat de enkelgewrichten heel zwak waren. Maar Phil had enkele fantastische G.I. Joe's die elkaar doodhakten in stop-motion.

MOVIE: Van al de mensen die u vernoemd hebt bent u de enige die in de animatronicswereld bent gebleven. Ze zijn allemaal overgestapt naar computers.

RICK BAKER: Ja, ik was ook geïnteresseerd in de visuele effecten en stop-motion, maar ook in make-up, en zij niet. Het animatronics aspect kwam voort uit mijn make-up interesse. Je kan altijd maar zoveel aan iemands gezicht toevoegen vooraleer het er maskerachtig uitziet, en je werd ook gelimiteerd door de persoon waarop je de make-up aanbrachtt, door de anatomie. Als ze een grote neus hebben zoals ik, dan kan je er geen kleinere neus op aanbrengen, en als de ogen dicht bij elkaar staan, dan kan je daar weinig aan doen. Ik was gefrusteerd door die beperking, en toen dacht ik: als je een pop maakt, dan kan je de ogen zetten waar je wilt, en dan kan je sculpteren wat je wilt. En ik hield van de vrijheid daarvan, en zo raakte ik meer in de animatronics.

MOVIE: Maar u bent niet onmiddelijk van plan om over te schakelen op computers zoals Phil Tippett.

RICK BAKER: Wel, het is wel grappig omdat ik diegene ben die Phil Tippett interesse heb doen krijgen in computers. Zelf gebruik ik al zo'n 10 jaar computers om te ontwerpen, vooral Photoshop (een zeer gekend teken- en beeldmanipulatieprogramma, nvdr). Zo'n tien jaar geleden besloot ik om wat van computers te leren, want ik kende daar niks van. Wanneer ik een make-up ontwerp doe of zo, dan leg ik een blad acetaat bovenop de foto van een acteur en teken daarop. Ik wilde dus de foto van de acteur in de computer krijgen en dan daarbovenop kunnen tekenen. Ik kreeg Photoshop en werd er verliefd op. Ik vond dat ik erdoor zo'n vrijheid kreeg. Als je een tekening maakt dan is het misschien geen exacte weergave van wat je in je hoofd hebt, maar je steekt er wel veel tijd in. En als je een goede tekening hebt wil je die niet verknoeien, en dus acepteer je die dan als de definitieve tekening. Met een computer kan je de tekening bewaren, en kan je er verder mee experimenteren. Als je het verknoeit kan het geen kwaad, want je kunt altijd terug naar de vorige. Het grootste probleem nu is dat ik teveel versies maak, 50 variaties van een scène. Als ik de ogen heel graag zie van tekening nummer 4, dan knip ik die uit en plak ze op tekening nummer 1 die ik nog steeds beter vind. Of als ik de linkerkant van een aangezicht goed vind, dan kan ik die spiegelen. Plots heb je zoveel mogelijkheden. Enkele jaren geleden, rond de tijd dat Jurassic Park werd gemaakt, zat ik zelf in het begin van een dinosaurus-project, en stelde ik voor om Phil Tippett erbij te halen. Phil was volledig computeronkundig en was er wat tegen, en ik zei hem dat hij Photoshop moest zien. Ik toonde het hem, en de volgende dag kocht hij zichzelf een Macintosh en Photoshop en begon beelden samen te stellen. Phil zijn handtekening is overal te zien in Jurassic Park. Hij is zo'n goede animator, en kent zoveel van beweging, hij weet waar hij de camera moet zetten. Ik ben altijd onder de indruk geweest van wat Phil ooit gedaan heeft, van toen hij jong was. Ik was 16 of 17 toen ik hem voor het eerst onmoette, en ik wist meteen dat hij een genie was.

MOVIE: U maakt normale make-up zoals in Ed Wood, en u maakt realistische fx-make-up zoals de apen, en dan maak je ook zoiets als in Men in Black. Waar houdt u het meeste van?

