Speciale effecten zijn in hoofdzaak een Amerikaanse aangelegenheid, en het is dan ook nogal eigenaardig om een Frans tijdschrift aan te treffen dat bijna volledige aan deze magische kunst is gewijd. En in tegenstelling met wat je, het Frans chauvenisme indachtig, zou verwachten komen er inderdaad ook niet-Franse films aan bod. En de keuze is zelfs interessant te noemen.
Het maandblad is juist in een transformatiefase, maar als we de laatste nummers doorlopen kunnen we toch een getrouw beeld geven van de kwaliteit van dit blad. Net als ieder zichzelf respecterend filmtijdschrift opent ook SFX met een 'In The Making' rubriek (hier Coulisses genoemd, om toch maar zoveel mogelijk Engelse termen te weren), met daarin de laatste FX-nieuwsje. Maar ook algemener genre-nieuws komt aan bod.
Het grootste deel van het blad wordt ingepalmd door FX-artikels. En daar waar men in het begin van het blad (ergens in 1991) nog (met toestemming) artikels overnam uit Cinefex, is men er langzamerhand toch in geslaagd om het volledige nummer met eigen materiaal te vullen. En in de loop der jaren is men ook meer en meer aandacht gaan besteden aan interviews met FX-personeel, of stunt-coordinators.
Die interviewvorm leidt niet tot enorm uitgewerkte artikels zoals in Cinefex, maar is meer op algemeenheden en bepaalde anekdotes gericht. Je komt dus niet alles te weten van een film, maar de algemene tendensen worden toch weergegeven. Op regelmatige tijdstippen publiceert men ook dossiers waarin men meerdere technische aspecten van een recente (of oudere) film bespreekt.
Ook de Franse speciale effecten worden op de voet gevolgd, en om de aspirant FX-specialist een hart onder de riem te steken zoekt men Franse FX-technici op die het in Sili-Wood hebben gemaakt. Naast films heeft men het ook regelmatig over Ride-films, en bekijkt men ook het makingsproces van bepaalde reclamefilms. Zo heeft men het in het mei-nummer over de The Mask-achtige Citroën Saxo reclame. Kort, maar goed.
Even een greep uit het mei-nummer. Zo stonden (het moest er van komen) de effecten uit The X-files in het middelpunt van de belangstelling, maar ook die uit Critical Decision, Vampire In Brooklyn, Fantôme avec Chauffeur, en de eerder genoemde reclamefilms. En daarnaast ook telkens een laserdisc- en videorubriek.
Buiten het feit dat de artikels te kort zijn om diepgaand te zijn is het grootste nadeel de taal. De FX-terminologie is al niet eenvoudig, en als men die dan nog eens gaat verfransen, dan is het hek helemaal van de dam. Het grote voordeel is dat men ook de kleinere films bespreekt waarvoor er in de Amerikaanse professionele tijdschriften geen plaats is. Het blad is redelijk vlot te verkrijgen in de kiosk en kost 219 Bef.