PI

Cogito, ergo sum

Independent Films
Terwijl iedereen zich druk maakt over het budget van een Titanic of de opbrengsten van pakweg The Phantom Menace, wordt de andere kant van het filmcontinuüm gemakshalve wel eens vergeten. De art housers, de no-budget-films, de regisseurs die lak hebben aan commercie of snel geldgewin. Pi is zo'n prent. Gemaakt voor slechts 60.000 dollar, maar zovéél beter dan het doorsnee Hollywood-product. Een parel over chaos, obsessie en de sleutel tot het leven.

Wat weten we over het getal Pi? Een heleboel. Het is de zestiende letter van het Griekse alfabet en wordt in de wiskunde gebruikt om de verhouding uit te drukken tussen de middellijn en de omtrek van een cirkel. De waarde ervan kennen we ook: 3,14 enzovoorts, net als de ezelsbruggetjes om die lange reeks na de komma te onthouden. Maar wat betekent Pi écht? Max Cohen is ervan overtuigd dat het getal de sleutel is tot de oplossing van alles. Wiskunde beheerst dan ook zijn hele leven. Hij woont in een driedubbel afgesloten rommelig appartement in Chinatown, met als enig gezelschap zijn gigantische computer die voortdurend getallen spuwt. Max mijdt alle contact. Alleen zijn Indiaanse buurvrouw Devi (Samia Shoaib) geeft wat om hem. Zij brengt de mensenschuwe Max af en toe wat te eten.

Max vat zijn theorie als volgt samen. Ten eerste is wiskunde de taal van het universum. Ten tweede kan de hele natuur gevat worden in cijfers. Ten derde zijn er overal in de natuur patronen. Besluit: als je de patronen weet te vinden, dan vind je ook de orde in de chaos. Want daar is Max van overtuigt: de beweging van melk in onze koffie, de zetten van het Japanse denkspel Go, de beursnoteringen - zelfs het weer en onze geschiedenis: alles is voorspelbaar, als we maar het patroon kunnen vinden. En daarin zou het getal Pi een cruciale rol spelen. Die gedachten deelt hij met zijn oude en wijze mentor Sol (Mark Margolis), die door een hartaanval zijn wiskundige zoektochten heeft moeten opgeven en Max aanraadt hetzelfde te doen voor de getallenwaanzin ook hém te pakken krijgt.

Maar Max zit het geheim op de hielen. Wanneer hij zijn computer voedt met weer een nieuwe theorie, crasht het systeem, maar niet voordat exact 216 cijfers op het scherm verschenen. Wat betekenen die 216 cijfers? Volgens de orthodoxe Joodse numeroloog Lenny Meyer (Ben Shenkman) geeft de thora, de Joodse bijbel, het antwoord: de échte naam van God bevat exact zoveel cijfers. Want in het Hebreeuws hebben de letters allemaal een numeriek equivalent, zo vertelt hij Max. Daar is een zekere Marcy Dawson (Pamela Hart) dan weer niet in geïnteresseerd. Zij behartigt de belangen van een groep Wall Street-beleggers, die Max' kennis willen gebruiken om de beursnoteringen te voorspellen. Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, wordt Max geplaagd door verschrikkelijke aanvallen van hoofdpijn, die hem voortdurend buiten westen slaan.

Pi werd geschreven en geregisseerd door Darren Aronofsky, een soort kruising van een jonge David Lynch en David Cronenberg, die met de prent torenhoge ogen scoorde in het art house circuit. In Florida won hij een prijs voor beste nieuwkomer, hij won een Gotham en Independent Spirit Award én ging vorig jaar aan de haal met de prijs voor beste regie op het prestigieuze Sundance Festival. Heel veel eer voor een film die niet minder verdient. Pi werd - in minder dan een maand - gefilmd in een zeer primitieve maar fascinerende zwart-wit-fotografie (eigenlijk geen black-and-white maar black or white, zoals Aronofsky het zelf noemt) en ademt in alles een no-budget sfeer uit. Want 60.000 dollar kun je zelfs geen low-budget meer noemen. Het bedrag werd samengekrabt door Aronofsky's vrienden en familie die elk 100 dollar in de prent investeerden. Toen de film de zalen haalden, kregen ze als dank 150 dollar terug. Een weetje voor filmquizzen, is dat.

Kijken naar Pi is geen lachertje. De extreme close-ups (van de immer aanwezige mieren bijvoorbeeld), de obsederende paranoïa, de onmogelijke beeldengymnastiek: Pi ademt pure chaos uit. De hypersnelle montage en de ziekelijk opzwepende techno-muziek zorgen ervoor dat je als toeschouwer even gek dreigt te worden als Max, de getormenteerde held. Een hallucinante ervaring. Een rit doorheen pure waanzin.

Debutant Sean Gullette poot met zijn bijna uitgemergeld bleek starend gezicht een onovertroffen rol neer als de neurotische Max. Vooral in de scènes waar hij weer eens getroffen wordt door zijn hoofdpijnen schittert hij, verloren als hij dan loopt in de krochten van zijn eigen geest. De figuur van Max als briljante misantropische wiskundige fascinéért, zoveel is zeker. Net als hij weten we als toeschouwer nooit zeker of wat hij meemaakt realiteit is of simpelweg hallucinatie.

Plotsgewijs weet de Faustiaanse film (het hubris-thema is natuurlijk nooit ver weg) van de eerste minuut te fascineren. Zelfs de grootste wiskundehaters worden geboeid door Max' theorie. Tenslotte herbergt de natuur genoeg bewijzen die aantonen dat bepaalde patronen steeds terugkeren. Alleen jammer dat de film misschien iets te expliciet gaat lenen bij grootmeester Arthur C. Clarke, die de thematiek al eens aanpakte in zijn kort verhaal The Nine Billion Names of God. De resolutie van dat verhaal zou ook wel eens de oplossing van Pi kunnen zijn, maar helemaal zeker is dat niet. Daarvoor laat de film, in de goede traditie van Franz Kafka (Pi oogt ook heel expressionistisch) op het einde nog teveel onbeantwoord. Want simpel is Pi in géén enkel geval. Maar dat was pakweg Eraserhead ook niet. Een klein meesterwerk.


Titel: Pi
Genre: Psychologische thriller
Speelduur: 1u25
Regisseur: Darren Aronofsky
Acteurs: Sean Gullette, Mark Margolis, Ben Shenkman, Pamela Hart, Stephen Pearlman