RICK BAKER: Ik doe ze allemaal graag, en ik hou ervan om verschillende zaken te doen. Aan een film als Mighty Joe Young spendeer ik twee jaar van mijn leven, zodat ik daarna blij was om aan een film te werken met make-up in. Wanneer ik The Nutty Professor had gedaan was ik blij om Mighty Joe Young te kunnen doen. Ik hou van de verscheidenheid, en daarom is het zo leuk.

MOVIE: U bent nog steeds met make-up en animatronics bezig, maar CGI komt steeds meer op. Sommige mensen zeggen dat animatronics volledig gaan verdwijnen, maar ik kan het bijna niet geloven. Wat denkt u?

RICK BAKER: Oh, dat zal zeker gebeuren. Wanneer CGI goedkoper en sneller wordt, dan zal het zeker de animatronics doen verdwijnen. Wel, niet echt verdwijnen, maar voor mij zal de aantrekkingskracht een stuk minder worden. Op een bepaald moment ben ik benaderd geweest om Godzilla te maken, toen Jan deBont het nog ging regisseren, en toen zeiden ze dat het voornamelijk CG zou zijn. Maar ze wilden een grote poot, en een stuk van de staart en dat soort zaken. Maar dat interesseert mij niet. Dat is heel veel werk om juist maar een filmattribuut te maken. Ik wil karakters maken, het interesseert mij gewoon niet om een poot te maken. Ik denk dat filmmakers en acteurs liever iets op de set hebben op de dag van de opnames waarnaar ze kunnen kijken, en waartegen ze kunnen acteren. Daarom denk ik dat het nog wel gedaan zal worden. Computers zijn maar een werktuig, en enkel maar zo goed als de artiest achter het scherm. Je ziet goed CG-werk en slecht CG-werk, gemaakt met dezelfde computers en dezelfde software. Het is allemaal een kwestie van kunst. Maar ik vind het wel interessant. En wanneer het animatronics overbodig maakt moet ik mij misschien wel aansluiten. If you can't beat them, join them. Ik hou nu wel van computers, en ik heb er veel plezier mee, maar ik wil op dit ogenblik de aard van mijn werk niet veranderen. Want er is een enorme concurrentiestrijd. Er zijn zoveel bedrijven die heel veel geld geïnvesteerd hebben in hardware en software, en die nu elkaars keel aan het doorsnijden zijn. Ze nemen opdrachten aan met verlies, want het is altijd beter dan helemaal geen opdracht.

MOVIE: In Mighty Joe Young worden heel wat technieken door elkaar gebruikt?

RICK BAKER: Met blue screen. We probeerden elke truc te gebruiken die er mogelijk was. Alles met John Alexander, de man in het gorillapak en een enorme suit performer, werd ofwel gefilmd in een set op 40 procent van de ware grootte, ofwel met blue screen. En zelfs met de blue screen gebruikte men in de voorgrond planten op 40 procent van de ware grootte. We hadden ook een hydraulische gorilla op ware grootte, en dan zijn er ook nog een aantal CGI-opnames. De computergegenereerde aap werd vooral gebruikt bij het beklimmen van het kermiswiel en in de achtervolginsscène in het begin van de film. Die scènes met de jeep waren de ILM-shots. De voornaamste reden om daar een CGI-aap te gebruiken in plaats van een pak was het feit dat de handheld opnames heel moeilijk samen te stellen waren met de blue screen opnames, en ook omdat de aap een lange weg moest afleggen. Ook het helicoptershot helemaal op het einde, wanneer hij wegloopt is een ILM-shot. En dan zijn er nog een aantal doorheen de film. Ik denk dat de CGI-aap het best werd gebruikt in de sequenties met het kermiswiel. Er zijn een aantal CGI-shots die we heel gemakkelijk hadden kunnen doen met het pak, maar omdat ze zoveel geld geïnvesteerd hadden in de computers kwam het op papier niet goed over dat men maar vijf shots had in de film en toch 15 miljoen dollar aan computers had gespendeerd. (lacht)

MOVIE: Voor Star Wars werkte u ook aan de Cantina-scène.

