Honderd jaar geleden: de geboorte van het medium film, in een tijd waar de vervalsobsessie niet te stoppen was en eindigde in een macaber fin-du-siècle gevoel. Verlies in het geloof, neurose, morbiditeit, het zoeken naar een nieuwe schoonheid. Men dacht dat de wereld zou vergaan. Voor wie dezer dagen wat tijd in het bioscoopdonker doorbrengt, klinkt dat opnieuw brandend actueel. Het einde van het millennium nadert en op het witte doek druipt het pessimisme in dunne straaltjes onmeetbare angst naar beneden. De openbaring in de cinema, anno 1996. Kind van deze tijd.
Het begon allemaal met Seven van David Fincher. Een film zoals er maar één in de tien jaar gemaakt wordt, een volmaakte gil in de donkerste nacht, een kaleidoscopisch beeld van alles wat er fout kan gaan. Een beeldenstorm, een tocht in de voetsporen van Dante door de hel van de twintigste eeuw. Hoe verder de film vorderde, hoe meer de schil van de realiteit werd afgepeld, langzaam en behoedzaam. Tot de kern werd bereikt, een wereld waarin de duisternis werkelijkheid was geworden. En toch gloorde er hoop uit deze film. Terwijl detective William Sommerset langzaam door de eindeloze regen de film uitwandelde, debiteerde hij het mooiste slotstuk van het jaar: "Ernest Hemingway wrote, 'The world is a fine place, and worth fighting for.' I believe in the second part." Woorden die dagen en nachten nazinderden.
En toch, we dansen op de puinhoop van onze eigen wereld. Als de jeugd de toekomst is, dan heet de toekomst: het nieuwe Sodom. We zagen het in Dangerous Minds, maar vooral in Kids van Larry Clark, met een einde als een bominslag: hoe hebben we het in godsnaam zover laten komen? Nog meer dystopisch filmmateriaal komt de volgende maanden. De bom valt letterlijk in Screamers, een filmische tegenhanger van de post catastrophy novel, waarin de mens wordt beheerst door zijn eigen monstreuze creatie. In Village of the Damned blaast de tijd zijn laatste adem uit door de komst van de Duivel. In Rainbow gaat het ook grondig mis: de kleuren vloeien letterlijk uit de wereld.
Een glimp van het komende millennium konden we al opvangen in Twelve Monkeys en vanaf volgende week is het weer goed raak: Strange Days, een film die zich afspeelt op 30 en 31 december 1999, een dag voor het einde der tijden, de totale ondergang, de openbaring. In de straten van Los Angeles is dan ook een eschatologische party aan de gang. Het lijkt wel een dodendans, een danse macabre. En net als alle voorgaande catastrofe-films is er ook hier geen plaats voor censuur: de toeschouwer is voyeur, de schokkende camera zijn ogen. Tijdens het bekijken van Strange Days, denk je meerdere keren aan de woorden van Hemingway: de wereld is waard om voor te vechten. Hemingway was een vitalist, hij was verslingerd aan het leven, hoop was zijn levenselexir. Wat Seven echter niet vermeldt, is dat Hemingway in 1961 zelfmoord pleegde. Hij was die vreemde dagen moe.