FILMGESCHIEDENIS (deel 3: 1919-1927)

De VS verovert de filmindustrie

De Russische film kwam op na de Eerste Wereldoorlog. Er werden beschermdende maatregelen getroffen om de eigen filmindustrie in Engeland en Duistsland te beschermen. In de Verenigde Staten verwierven studio's en distributeurs een monopolie.

Wall Street kreeg belangstelling voor de produktiefinanciering. Vandaar dat producenten en bankiers al snel een grote invloed kregen op de films zelf. Sterren, scenaristen en regisseurs werden massaal door de studio's gecontracteerd. Velen waren afkomstig uit Europa. De filmindustrie had er zich nog niet volledig hersteld na de ravage van WO I. Zweden moest de regisseurs Victor Sjöström en Mauritz Stiller en de actrice Greta Garbo afstaan. Uit Duitsland kwamen onderandere Ernst Lubitsch en Friederich Wilhelm Murnau, uit Hongarije Alexander Korda en Michael Curtiz.

Filmsterren kwamen meer en meer in de belangstelling. Hierdoor groeide het protest tegen zogezegde decadentie in Hollywood. Om opnieuw een goede reputatie te verkrijgen werd in 1922 de Motion Picture Producers and Distributors of America opgericht. Deze instelling oefende intern censuur uit. De filmproduktie maakte ook in andere landen een krachtige ontwikkeling mee in de jaren twintig. In Japan werden reeds films gedraaid in het begin van de twintigste eeuw. De filmindustrie moest er tengevolge van een aardbeving in 1923 opnieuw opgebouwd worden. De vier grote produktiemaatschappijen verenigden zich met als doel een monopolie te vestigen. Het gevolg was het ontstaan van allerlei kleine, onafhankelijke maatschappijen rondom beroemde sterren. In 1924 werden er in Japan niet minder dan 875 films gemaakt.

In die tijd kwam ook de filmproduktie in Indië op gang. De opkomst van de Duitse film trok in Europa de aandacht. De Universum- Film Aktiengesellschaft werd de grootste Europese produktiemaatschappij. Naast hun superprodukties, kwam het expressionisme op, een geheel nieuwe filmstroming van een hoog peil. Een van de eerste films van dat genre was Das Kabinett des Dr. Caligari van Robert Wiene.

Er werden maatregelen getroffen om de Duitse filmindustrie te beschermen. Voor elke geïmporteerde Amerikaanse film moest één Duitse film gemaakt worden met als gevolg dat er veel snel in elkaar gezette films werden ingeblikt. Ufa ging hierdoor bijna failliet. Na WO I kende Engeland een korte opleving in de filmproduktie. In 1923 echter sloot de belangrijkste producent Cecil Hepworth zijn studio's vanwege de Amerikaanse concurrentie. In 1925 was 95% van de in Engeland vertoonde films van Amerikaanse makelij. De Cinematograph Film Act of Quota Act kwam in 1927 ter hulp. Zij garandeerden de produktie en vertoning van een aantal Britse films. Dit leidde tot een reeks tweederangs films, zogenaamde Quota quickies. Ook de Franse filmindustrie stortte tijdens WO I in elkaar. De Revolutie (1917) in Rusland zorgde ervoor dat de Russische film echter in het Westen een enorme belanstelling kreeg.