RICK BAKER: De film was al voltooid vooraleer ik erbij betrokken geraakte dankzij mijn vrienden Dennis Muren en Ken Ralston die aan de speciale effecten werkten. George was niet tevreden met de Cantina-scène. Stuart Freeborn, een zeer goede Brits make-up artiest maakte de oorspronkelijke wezens, maar was zeer zwaar ziek toen men aan de Cantina-scène werkte. George wilde meer buitenaardse wezens in de scène, en Dennis zei dat hij iemand kende die die rubberen dingen maakte en zeer goed was. Ze belden mij vanuit wat later ILM werd. Ik ontmoette George en hij toonde mij de scène zoals die toen gemonteerd was met de beelden die hij had, en ik vond het zo cool. Ik denk dat we 35 extra buitenaardse wezens maakten, en filmdem ze in Los Angeles, 6 maand nadat ze de originele Cantina-scène filmden. De beelden werden later in de scène gemonteerd. De meeste wezens in het begin van de scène zijn diegene die ik maakte, de band bijvoorbeeld was er oorspronkelijk niet. Ik gebruik dit altijd als een voorbeeld voor regisseurs: wanneer je een complexe animatronics setup hebt is het beter om dat te filmen met een kleine crew, en niet gedurende de normale draaidagen wanneer er zoveel druk is om de film af te krijgen. Het is beter om het shot klaar te maken in de voormiddag en het dan te filmen in de namiddag met een kleinere crew. Het is goedkoper, en je krijgt een veel beter resultaat. Vaak zeggen regisseurs dat je dat niet kunt doen omdat de beelden nooit zullen overeenkomen, en dat zeg ik gewoon: 'Heb je Star Wars gezien?' 'Euh, Ja.' 'Wel, de rock-groep in de Cantina, dat was 6 maanden later, op een ander continent, en met een volledig andere crew, en wanneer Han Solo praat met Greedo? Die twee shots werden in Engeland opgenomen 6 maanden daarvoor, en de close-ups werden in America opgenomen, 6 maanden later met een verschillende crew. Kan je het verschil zien?'

MOVIE: Over de nieuwe Star Wars film hebt u gezegd dat Yoda en rubberen pop leek.

RICK BAKER: Oh boy, die uitspraak is helemaal tot hier geraakt (lacht). Staat het op het internet? Wel, ik zag de trailer, en ik vond dat het er geweldig uitzag. Heb je de nieuwe trailer gezien? Waw, ik kan niet wachten om de film te zien. Maar ik vond Yoda teleurstellend. Na twintig jaar zou het iets beter moeten zijn dan een handpop. Ik maakte de fout op een press junket in Los Angeles voor Mighty Joe Young. Iemand vroeg mijn mening erover, en ik heb toen gezegd dat toen ik het zag, ik een gratis Yoda wilde maken, testopnames wilde maken en die laten zien aan George en wilde zeggen 'this is what you should have had in your fucking movie.' Het had er niet zo mogen uitzien, het had er levend moeten uitzien, heel cool. Misschien heb ik ongelijk wanneer ik de film zie, ik had misschien niks mogen zeggen enkel gebaseerd op dat fragment, maar als het er slecht uitziet in die twee seconden van de trailer, dan is het waarschijnlijk ook niet fantastisch.

MOVIE: Maar het werkte in de oude films, waarom zou het nu niet werken?

