Toen Steven Spielberg in 1994 het script van Twister in handen kreeg, besefte hij maar al te goed dat zonder spectaculaire, en honderd procent geloofwaardige speciale effecten deze film een doodgeboren geldkoe was (een geldkoe die trouwens een opmerkelijke rol vertolkt in de film). Daarom trok hij naar de Jurassic Park-genieën van Industrial Light and Magic, waar meervoudig oscar-winnaar Dennis Muren en zijn companen de opdracht kregen om in hun computers een tornado te simuleren. De 20 seconden lange test was een schot in de roos, overtuigde de producenten, en werd zelfs gedeeltelijk in de trailer verwerkt.
Voor de echte productie nam Stefen Fangmeier de fx-fakkel van Dennis Muren over, en belandde met zijn CGI-team al snel in een echte storm. De digitale verlanglijst van Jan De Bont werd immers langer en langer toen bleek dat men tijdens de opnames veel te goed weer had, en de filmploegen die op tornadojacht waren getrokken met lege handen terugkwamen. Maar als ILM een tornado aankon, dan zouden ze ook wel voor een bewolkte hemel kunnen zorgen redeneerde de Nederlander terecht. En ze mochten nog meer rommel opkuisen. Letterlijk deze keer, want het puin dat met behulp van twee Boeing 707 motoren in het rond werd geslingerd was veel te gevaarlijk voor de acteurs en zou later de toevoeging van de tornado's bemoeilijken. Met de computer dan maar.
De rondvliegende voertuigen zijn dan weer een combinatie van technieken: vliegend bestaan ze enkel in de computer, maar al neerstortend zijn het lichtgewicht replica's die men vanonder een helikopter tussen de stuntmensen liet neerkomen. Zelfs het ronddwalend huis dat op het pad van de tornado-jagers terecht komt is slechts gedeeltelijk echt (de voor- en achterkant) en gedeeltelijk een digitaal bouwsel.
Maar de showstelers van de film zijn natuurlijk de wondermooie, en alles verwoestende tornado's. Met een zekere zin voor overdrijving (de dramatiek wat opkrikken heet zoiets) werden ze door de ILM-genieën in beeld gebracht. Het meest spectaculair zijn de uiterst krachtige F5-tornado's die dan ook op de meest spectaculaire manier werden nagebootst: miljoenen deeltjes die in de computer samen één groot geheel vormen, maar toch elk een beetje hun eigen leven leiden. En bijgestaan door het (bewerkte) geluid van een balkende kameel kreeg elk zo een eigen persoonlijkheid.
En dan te bedenken dat men vijf jaar geleden technologisch gezien niet in staat zou geweest zijn om deze film te maken. Twister is zeker geen fx-mijlpaal zoals Jurassic Park er een is, maar ILM heeft nog maar eens duidelijk laten zien wie de beste is.