DIRK BROSSE: EEN PORTRET

Film Music Made in Belgium (1)

Voor velen staat Belgische filmmuziek zo'n beetje gelijk met Raymonds Brussels by Night, Noordkaaps Manneken Pis en de ontelbare hit-verzamelaars zoals voor Boys of Ad Fundum. Weinigen hebben ooit gehoord van Frederic Devreese (die twee jaar terug zulke prachtige muziek schreef voor Yves Hanchars La Partie D'Echecs) of van Dirk Brossé. Vandaar deze nieuwe reeks.

Al enkele weken lang staat Dirk Brossé hoog genoteerd in de Klassieke Top-20 met zijn symfonie Artesia. Onder filmmuziekliefhebbers is Brossé vooral bekend voor zijn scores voor onder andere Springen (1985), Boerenpsalm (1989), Koko Flanel (1989), Daens (1992) en Marie (1993). Bij Indisc is onlangs een compilatie-cd verschenen met een bloemlezing uit zijn oeuvre.

Dirk Brossé werd geboren in Gent in 1960 en studeerde trompet en compositie aan het conservatorium van Brussel. Daar richtte hij het Brussels Trumpet Choir op. Brossé componeerde verschillende symfonische werken, liedjes en muziek voor theater. De twee ouvertures voor het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen - Gent (de themaatjes die de logo's van de sponsors vergezellen aan het begin van elke film) zijn eveneens van zijn hand.

Maar het is dankzij zijn filmmuziek dat Dirk Brossé bekend is geworden bij het grote publiek. Zijn debuut in de filmwereld maakte hij met zijn nogal grappige score voor Jean-Pierre De Deckers vrijheid-blijheid prent Springen. De Indisc-compilatie-cd wijdt vooral veel aandacht aan zijn vier grootste werken: Boerenpsalm, Koko Flanel, Daens en Marie.

Boerenpsalm, de verfilming van het gelijknamige boek van Felix Timmermans, biedt een pastoraal aandoende score voor kamerorkest. Het geheel doet eer aan het Vlaamse platteland, met de vredige tempi en het klokkengeluid. Het hoogtepunt van de soundtrack is ongetwijfeld het bloedmooie sanctus, dat ingetogen werd uitgevoerd door het BRTN-koor onder leiding van Vic Nees.

Koko Flanel, de eerste film van baron Stijn Coninx, laat zien hoe veelzijdig Brossé wel is. De muziek wemelt van de verschillende stijlen, van vlotte Bossa Nova tot plat-commerciële bombastische filmmuziek. Maar het werkt! Nooit was een kus tussen Bea en Urbanus zo ontroerend als met Brossé's muziek.

Voor de tweede film van Coninx, de matig interessante edoch fel in de niet van een weinig chauvenisme getuigende wilde kritieken van de inlandse pers bewierookte film Daens, schreef Brossé een mooie score, die jammergenoeg vaak schippert tussen intens gevoelig en overmatig sentimenteel. Vooral het tweede deel van de film heeft door de nogal kitscherige muziek van Brossé vaak meer weg van een KB-commercial dan van een epische film. Edoch, op cd valt het wel mee.

Brossés meesterwerk tot nu toe, echter, is zijn score voor de Waalse film Marie, een jeugdfilm waarvoor hij een score componeerde die in het verlengde ligt van Daens, maar meer integer overkomt en subtieler is van opzet. Een waardig (en hopelijk slechts voorlopig) slot van een filmmuziek-carrière.