RICK BAKER: Ja, maar waarom hebben ze dan al die moeite gedaan om de rest op een andere manier te doen? Ik ben verbaasd dat ze geen CGI-versie gemaakt hebben. Enkele dagen geleden op The Academy Awards sprak ik met Jim Mitchell van ILM (die voor Mighty Joe Young computereffecten heeft gemaakt) over Star Wars, en hij zei dat er 2000 effectshots voorkomen in Star Wars. Dat is een enorm aantal effectshots. Waarom niet een aantal meer maken? Als je zoveel CG-karakters hebt, waarom dan Yoda niet met CG maken? Ik denk wel dat er een zekere charme uitgaat van de performance van een poppenspeler, en je krijgt er ook een acteerprestatie uit, maar ik denk niet dat het na 20 jaar aanvaardbaar is om dit te hebben. Het is heel moeilijk om ogen te maken en er leven in te steken, en daarom was ik zeer tevreden met Mighty Joe Young omdat we heel veel tijd gestoken hebben in de ogen waarvan we dachten dat ze er levensecht uitzagen. Ik haat mechanische oogmechanismen met een oogbol en dan een ruimte van 1/8 inch tussen de oogbol en het ooglid. In in die twee seconden clip van Yoda leek het alsof het ooglid zover zat van de ogen. En zo zou het niet mogen zijn. Voor Mighty Joe Young hebben we letterlijk maanden gestoken in die ogen. Wanneer mijn ogen gesloten zijn en ik mijn ogen beweeg, dan zie je ook waar ik kijk doorheen het ooglid omdat het oog niet helemaal rond is. Hetzelfde geldt voor Joe, wanneer hij zijn ogen sloot kon je zien waarheen hij keek. Ik kom even terug op mijn gorilla-obsessie. Toen ik Gorillas in the Mist deed, dacht ik echt dat ik klaar was, dat ik het kon, dat ik teveel tijd in mijn leven gespendeerd had aan het maken van gorilla's. Maar ik wilde Joe maken, maar ik had er gemengde gevoelens over. Als we iets konden doen aan de gorilla om het beter te maken, dan wilde ik het doen. Ik kwam dus samen met mijn belangrijkste artiesten van mijn studio, keken samen naar Gorillas in the Mist en schreven alles op waarvan we dachten dat het beter kon. Zo waren de ogen één van de zaken waarvan we dachten dat ze beter konden. Het was een korte lijst, maar omdat ik de film wilde maken aanvaardde ik die korte lijst, omdat we daarmee verbeteringen konden aanbrengen (lacht). Maar we spendeerden dus heel veel tijd en geld in die oogballen en ik vroeg mij af of het dat allemaal wel waard was. Maar ik denk echt dat het de moeite was. En afgaande op de reactie van de Americaanse press junket... Iedereen die mij daar interviewde vroeg mij over de ogen, wat ik gedaan had om ze zo leensecht te laten lijken. Dus...

MOVIE: Wat dacht u van de CGI-gorilla in de film?

RICK BAKER: Ik was ervan onder de indruk. Ik was er zeer sceptisch over, en zeer bezorgd over hoe de computergegenereerde aap op ons kostuum zou gelijken, en ook hoe onze enorme gorilla op de man in het kostuum zou gelijken. Maar dankzij de computertechnologie is het allemaal veel eenvoudiger dan vroeger. In de originele King Kong had je verschillende stop-motion poppen, en die geleken niet allemaal exact op elkaar omdat ze één voor één gemaakt waren. En die enorme kop leek op een monster uit een andere film. Als je poppen hebt in verschillende schalen gelijken ze meestal niet goed op elkaar. Het is moeilijk om iets in een grotere schaal te maken en de proporties juist te houden. We wisten dat het grootste deel van de film met John Alexander in een gorillakostuum zou gefilmd worden, en daarom maakten we eerst een afgieting van zijn lichaam en boetseerden daarop Joe, daarbij rekening houdend met de beperkingen van de man in het pak. Die sculptuur werd daarna met een laser gescand en met die informatie werd het computermodel gemaakt. Vermits het dus van ons model kwam, kwamen de modellen ook overeen. Maar met diezelfde informatie stuurden we ook een CNC-machine aan. We konden dus een hoofd frezen dat dezelfde vorm had maar dat twee en een half keer zo groot was. Op dat hoofd waren wel geen details meer aanwezig, maar we brachten klei aan en modelleerden opnieuw alle details. Alle hoofden kwamen dus van hetzelfde beeld. Mijn grootste zorg was het haar. CG-haar was tot nu toe niet echt overtuigend. Ik was dus zeer sceptisch. De film zou oorspronkelijk in de zomer uitgebracht worden in de USA, maar ze hadden niks dat werkte, en het was pas tot ILM erbij kwam dat het begon te lijken op iets dat zou werken. Toen ik voor het eerst het materiaal zag van ILM zei ik dat dat zou werken. Ik was zeer onder de indruk.

