Het evenement is aan zijn 21e jaargang toe en ontsproot aan de breinen van enkele sportieve vrienden die toen het idee opvatten om hun avontuurlijke klim, ski- en andere alpinistische ervaringen met elkaar te delen, bovendien stevig in de verf gezet met bijhorend beeldmateriaal. Wat toen nog meer een vrijblijvend vrienden-onderonsje was, werd in de loop van die 20 jaar een heus Filmfestival met dit jaar 187 inzendingen uit meer dan 27 landen van over de globe. Dat dit soort films in onze jaren '90 aantrekkingskracht uitoefent op jonge mensen bewijst meer dan eens de opkomst: 10.500 bezoekers. Door dit succes heeft men een project op touw gezet waarbij enkele van de genomineerde prenten vertoond worden in 140 steden ergens in Europa, Japan, Australië, Nieuw-Zeeland en de VS.
Net als in Cannes of Berlijn worden de inzendingen hier aan een pre-screening onderworpen waaruit dan 30 tot 40 finalisten geselecteerd worden. Een festival-jury, samengesteld uit experts op het gebied van bergsport, van film maken en rescenceren, maakt dan de ultieme keuze en deelt uiteindelijk prijzen uit aan de beste films in de volgende 6 categoriën: The Grand Prize, Climbing, Mountain Sports, Mountain Environment, Mountain Culture en The Bill Roberts Award for Young Filmmakers. In de marge daarvan kan ook het publiek een prijs uitreiken. De winnende films worden beoordeeld op basis van het script, het camerawerk, het geluid en de muziek, de directie en de productie.
Opvallend verschil met de reuzefilmfestivals is precies de thematiek. Snowboarden, Hydrospeed, Watergliding, Kayaking en Base-jumping zijn veelvoorkomende onderwerpen naast Everest- en andere bergverhalen. Uitzonderlijk krijg je ook onverwachte themata (vaak naar aanleiding van een ramp of reddingsactie) zoals bijvoorbeeld Smoke-jumping (bij bosbranden in gebergtes) te zien. Films variëren ook veel meer qua lengte. De kortste prent die dit jaar geselecteerd werd, duurde anderhalve minuut. De langste film is vergelijkbaar met het 'klassieke' filmproduct. Terwijl het ene verhaal meer een filosofische vertelling is die met de muziek een meerwaarde biedt aan het gepresenteerde beeld, geeft het andere meer een dagboekrelaas van een gevaarlijke onderneming of ongeëvenaarde prestatie.
Aangezien de natuur (water, sneeuw, bergen) zelf hier meestal in het middelpunt staat en zij zich goed leent tot adembenemende muziekmixes, eist dit filmaspect meer nog dan in andere genres een enorme aandacht op. De grensverlenggende menselijke activiteiten die in beeld komen, lijken soms wel op een flirten met de dood. Steeds meer wil men het uiterste, het ultieme bereiken: de Cerro Torre in Patagonië beklimmen langs de moeilijkste (loodrechte zuid-) wand, Sky-surfen van boven de stratosfeer en terecht komen op een vooraf gemarkeerde plek ergens in het oerwoud in Mexico, eerste afdaling met snowboard van het Mont Blanc-massief, enzovoort. De mens van de jaren '90 is duidelijk nog op ontdekkingstocht naar het onbereikbare.