FILMGESCHIEDENIS (deel 7: slot)

Onafhankelijken aan de macht

Tal van nieuwe manieren van filmen ontwikkelden zich in de jaren zestig. In Hollywood verkeerden de produktiemaatschappijen voortdurend op de rand van het faillissement.

In mei 1970 betekende de veiling van rekwisieten en kostuums door de maatschappij Fox en niet lang daarna door MGM het einde van het onaantastbare studiosysteem in Hollywood. Onafhankelijke maatschappijen en producenten doken op. Opnamen op locatie in het buitenland kwamen steeds meer in zwang. Kostbare superprodukties brachten de maatschappijen vaak in ernstige financiële moeilijkheden. Een goedkoop gemaakte film zoals Easy Rider bleek dan weer wel aan te slaan. Hollywood realiseerde zich dat de jeugd het grootste afzetgebied vormde. Garanties voor een commercieel succes waren niet meer te geven. De aandacht verplaatste zich van actrices en acteurs vaak in de richting van de regisseur. In 1972 richtten Peter Bogdanovitch, William Friedkin en Francis Ford Coppola in samenwerking met Paramount hun eigen produktiemaatschappij, The directors company, op.

In Frankrijk bereikte in het begin van de jaren zestig de nouvelle vague het hoogtepunt met filmers als Jean-Luc Godard, François Truffaut en Claude Chabrol. Het studentenoproer in mei 1968 had tevens een grote invloed op de Franse filmwereld.

In Duitsland zag in 1962 het Oberhausener Manifest het licht. Hierin werd verbetering van de positie van de a-commerciële film bepleit. Na de stichting door de overheid van een fonds debuteerden in 1966 onderandere Alexander Klüge en Volker Schlöndorff. Tot de nieuwe generatie behoorden tevens Jean-Marie Straub en Rainer Werner Fassbinder.

Hongarije beleefde in 1963 een opleving nadat een aantal nieuwe studio's gesticht was. De Poolse regisseurs Roman Polanski en Jerzy Skolimowski kozen na een succesvol debuut definitief voor het westen. In Tsjechoslovakije werden de mogelijkheden tot vernieuwing afgesneden door de Russische inval in 1968.

De Joegoeslavische filmer Dusan Makavejev, wiens film WR, mysteries van het organisme in eigen land ongewenst was, week uit naar Parijs. Daar verzamelde hij het geld voor zijn volgende meesterwerk Sweet Movie.

In Brazilië ontstond de Cinema Novo. Deze cineasten oefenden een kritiek uit op fundamentele gebreken van de hen omringende maatschappij. Hiermee verwant is het werk van de Argentijnen Fernando Solanas en Octavio Getino, die de zogenaamde Derde Cinema propageerden: de film als revolutionair pamflet.

De jaren zestig en zeventig gaven een opleving te zien van de film in België en Nederland. In België werd opvallend werk geleverd door André Delvaux, Harry Kümel en Roland Verhaevert. Opmerkelijk is het groot aantal Belgisch- Nederlandse coprodukties, waarvan Mira van Fons Rademakers zeer bekend werd.