Tussen 1912 en 1956 werden in Amerika vijfhonderd serials gedraaid, waarvan 269 stomme films. Een serial is een soort 'hoofdstukken'-film, bestaande uit tien tot vijftien delen.
Het eerste deel duurde meestal dertig minuten, de vervolgen veelal twintig minuten. Deze korte filmpjes werden gedurende een week vertoond en vertelden samen een verhaal. Iedereen die de hele serial wilde bekijken, moest dus tien tot vijftien weken achter elkaar naar de bioscoop. Zo trokken de bioscopen vaste klanten aan.
Serials waren vooral op jeugdige kijkers gericht en bestonden meestal uit western- en junglefilms. Tenslotte kon men nog eens naar een verkorte versie van speelfilmlengte kijken.
Onder de talloze voorbeelden vinden we een hoop Tarzan films. Ook Dick Tracy kreeg in de jaren dertig een aantal serials op zijn naam.
Ongetwijfeld kan de serial worden gezien als een vroege voorloper van het feuilleton en in bredere zin als de opa van de moderne sequel.
Modern wil echter niet zeggen hedendaags. In de gloriedagen van de serial, werden er reeds sequels geproduceerd. In alle genres vinden we talrijke voorbeelden.
Op het terrein van de western vinden we Hop-A-Long Cassidy (zesenzestig films), Kit Carson en de The Durango Kid-serie (meer dan tachtig films). Onder de bekende detectives lopen we Charlie Chan (meer dan veertig films), The Thin Man en Philo Vance tegen het lijf.
Op het vlak van de comedy citeren we Maisie (acht films) en Mexican Spitfire (zeven films), gemaakt in de jaren veertig en bol staand van voortijdse vrouwenemancipatie.
De sequel is uiteraard geen uitsluitend Amerikaans produkt. In de sixties produceerde Duitsland de bekende Winnetou-reeks, terwijl ook Jerry Cotton en Kommissar X het witte doek van allerlei moordmysteries verlosten. Frankrijk scoorde in jaren vijftig met Lemmy Caution (met Eddie Constantine) en Fantomas (met Louis de Funes). Later werden Angelique en Le Gendarme gelanceerd. In Japan startte men in 1954 met de Godzilla-reeks, die nog steeds doorloopt.
In onze reis doorheen de verschillende decennia belanden we stilaan in de zeventiger jaren. Naast de overbekende French Connection en Godfather films, maken ook mensen zoals Shaft (drie films) en Cleopatra Jones (twee films) hun debuut.
De eighties en nineties kunnen wellicht de hoogdagen van de sequel worden genoemd. De wereld van de hedendaagse sequel wordt vrij gecompliceerd maar is absoluut fascinerend. Vooral wanneer we ons verdiepen in de B- en C-films, vinden we pareltjes, die voor elke hardcore filmliefhebber een must zijn. Stof genoeg dus voor een uitgebreid vervolg.