FILMGESCHIEDENIS (inleiding)

De geboorte van een nieuw medium

Film is geen uitvinding in eigenlijke zin, maar is ontstaan door het samenspel van een aantal grote technologische ontwikkelingen. De combinatie daarvan maakte het mogelijk om voor het eerst bewegende beelden vast te leggen en weer te geven.

De geboortedatum van de film wordt in het algemeen gesteld op 28 december 1895. Toen presenteerden de gebroeders Lumière in Parijs hun eerste filmvoorstelling. Vanaf dan ontwikkelde de film zich als veelzijdig medium. De bioscoopfilm met haar vele genres behoort zeker tot een van de meest uitgebreide facetten.

De eerste filmvertoningen werden opgeluisterd door levende muziek. Na 1930 echter werd de stomme film verdrongen door de geluidsfilm. Het ontstaan van de kleurenfilm had minder ingrijpende gevolgen. De zwart- wit film is nooit verdwenen. Camera's werden steeds beter, maar ook relatief goedkoper. Dat en andere technische ontwikkelingen maakten een verscheidenheid aan allerlei effecten mogelijk, waar onder andere de tekenfilm toe behoort. Film werd op die manier een vrijetijdsbesteding.

Film groeide uit zijn status als kermisattractie toen werd ingezien welke mogelijkheden er achter het medium als kunstvorm scholen. Er ontwikkelden zich een aantal artistieke stromingen, waarvan enkele een zeer ingrijpende invloed hebben gehad op de totale filmproduktie (surrealisme, avant-garde, nouvelle vague). De invloed van verschillende filmbladen is ook zeker niet te onderschatten.

Aanvankelijk werd film bekeken als een curiositeit. Omtrent de eeuwwisseling kon men films bekijken op kermissen en jaarmarkten en in variété-theaters. Vooral de films van de Franse goochelaar Georges Méliès zijn in die optiek beroemd.

Vanaf 1905 ontstonden theaters, gespecialiseerd in de vertoning van films. Onmiddellijk bleken de grote mogelijkheden uit de verschillende toepassingen: het vastleggen van de alledaagse werkelijkheid en van bijzondere gebeurtenissen. De enorme commerciële produktie in Hollywood kan als hoogtepunt gerekend worden.

Voor verscheidene kunstenaars werd film een medium met nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden. Zo ontstond de 'absolute film'. De animatiefilm was een andere toepassing. Levenloos materiaal zoals poppen en tekeningen kon met behulp van film tot leven gewekt worden.

In 1927 kwam de eerste echte langspeelfilm uit waarin geluid succesvol aan de beelden was gekoppeld (The Jazzsinger). Het louter visuele medium werd nu audiovisueel.

De verdere ontwikkeling van de techniek zorgde voor goedkopere en eenvoudigere manieren om films te maken. In het onderwijs worden steeds meer audiovisuele media als hulpmiddelen gebruikt.