Computergegenereerde ruimteschepen en in elkaar morphende metaalachtige wezens zijn tegenwoordig de meeste elementaire speciale effecten die je nog in Hollywood kunt bestellen. Karakteranimatie daarentegen is het neusje van de zalm, en met Draco heeft ILM nog maar eens bewezen dat ze in dit domein (bijna) niemand te vrezen hebben. ILM zette de standaard met Star Wars, verlegde die met Jurassic Park, en legt nu met Dragonheart de lat hoger dan ooit tevoren.
Phil Tippett, gekend voor zijn werk in Star Wars en Jurassic Park, ontwierp het mythisch monster dat uiteindelijk zo complex was, dat vier technici gedurende vijf maanden bezig waren om de gegevens in de computer te stoppen. Het resulterend model paste met moeite in het geheugen van de computer: de kop alleen al was even complex als de T-Rex uit JP. Aan de hand van foto's modelleerde men karaktertrekken van Sean Connery (die de stem van Draco voor zijn rekening nam) in de draak, om daarna ook bij de animatie beroep te doen op de acteur. Men filmde hem hiervoor tijdens de opnames van zijn tekst, maar ook een compilatiefilm met de meest typische acteerprestaties van Connery deed zijn dienst.
Vermits de animatie pas op het einde van het productieproces aan de film zou toegevoegd worden gebruikte men tijdens de gewone opnames in Slovakije ping-pong en tennisballen als referentiepunten voor de animatoren. Hierdoor konden ze beter de draak in de omgeving integreren, en wisten ook de acteurs waar te kijken tijdens de opnames. Oorspronkelijk had men ook de kop, een poot/hand, en een staart op ware grootte nagemaakt, maar hiervan is slechts heel weinig te zien op het scherm.
Na de opnames monteerde regisseur Rob Cohen dan de volledige film, en kon ILM zich concentreren op de animatie zonder zich zorgen te moeten maken over eventueel later nog te vervallen scènes. Vermits de standaard te verkrijgen software niet voldeed om die enorm complexe animatie-taak tot een goed einde te brengen schreef men dan maar speciale software om de lippen synchroon te laten bewegen met de stem van Connery, een taak die sterk bemoeilijkt werd door de niet-menselijke vorm van de mond.
Maar niet alleen de animatie was een huzarenstukje, ook de de inkleuring van de draak, en de integratie in de omgeving hadden een meer dan vergevorderde moeilijkheidsgraad. Men opteerde immers om de draak zowel in de schaduw, als in de blakende zon te laten acteren, waardoor de minste fout onmiddellijk zichtbaar wordt. En wanneer Dennis Quaid even onder de vleugens van Draco schuilt mogen we zelfs genieten van computergegenereerde regen. Het resultaat is gewoon magisch.