Het moet een hels weer geweest zijn, die juni in 1816, toen de 19-jarige Mary Wollstonecraft Godwin samen met haar geliefde Percy Shelley, George Godron Byron en John Polidori aan het meer van Genève vertoefde. Om de tijd te doden vulde het gezelschap de dagen met het lezen van Duitse spookverhalen. Onder meer geïnspireerd door de Christabel, besloten ze om zelf een verhaal te schrijven. Shelley schreef The Assassins; Byron kwam op de proppen met The Burial en Polidori, een arts, werkte aan The Vampyre. Dat verhaal wordt overigens beschouwd als de voorloper van Bram Stokers Dracula uit 1897. Mary Godwin kwam aanvankelijk niet goed op gang, tot ze op een nacht een droom had van een student die een afschuwelijk fantoom van een man schiep. Ze doopte haar Gothic Novel Frankenstein en breidde op aandringen van Percy, met wie zij ondertussen huwde, de oorspronkelijke honderd bladzijden uit tot 24 volwaardige hoofdstukken. Het werd in Bath voltooid en in 1818 uitgegeven.
Het succes van het boek (samen met Dr. Jekyll and Mr. Hyde van Robert Louis Stevenson en Dracula van Bram Stoker een archetype in het moderne horrorverhaal) kwam er door de vele verfilmingen. Slechts weinigen weten echter dat Frankenstein niet de naam is van het monster, maar van zijn schepper. Nog veel minder mensen kennen de ondertitel van Mary Shelley's boek: The Modern Prometheus. Prometheus is een figuur uit de Griekse mythologie die het vuur uit de hemel stal en daarvoor werd gestraft door de oppergod Zeus. Ook Frankenstein overtreedt een goddelijke wet omdat hij zelf leven creëert. Het monster vermoordt uit wraak Victors broer William en eist dat Frankenstein een vrouw schept. Omdat Victor vreest dat zo de aanvang van een nieuw ras zal ontstaan, durft hij die uitdaging niet aan. Voor het monster betekent dat de ultieme wraak. Hij vermoordt Victors jeugdvriend Henry Clerval en belooft vervolgens een einde te maken aan het leven van Victors geliefde Elizabeth.
Hoewel talloze verfilmingen anders doen vermoeden, is Mary Shelley's werk meer dan zomaar een horrorverhaal. De figuur van Victor verlangt in al zijn hybris naar twee dingen: het creëren van leven én onsterfelijkheid. Daarbij verzaakt hij aan morele verantwoordelijkheid. Niet voor niets opent het boek met een fragment uit Milton's Paradise Lost: 'Heb ik u gevraagd mij uit uw klei te boetseren?' Het monster confronteert zijn schepper met de vraag: 'Wie ben ik? Je hebt me het leven geschonken en me voor dood achtergelaten.' Zo wordt met het tabula rasa idee gespeeld: het monster heeft zelf geen aandeel in zijn gruwel en afschuw.
In de loop der jaren zijn er talloze interpretaties gegeven aan Shelley's monster. Een niet onbelangrijk detail is dat Shelley tijdens het schrijven van haar Gothic Novel zelf zwanger was. Omdat ze al eens een kind verloren had en een ziekelijk kind ter wereld had gebracht, keek ze naar de geboorte van haar derde kind met gemengde gevoelens uit. Die mengeling van leven en dood zien we dan ook op ijzingwekkende manier belichaamd in de figuur van het monster.