THE MAKING OF TOY STORY

Computeranimatie cum laude

Net zoals Sneeuwwitje, Star Wars en Jurassic Park, zal Toy Story de geschiedenis ingaan als één van de grote technologische mijlpalen waarmee volgende projecten zullen vergeleken worden. Toy Story is niet alleen de eerste volledig computergegenereerde animatiefilm, het is ook de perfecte combinatie verhaal-technologie.

Toen Pixar in 1991 bij Disney kwam aankloppen wist men duidelijk wat men wilde: een volledig met een computer gegenereerde film, waarin niet de technologie, maar wel het verhaal centraal stond. Een combinatie die - Jurassic Park, Casper en Jumanji indachtig - niet zo evident blijkt te zijn. De tandem Pixar-Disney was echter ideaal. Disney had de ruimste ervaring ter wereld in verband met animatiefilms, terwijl Pixar, en meer in het bijzonder regisseur John Lasseter, met een aantal fel bejubelde kortfilms reeds had aangetoond dat CGI een prachtig hulpmiddel kon zijn in het vertellen van een verhaal.

Dat verhaal was cruciaal voor het welslagen van dit ambitieus project. De aandacht van het publiek mocht immers nooit afdwalen naar de technische aspecten van de film, en de animatie kon pas starten wanneer het verhaal definitief af was. Met het script in de hand kon Art Director Ralph Eggleston met behulp van een aantal sketches de design en de sfeer van de film vastleggen. Hierop gebaseerd werden dan de klassieke (met de hand getekende) storyboards getekend, die men met behulp van een computer monteerde tot de eerste versie van Toy Story. En telkens wanneer een stuk computeranimatie af was werd die in de plaast van de betreffende storyboards gemonteerd.

Intussen was men ook begonnen met het modelleren van de wereld van Toy Story. Eenvoudige modellen werden in de computer zelf gemaakt, terwijl de meeste 'levende wezens' wegens de enorme complexiteit eerst werden geboetseerd om later ingescand te worden. De stemmen van de acteurs (onder andere een zeer goede Tom Hanks) werden opgenomen, waarna de echte animatie begon. De globale lijnen (onder andere de camerastandpunten) werden vastgelegd, en de eerste ruwe testen gemaakt. Iedere dag bekeek en keurde de regisseur, samen met zijn 27 animatoren, die testen, en eenmaal het groen licht werd gegeven kon men de animatie verfijnen, terwijl men ook voor de aankleding van het decor zorgde.

De belichting werd bepaald, en daarna werd alles overgelaten aan de RenderFarm, een netwerk van meer dan honderd zware rekenmonsters. En net zoals voor de animatie gebruikte Pixar hiervoor eigen software. Dezelfde trouwens waarmee ook de dinosauriërs uit Jurassic Park werden ingekleurd. Het berekenen van één zo'n beeldje nam gemiddeld enkele uren in beslag, met uitschieters van twintig uur!

De finale film werd op computer gemonteerd, en dan beeld voor beeld op pelicule geplaatst. En zo schreef men na vier jaar noeste arbeid geschiedenis.