INTERVIEW ROBBE DE HERT

De Hert over Elixir d'Anvers

Medio maart hadden we een gesprek met de Belgische filmgoeroe Robbe de Hert. Hij had het vooral over zijn nieuwste film, Elixir d'Anvers.

MOVIE: Wanneer is het idee van het project Elexir D'Anvers ontstaan?

DE HERT: Er is eigenlijk al heel lang discussie over de kortfilm in de bioscopen. Het probleem is natuurlijk dat als je naar een James-Bond gaat kijken en je krijgt daarvoor een kortfilm met een heel andere soort stemming, dan draai je voor het verkeerde publiek. Dat is misschien nog het enige euvel dat je van Elexir zou kunnen zeggen - je werkt met verschillende stemmingen en dan is de vraag welke stemming je gaat nemen. Dat is eigenlijk het enige dat ik wat betreur bij Elexir. Wij hadden gehoopt op veel meer humor en meer kattekwaad en het is allemaal nog al ernstig uitgevallen. In principe is een kortfilm een vistekaartje van de regisseur om te laten zien wat hij kan om dat het groter werk te gaan doen. Het probleem is dat er een groot gat is tussen die kortfilm en de langspeelfilm. Ik heb al verschillende keren ontdekt dat een aantal kortfilms best bij elkaar zouden kunnen horen en dan zou je een heel leuke langspeelfilm kunnen maken. Dat is volgens mij een heel goede manier om talent te laten zien in de bioscoop; de mensen confronteren met de realiteit bij manier van spreken.

MOVIE: Wat is het verschil tussen het project Brylcream Boulevard en Elexir d'Anvers?

ROBBE DE HERT: Het idee van een aantal films na elkaar te zetten is niet nieuw maar het is eigenlijk vooral ontstaan door het feit dat ik met studenten uit de toneelschool van Amsterdam een film gemaakt heb van 50 minuten - 'Survival' - gedraaid in de Ardennen. In de toneelschool van Amsterdam moeten de leerlingen van het laatste jaar meedoen aan een film of TV-produkt in in mono-camera; dit wel zeggen dat de scenes verknipt worden. Nadeel is natuurlijk dat ik met 9 leerlingen zat en dat moet je natuurlijk een scenario schrijven dat een beetje geforceerd is - met 9 hoofrollen bij manier van spreken. Wij hebben dus gekozen voor Nederlanders - drugverslaafden en werklozen - die een uitputtingstocht gaan doen in de Ardennen. Blijkt dat die mensen dat vrijwillig doen terwijl ik dacht dat dat gedwongen was. Maar wat nog straffer was, is dat ik ontdekte dat de rotsen in La Roche verkocht zijn aan de privé. Een wapenhandelaar geeft daar trainingskampen in het weekend. En het straffe is dat wij dat dus gedaan hebben met een ploeg van 25 man, 9 acteurs inbegrepen en dat ook nog een drietal studenten, stagairs- camera-mensen van de filmacademie en zevental beroepsmensen. En wij hebben op ons gemak een film gemaakt van 50 minuten fictie. Dat is eigenlijk definitief het startsein geweest voor Elexir d'Anvers. Ik vind goedkoop filmen heel belangrijk; zelfs die film van de Ardennen heeft nog 3,5 miljoen gekost. Ik ben persoonlijk voorstander van goedkope, low-budget films of van dure films. Films als Brylcream vallen eigenlijk tussen twee stoelen in. Elixir heeft uiteindelijk 32 miljoen gekost. Brylcream zal er 65 mliljoen gekost hebben en Farinelli kostte 365 miljoen. Volgens mij is er een probleem met de filmschool, er gaat namelijk volgens mij te veel aandacht naar de verkeerde dingen en als men daar niet leert tegen te vechten, zal men constant afhankelijk zijn van financiers die in feite niet bepalen wat je draait maar het is geld dat bepaalt wat er gedraaid wordt. Ik vind dat als je een aantal zaken goedkoop kan draaien met weinig middelen, dan kan je meer vertellen. Dat is daarom niet altijd goed maar iets goed hoeft niet altijd veel geld te kosten.

MOVIE: Je hebt dan toch uiteindelijk een poging gedaan om iets goedkoper te maken?

