JAAROVERZICHT 1994 (1)

De ballade van de anti-held

Pessimistische criticasters orakelden verleden jaar dat de filmindustrie verzoop in commercieel Hollywood-gedoe. Dit jaar kregen ze met enkele parels van films het deksel op de neus.

Want het afgelopen filmjaar was er

n om in te kaderen, aan de muur te hangen en eeuwig te bewonderen. Zelden rolde er zoveel filmmoois over het witte doek, zelden stapelden onvergetelijke fragmenten zich in zo'n razendsnel tempo op als dit jaar. 1994 was nog maar goed en wel uit de startblokken geschoten, toen Schindler's List medio maart alle ogen op zich gericht hield. Toen de film tijdens het 66e oscargala met zeven oscars werd bekroond, dacht men het belangrijkste filmfeit van 1994 al genoteerd te hebben. Schindler's List had twaalf nominaties in de wacht gesleept en wist er zeven daarvan in een oscar om te zetten. Geen mens die dat onverdiend vond. Want wat Spielberg met zijn holocaust-drama bracht was niets minder dan een tijdloos meesterwerk, waarin je als toeschouwer geen moment adempauze werd gegund. Voor regisseur Spielberg was het ook een persoonlijke overwinning. In zijn ellenlange carri`re was hij al drie keer in de running geweest voor een oscar als beste regisseur (Raiders of the Lost Ark, E.T. en Close Encounters of the Third Kind). Dat Spielberg na Schindler's List niet bij de pakken bleef zitten, bewees onder andere het gigantische succes van The Flintstones. Eind november richtte hij samen met Jeffrey Katzenberg en David Geffen en passant een nieuwe filmmaatschappij op.

Het oscargala 1994 had in de persoon van Tom Hanks nog een andere grote winnaar, al was niet iedereen het daar over eens. Philadelphia, de eerste grote Hollywoodproduktie over AIDS, was een prachtige film, maar moest het vooral hebben van de actuele filmcontext. Wat van Philadelphia vooral bleef hangen was de sc`ne waarin Beckett danst op de aria La mamma morta van Maria Callas. Hanks versloeg in de race naar het vier kilo wegende kleinnood onder andere Anthony Hopkins, die minstens even opzienbarend was als de butler in The Remains of the Day, een film die overigens niet veel succes oogstte op het oscargala: Emma Thompson greep naast de oscar voor de beste actrice (die eer moest ze aan Holly Hunter laten) en werd in de categorie beste bijrol verrast door de elfjarige Anna Paquin (ook al The Piano). De kans dat Tom Hanks volgend jaar zijn oscar zal prolongeren is echter niet ondenkbaar. In Forrest Gump zette hij een prestatie neer die al het andere in een gitzwarte schaduw stelde. Forrest Gump was dan ook een film die alles in zich had wat men van een drama kan verwachten: zelden lagen lach en traan zo dicht bij elkaar. Zelden ook zagen we zo'n intrigerende femme fatal in de persoon van Robin Wright, die als uit het niets opdook, maar zelfs voor deze ene prestatie eeuwige roem verdiend. In the Name of the Father (zeven nominaties) was ook zo'n dramatisch hoogtepunt van het afgelopen filmjaar. Maar onder andere acteur Daniel Day-Lewis en regisseur Jim Sheridan grepen naast een Award. Oliver Stone was twee keer in the picture dit jaar. Eind januari breidde hij met Heaven and Earth een vervolg aan zijn Vietnam-trilogie en later verraste hij vriend en vijand met Natural Born Killers, een film die de discussie over de zin en onzin van geweldfilms weer deed oplaaien.

Nog meer verdienstelijk werk in de filmtrommel van '94: deel twee en drie in Kieslowski's Trois Couleurs trilogie, Short Cuts, Shadowlands, Romeo is Bleeding en What's Eating Gilbert Grape. Deze prachtige fabel van Lasse Hallstrom over het goede dat in elke mens schuilt, bevestigde de trend van het afgelopen filmjaar: de revival van de anti-held. Want drie namen zullen uit al het filmgruis van 1994 helder blijven hangen: Oskar Schindler, Andrew Beckett en Forrest Gump. Een klavertje drie dat absoluut gezien mag worden.