Roald Dahl, geboren in 1916 en van Noorse afkomst, was al tijdens zijn leven een legende. Elke dag schreef hij in het tuinhuisje van zijn Gipsy House tussen tien en twaalf in de ochtend en van vier tot zes in de namiddag. Hij gebruikte gele potloden en speciaal gelinieerd papier dat hij uit Amerika liet overkomen. Op die manier pende hij een indrukwekkend oeuvre bij elkaar, wat ook enkele beroemde (maar door Dahl zelf verguisde) verfilmingen opleverde zoals de kinderfilms Willy Wonka and the Chocolate Factoty (1971) en Danny The Champion of the World (1989). Zes jaar geleden adapteerde Jim Henson en de zijnen de griezelprent The Witches met Anjelica Huston en Rowan Atkinson in de hoofdrollen. Dahl maakte ook zes keer zijn opwachting in het fameuze Alfred Hitchcock Presents (1958).
Hoewel Dahl bekendstaat als de meester van de verrassende vertellingen (waarvan er ontelbare voor de tv-serie Tales of the Unexpected werden verfilmd), verwierf hij toch het meeste bekendheid met en waardering voor zijn kinderboeken, waarvan The Vicar of Nibbleswicke in 1991 nog postuum werd uitgegeven. Zijn allereerste kinderboek, James and the Giant Peach uit 1961, werd dit jaar eindelijk verfilmd. Steven Spielberg en Danny DeVito waren onder de geïnteresseerden, maar uiteindelijk werd het project door Walt Disney en regisseur Henry Selick weggeplukt. Men besloot om de film, net als The Nightmare Before Christmas, in stop motion in elkaar te knutselen.
Het scenario vormde lange tijd een probleem, omdat de Dahl-familie weigerde dat men het treurige einde in goede Disney-gewoonte zou veranderen. Uiteindelijk werd de klus geklaard door Steven Bloom, Karey Kirkpatrick en Jonathan Roberts. De bekende jeugdillustrator Lane Smith tekende het decor-concept; onder meer Pete Postlethwaite (The Old Man), Susan Sarandon (The Spider) en Richard Dreyfuss (Mr. Centipede) leenden hun stemmen aan de karakters. De rol van James Henry Trotter, die in het verhaal vlucht van zijn kwaadaardige tantes Spiker en Sponge om in een reusachtige perzik de Atlantische Oceaan over te vliegen, werd gespeeld door Paul Terry. In Amerika was de film een onverdeeld succes. Na honderd draaidagen zit de film aan dertig miljoen dollar.
Ongeveer tegelijkertijd startte TriStar met een andere Dahl-adaptatie, Matilda, waarvan het boek in 1988 verscheen en dat dit weekeinde in Amerika zijn première kent. Matilda, geregisseerd door Dahl-liefhebber Danny DeVito, vertelt het verhaal van een intelligent en talentvol meisje, dat door haar haar familie verwaarloosd wordt. Ze stelt zich tot doel om haar lerares, de tirannieke Miss Trunchbull, een lesje te leren. Matilda wordt vertolkt door Mara Wilson. Naast DeVito zelf speelt zijn vrouw Rhea Perlman een hoofdrol. Nu is het nog wachten op een big-budget verfilming van Dahls meest beroemde verhaal aller tijden, The BFG, The Big Friendly Giant.