Zo ontstond er een behoefte aan nieuwe films. Ze werden niet meer per stuk verkocht aan de vertoners, maar verhuurd. Ook het verticaal monopolie ontwikkelde zich (produktie, distributie en vertonen van films in de handen van één maatschappij). Het bekendste voorbeeld daarvan was de Société Pathé frères in Frankrijk.
In de Verenigde Staten ontstond in 1909 strijd over de trustvorming. De bestaande produktiemaatschappijen verenigden zich tot een trust, de Motion Picture Patents Company (1908). Zij dwongen biscoopeigenaars heffingen af en probeerden de filmdistributie te monopoliseren. Dat leidde tot de komst van onafhankelijke producenten zoals William Fox, directeur van 20th Century Fox. In dezelfde tijd werd de basis gelegd voor het latere sterrensysteem. Het publiek begon de favoriete sterren te herkennen en een naam te geven. Florence Lawrence heette eerte The Biograph Girl (naar de maatschappij waarvoor ze werkte) tot haar naam in 1910 in de advertenties verscheen. Fan magazines deden hun intrede met verhalen over de sterren. In Europa werd Asta Nielsen populair met de film Der Abgrund.
Het publiek was tot WO I voornamelijk afkomstig uit de arbeidersklasse. Later ging ook de middenklasse naar de bioscoop, die steeds luxueuzer werd. Naast korte films (vijf tot twintig minuten) werden ook serials (films in afleveringen) populair. In 1912 produceerde de Edison Company de eerste serial The Adventures of Kathlyn. In Frankrijk werd de Fantomas-serie (1914-1915) van producent Léon Gaumont bekend. Vanaf 1908 werden in Europa lange films gemaakt. Deze zogenaamde film d'art was vaak een adaptatie van een bekend toneelstuk of de verfilming van een scenario van de hand van een beroemde schrijver. Er traden beroemde toneelspelers in op zoals Sarah Bernhardt. Adolph Zukor, distributeur, had in de Verenigde Staten in 1912 zo'n succes met La reine Elisabeth waarin zij speelde, dat hij zelf als producent van langere films optrad.
De opkomst van de langere film via Zukors maatschappij Paramount Pictures Corporation veroorzaakte het verdwijnen van de oudere maatschappijen. Nieuwe produktiemethoden deden hun intrede. Het sterrensysteem en de indeling in filmgenres garandeerden een vast bioscooppubliek.
Hollywood werd de plaats waar nieuwe maatschappijen hun grote studio's bouwden. In 1919 werd United Artists' Corporation gesticht. In 1917 raakten de Verenigde Staten betrokken bij de oorlog in Europa. Een groot aantal propagandafilms tegen Duitsland werden gemaakt. Als reactie daarop werd in Duitsland de produktiemaatschappij Ufa opgericht (Universum-Film Aktiengesellschaft), die de Duitse film lange tijd heeft beheerst.