MOVIE: Het is ook de eerste maal dat u een enorme hydraulische aap gemaakt hebt. Was u niet bang dat u hetzelfde zou overkomen als Carlo Rambaldi? (Voor King Kong uit 1976 maakte Carlo Rambaldi een enorme hydraulische aap, die uiteindelijk niet, of nauwelijks, bleek te werken. Rick Baker zelf was in die film trouwens de persoon in het apen-pak. De film kreeg, volgens velen ten onrechte, de oscar voor beste visuele effecten, nvdr)

RICK BAKER: (lacht uitbundig) Wel, hij was niet zo groot als de grote King Kong. Maar ja, ikzelf had nooit een groot hydraulisch iets gebouwd, en was erdoor wel geïntrigeerd. Maar ik had er ook wel schrik voor. Uiteindelijk ben ik heel teverden met het resultaat. Het is beperkt in wat het kan doen, en ik heb dat ook gezegd voor we aan de film begonnen. Ik weet dat het de favoriete aap was van Charlize (Theron) om er mee te werken, omdat die er was, je kon er naar kijken, aanraken, erop reageren en het reageerde terug. Je hoeft niet in het ledige te staren en je een grote gorilla proberen in te beelden. De acteurs en regisseurs hebben dus graag dat er iets is op de set. We gebruikten de zittende aap heel wat, zoals wanneer Charlize zingt, of wanneer hij in de vrachtwagen zit. De dode gorilla was eigenlijk niet hydraulisch, maar er zat een man in op een autozetel, met zijn voeten tegen de borstkas. Dus telkens de aap ademde was het een kerel die met zijn voeten tegen de borstkas duwde. Maar het had wel een gearticuleerd gezicht.

MOVIE: In hoeveel scènes was Joe daadwerkelijk aanwezig?

RICK BAKER: In 90 procent van de gevallen is het John Alexander in een pak. Minder dan vijf procent is met de hydraulische apen. Oh, er is bijna 10 procent CGI, dus pakweg 85 procent is John. Toen ze me vroegen of ik de film wilde maken zei ik dat ik het enkel wilde doen als John Alexander Joe speelde. Ik heb met hem gewerkt in Greystroke en Gorillas in the Mist, en hij kan dingen doen in een pak die geen enkel normaal mens kan doen. En hij is de liefste kerel in de wereld. Hij is gewoon fantastisch. Hij is virtueel blind als Joe, zijn hoofd zit in de nek, en het hoofd zit vol met motoren. Niettegenstaande we het zo licht hadden proberen te maken woogt het hoofd bijna tien pond. Tien pond ophouden terwijl je de houding aanneemt van een gorilla is zeer moeilijk. En om dan nog blind te zijn... We hadden een hoofd met een videomonitor in, maar die begon zeer snel te bedampen door de hitte. In de film is er een shot waar ze op het punt staan om Afrika te verlaten, waarbij ze allebei (Joe en Charlize) langs een pad lopen. Het was een zeer bochtenrijk pad. We filmden het in Hawaï met Charlize die loopt, en dan hadden we het blue screen shot op 40 procent van de ware grootte. Al het blue screen werk had sets die 5 tot 8 voet boven de grond waren gebouwd zodat men het blauw scherm van onderuit kond belichten. Om de één of andere reden bouwde men die sets altijd maar even breed als John was. Hij moest op bepaalde tijdstippen op bepaalde plaatsen zijn omdat er interactieve zaken gebeurden in de achtergrond, bijvoorbeeld een tak die bewoog wanneer hij passeert. Hij liep er een tweemaal door zonder het hoofd, en daarna deed hij het met het hoofd op, blindelings. Hij is fantastisch, ik weet niet hoe hij het doet.