ROBBE DE HERT: 32 miljoen voor Elexir - voor langspeelfilm is dat goedkoop; dat is de categorie van Manneken Pis, Boys en dergelijke. Vergeet niet, dat zijn dan moderne films maar wij hebben een kostuumfilm gedraaid. De mensen hebben verschrikkelijk hard aan die film gewerkt maar een probleem is, is dat het beginnende mensen zijn en het grootste probleem is dat ze nog eigenlijk niet beseffen wat het kost. De studenten van de school hebben hun films met hun eigen centen moeten betalen.

MOVIE: Maar dat gaat dan toch maar maximaal tot 50.000 à 60.000 frank per persoon?

ROBBE DE HERT: Dat is niet waar. Ik weet onder andere het voorval van Bie Boeykens die in het derde jaar Sint-Lucas 600.000 frank betaald heeft voor haar film en die een schuld had van een half miljoen voor ze in het vierde jaar haar eindwerk moest gaan maken.

MOVIE: Wat is het verschil voor u persoonlijk tussen een opdrachtfilm als Brylcream en Elexir d'Anvers?

ROBBE DE HERT: Het grote drama van Brylcream is juist dat het een film is die ik juist wou maken. 'De Witte', dat was een opdrachtfilm, dat was op commando. Dan wordt je gevraagd om iets te doen.

MOVIE: Ik zal het anders zeggen: een film met iets groter budget.

ROBBE DE HERT: Maar de grootte van het budget is niet echt het fundamentele. Alhoewel, bij Brylcream ging er oorspronkelijk 80 à 85 miljoen liggen en gingen we draaien op 50 draaidagen en uiteindelijk hebben we het geaccepteerd om het te draaien op 39 dagen, bijna zonder overuren. Dat is qua opnames één van de knapste produkties geweest die ik ooit gedaan heb. Ik bedoel qua inzet van de mensen. Die mensen hebben verschrikkelijk hard hun best gedaan maar ik vind dat ze hun prioriteiten op een verkeerde plaats leggen. Dat heeft te maken met gebrek aan routine en met te veel theorie op school. Op school vertellen een heleboel mensen vanalles waarvan de helft niet waar is.

MOVIE: Hoe zijn de historische figuren in 'Elexir d'Anvers' gekozen?

ROBBE DE HERT: In elk geval was het uitganspunt een film te maken met een aantal jonge mensen - we wisten niet hoeveel en we hebben dan één gemeenschappelijk thema gekozen en dat was Antwerpen en dan zijn met een aantal mensen gaan grasduinen in de geschiedenis van Antwerpen en we hebben vooral gezocht naar verhalen die nogal specifiek voor Antwerpen waren, bijvoorbeeld de ketters. Een boek dat erg gehopen heeft was 'De Zwarte Gids' van Jan Lampoo. Ik heb geprobeerd zo veel mogelijk typische Antwerpse verhalen te nemen; het chauvinisme, dat zelfzekere en daarom heb ik ook beslist om die interviews met die mensen op straat te doen die de portretten toch wel afronden bij manier van spreken.

MOVIE: Je hebt gezegd dat je vier jaar bezig bent geweest aan dat project, maar hoe doe je uiteindelijk de casting voor zo een project?

ROBBE DE HERT: Daar kan ik niet op antwoorden om de eenvoudige reden dat ik met de uitvoering niets te maken heb. Ik heb geprobeerd van het moment dat het project gefinancieerd was en de scenario's rond waren, me zo weinig mogelijk te moeien. In principe had iedereen een peter. Ik vond één ding wel heel jammer - de cameraman van de Ardennenfilm konden we niet krijgen om te adviseren. De slogan van die man en van mij trouwens ook is 'Meer voor Minder'. Die Ardennenfilm is voor mij een omzetting geweest van een boel theorie die ik had van vroeger in de praktijk. Alleen met dat verschil natuurlijk dat er toch wel beroepsmensen tussen zaten op alle posten en met Elexir zijn we een stap verder gegaan en toch hebben we veel meer aan hen overgelaten. Dus zelfs de productieleiding en dergelijke waren ook allemaal in handen van debutanten.

MOVIE: Wanneer komt de film in de bioscoop?

ROBBE DE HERT: Op 28 maart in de Calypso, in de Cartoon, Decascoop in Gent. Wij willen voorlopig alleen maar uitkomen in Antwerpen en Gent en dan naar andere steden gaan. Dat heeft ook een andere reden; de Amerikanen zijn nog eens een offensief begonnen. Elke week komen er zeven nieuwe films uit op 40 copijen - je kan er dus gewoon niet tussen. Met andere woorden: er is een enorme verkeersopstopping om in de zalen te geraken. Wij komen maar uit met drie of vier copijen.