Dat het oscarfeest verreweg het grootste jaarlijkse mediagebeuren is, moet je zelfs een verstokte filmhater niet meer wijsmaken. Om vier uur in de namiddag stroomden tientallen zwarte en witte limousines door Grand Avenue en Hope Street naar het poepsjieke Dorothy Chandler paviljoen. Zes helicopters zoemden door de lucht, naar schatting vierhonderd fans, waarvan er sommigen vijf dagen op voorhand hun tenten hadden opgeslagen, verzetten hemel en aarde om een glimp van de stars op te vangen. Ook Jesse Jackson was van de partij, ondanks zijn aangekondigde boycot. Zoals bekend reageert hij tegen het feit dat er dit jaar maar één kleurling genomineerd was voor een oscar, Dianne Houston voor de beste live action korte film. Jackson had beslist zijn avondje niet: Christine Lathi kaapte de oscar weg met Lieberman in Love.
Het zal Mel Gibson worst wezen. Zijn historisch epos Braveheart, over de 13e eeuwse Schotse krijger William Wallace, was tien keer genomineerd en verliet de zaal met bijna twintig kilo verguld brons oscarmateriaal, verdeeld over vijf oscars. Niet zo indrukwekkend als de elf oscars van Ben Hur, de zeven van Schindlers' List of zelfs de zes van Forrest Gump, maar Braveheart was vooral Mel Gibsons persoonlijk succes. De door hem geproduceerde prent werd verkozen als beste film (en versloeg daarmee Apollo 13, Babe, Il Postino en Sense and Sensibility) en Gibson zelf kreeg een oscar als beste regisseur. Daarnaast viel de prent in de prijzen voor de make-up, geluidsmontage en fotografie (John Toll).
De 32-jarige Nicolas Cage kreeg oververdiend een oscar voor zijn rol als zuiplap Ben Sanderson in Leaving Las Vegas. Het neefje van Francis Ford Coppola begon zijn filmcarrière in 1982 in Fast Times at Ridgemont High, maar werd voor het grote publiek vooral bekend door zijn rollen in Peggy Sue Got Married en Moonstruck. De laatste jaren was Cage te zien in onder meer Wild at Heart, Zandalee, Honeymoon in Vegas en It Could Happen to You.
Cage kaapte de oscar weg voor de neuzen van Richard Dreyfuss, Sean Penn en de winnaar van 1991, Sir Anthony Hopkins. Criticasters hadden verwacht dat de oscar posthuum naar Massimo Troisi zou gaan, voor zijn rol als de eenzame postbode Mario in Il Postino. Troisi had echter geen oscar nodig: hij leeft verder in beelden.
Opvallend dit jaar waren de zeer sterke bijrollen. Kevin Spacey trok aan het langste eind voor zijn magistrale metamorfose in The Usual Suspects. Ook de prestaties van Tim Roth, Ed Harris en in mindere mate Brad Pitt mochten er echter zijn. James Cromwell had hem natuurlijk ook dubbel en dik verdiend als Farmer Hoggett in Babe. De film, die door de National Society of Film Critics uitgeroepen werd tot de beste film van 1995, was misschien wel de grootste verliezer van de avond: geen oscars voor regisseur Chris Noonan, geen voor scenarist George Miller, en verder ook uit de boot gevallen als beste film, decorontwerp en montage. De film kreeg alleen een beeldje voor de beste special effects. Schrale troost.
Dat Susan Sarandon verkozen werd tot beste actrice voor haar rol als zuster Helen Prejean is stof voor discussie. Natuurlijk was Dead Man Walking een schitterende film en natuurlijk leverde mevrouw Robbins een puike prestatie. Maar kon dat niet eveneens gezegd worden van Elisabeth Shue, Golden Globe winnares Sharon Stone en oudgedienden Meryl Streep (oscar in 1982 voor Sophie's Choice) en Emma Thompson (in 1992 voor Howard's End)? Voor Sarandon maakt die oscar natuurlijk wel veel goed. Ze was eerder vier keer voor deze categorie genomineerd: in 1980 voor Atlantic City, in 1991 voor Thelma and Louise, in 1992 voor Lorenzo's Oil en in 1994 voor The Client. En nu dus eindelijk raak. De oscar van Sarandon betekende de enige voor Dead Man Walking, uit vier nominaties.
Mira Sorvino kaapte de Academy Award weg voor haar nevenrol in Might Aphrodite en passeerde daarmee torenhoge favoriete Kate Winslet (Sense and Sensibility), dat dus ook op één oscar bleef steken: die voor het beste aangepaste scenario, een taak waar Emma Thompson zich uitstekend van kweet. Christopher McQuarrie schreef met The Usual Suspects het origineelste verhaal van het afgelopen filmjaar. Geen kat die hem zal tegenspreken.
Eén oscar ook maar voor Il Postino, en dan nog wel een overwachte: Luis Bacalovs originele score haalde het boven Nixon (John Williams), Patrick Doyle (Sense and Sensibility) en de twee James Horners: Apollo 13 en Braveheart. De oscar voor meste originele musical of comedy score ging zoals verwacht nog maar eens naar Alan Menken voor Pocahontas. Hij haalde het onder andere van Randy Newmans muziek voor Toy Story, dat met lege handen huiswaarts moest. Menken mocht nog een tweede keer het podium op voor Colors of the Wind, dat verkozen werd tot beste originele song.
Met meer dan gewone spanning werd er uitgekeken naar de categorie Beste Buitenlandse Film. Antonia van Marlene Gorris moest het opnemen tegen All Things Fair (Zweden), Dust of Life (Algerije) en The Star Maker (Italië). De Nederlandse film, met Willeke Van Ammelrooy in de titelrol, haalde het. Dat is overigens ook een (klein) Belgisch succesje. Naast Van Ammelrooy hebben ook Jan Decleir (boer Bas), Els Dottermans (Daniklle) en Dora Van der Groen (Allegonde) een belangrijke rol. Willy Stassen (Crazy Love) stond in voor de fotografie. Het is overigens de tweede Nederlandse film die er in slaagt een oscar te winnen.
Anne Frank Remembered van John Blair kreeg de oscar voor de beste documentaire. Blair gaf een eerbetoon aan de vindster van het dagboek, Miep Gies. Tenslotte nog opsteker voor de genre-fans: A Close Shave van de Aardman Animatons kreeg een oscar voor de beste geanimeerde korte film. Chuck Jones kreeg een Special Achievement Award, John Lasseter de Special Achievement Award voor Toy Story en Kirk Douglas de Irving Thalberg Award voor zijn gehele carrière.