Het hele filmprogramma werd gekenmerkt door afwezigheid van echt vernieuwende films. Uitzonderingen hierop waren The Pillow Book van Peter Greenaway en Het Zusje van Robert Jan Westdijk. Beide films experimenteerden volop met nieuwe beeldtechnieken en orginele cameratechnieken. Bij dit lijstje van onconventionele films mag de documentaire Microcosmos niet ontbreken. Op een ludieke en inventieve manier wordt hierin een boeiend beeld geschetst van de wereld van de insecten.
Sommige films hadden dan weer een muzikale achtergrond, zoals de openingsfilm Shine van Scott Hicks. Shine is een briljant muzikaal drama dat losjes gebaseerd is op het leven van de Australisch pianovirtuoos David Helfgott. Op dit biografische epos valt niks aan te merken. De acteursprestaties zijn van een ongeëvenaarde hoogte. Vooral Geoffrey Rush (oudere David) en Noah Taylor (jongere David) leveren vakwerk af. Op een fascinerende manier geven ze gestalte aan deze geniale pianist die verschillende jaren doorbracht in mentale instellingen.
Maatschappelijke wantoestanden vormden voor de Belgische film La Promesse een bron van inspiratie. La Promesse brengt in een onvervalste Ken Loach stijl het relaas over een familie die het transport en het verblijf van illegalen organiseert. Vader en zoon komen echter lijnrecht tegenover elkaar te staan wanneer op een dag één van de illegalen om het leven komt bij een arbeidsongeval. Zonder te vervallen in een saai sentimenteel sociaal drama wordt op een aangrijpende manier de verandering van de visie van de zoon op deze mensenhandel in beeld gebracht.
Dat de politieke toestand in een land genoeg materiaal kan opleveren voor een knappe dramatische thriller bewees Son Mother's Son. Na het immense succes van In The Name Of The Father verkozen de producenten om hun nieuwste film opnieuw te situeren in de recente geschiedens van Ierland. Ditmaal gaat het over de invloed van de huidige burgeroorlog op het leven van gewone mensen. Dat het publiek de voorzichtige en emotionele aanpak van regisseur Terry George apprecieerde bleek op het einde van het Festival waarbij Son Mother's son als winnaar van de publieksprijs uit de bus kwam.
Zowel La Promesse als Son Mother's Son zijn ernstig van toon. Dat in tegenstelling met de Finse tragi-komedie Drifting Clouds van Aki Kaurismaki. Deze film gaat over leven van een Fins koppel dat op korte termijn werkloos wordt. Ze besluiten, uit pure noodzaak, dan maar om als zelfstandige te beginnen. Ondanks het tragische aspect van het behandelde onderwerp komt het geheel niet zwaar over. Dit is te danken aan de aanwezigheid van een heerlijke dosis zwarte humor.
Op het filmfestival waren er dit jaar een paar ongewone relatiefilms te zien. Angel Baby is er één van. Het speelt zich af in een psychiatrische kliniek waar Harry en Kate verliefd worden op elkaar. Niettegenstaande het hevige protest van hun omgeving besluiten ze om samen te gaan leven. Precies omwille van hun medisch verleden lukt dit niet en komt hun relatie onder zware druk te staan. Door de subtiele benadering van de makers is dit een meesterwerk geworden. Van hetzelfde niveau is Beautiful Thing over de beginnende romance tussen twee jonge homoseksuelen. Nergens versterkt de film de vele vooroordelen over homo's. Het is één de meest eerlijke en sterkste love-stories van de afgelopen jaren.
De langverwachte nieuwe Cronenberg-film Crash was één van de grootste ontgoochelingen van het festival. Crash is een bewerking van het provocerende verhaal van de Britse schrijver J.G. Ballard over de seksuele stimulans van zware auto-ongevallen. Zelfs de aanwezigheid van vele Amerikaanse topvedetten (Holly Hunter, James Spader) kunnen de film niet redden. Mogelijk nog slaapverwekkender was de Britse thriller Secret Agent met Bob Hoskins in de hoofdrol. Secret Agent gaat over het leven van geheimagenten in het Londen van de negentiende eeuw. Een misser van formaat van de regisseur van Carrington.