MOVIE: U hebt ook nog met Peter Elliott gewerkt?

RICK BAKER: Ik werkte met Peter ook aan Greystoke. Ik denk dat John beter is. Fysisch is hij beter, en hij heeft ook een betere ingesteldheid. (lacht)

MOVIE: Wat is voor u de volgende uitdaging?

RICK BAKER: Ik weet het nog niet (lacht). Iedere film komt met z'n eigen uitdagingen en ik hou er van om te zien wat er nog komt van films en welke uitdagingen daarmee gepaard gaan.

MOVIE: Regisseren?

RICK BAKER: Ik heb vaak gezegd dat ik waarschijnlijk de enige persoon in Hollywood ben die niet wil regisseren. Ik zie hoe frusterend het kan zijn. De filmwereld kan heel frustrerend zijn omdat het zo'n collaboratief iets is. Het is spijtig dat het Hollywood-systeem zo werkt: er zijn zoveel mensen buiten de regisseur die iets te zeggen hebben over hoe het eindproduct er moet uitzien. En dat trekt mij niet echt aan. Als iemand mij een grote hoop geld zou geven en zou zeggen: 'maak een film en als je klaar bent, geef die dan aan mij,' dan zou ik meer geprikkeld zijn. Maar heel mijn leven is steeds gericht geweest naar wat ik doe, en daarom ben ik er ook zo goed in. Goede regisseurs zijn ook begonnen met de droom om regisseur te worden, en daarop hebben ze zich zteeds geconcentreerd.

MOVIE: Aan welke projecten werkt u nu? Wild Wild West?

RICK BAKER: Wild Wild West is nog niet uit, maar er is eerst een Eddie Murphy-film Life. Ik heb er geen idee van hoe die film zal zijn, maar ik ben er eerlijk gezegd wel bezorgd over. Het vervolg op The Nutty Professor en How the Grinch Stole Christmas met Jim Carrey.

MOVIE: Maar dus nog duidelijk geen overstap naar de computers.

RICK BAKER: Neen. Maar ik moet eerlijk toegeven dat we voor The Grinch heel wat met de computer werken. Het is een soort combinatie tussen make-up en de computer. We gebruiken de computer om de make-up te vervormen, maar het is geen driedimensionaal model. Het is wel boeiend, en ofschoon ik niet van plan bent om het helemaal zelf te doen kan ik zelf wel demonstreren hoe het er moet uitzien. Ik probeer mee te blijven met de nieuwe technologieën, en het is leuk om met nieuw speelgoed te spelen.

MOVIE: Is er geen enkele film waarvan u gedacht hebt: daar had ik graag aan gewerkt?

RICK BAKER: Oh, heel veel. Ik had heel graag Mary Shelley's Frankenstein gedaan, of Bram Stoker's Dracula. Ik hou van monsterfilms, en ik zou er meer willen doen maar ik krijg er niet zoveel meer aangeboden. Ik hou van grote fantasiefilms. Er zijn zoveel dingen die ik wil doen. Maar ik heb nu een grote onderneming. Vaak zeg ik dat het grootste monster dat ik gemaakt heb mijn onderneming is, maar ik zeg ook vaak dat het grootste monster dat ik gemaakt heb Rob Bottin is (lacht). Maar dat groot monster moet dus gevoed worden. Het gebouw, de werknemers... het kost mij iedere week enorm veel geld, en als ik geen werk heb om hen te betalen komt het van mijn bankrekening, en die vermindert snel. Dat is één aspect van mijn onderneming waar ik niet van hou. En daarom aanvaard ik soms een film waar ik niet volledig op verliefd ben. Maar over het algemeen doe ik waar ik zin in heb.