FILMFESTIVAL VAN GENT

Kortfilmcompetitie

Het medium kortfilm dient in eerste instantie om jonge filmmakers het bewijs te laten leveren van de aanwezigheid van enig filmisch talent.

Toch ontsnapt ook de realisatie van kortfilms niet aan de huidige trend van professionalisering van de volledige filmsector. Het maken van een kortfilm wordt meer en meer een zaak van cineasten die in Belgie reeds een artistieke faam hebben. In totaal waren er negentig kortfilms te zien op het filmfestival. Slechts negen daarvan werden toegelaten tot de officiële competitie.

In deze matige competitie waren er praktisch geen creatieve films aanwezig. Het merendeel van de negen projecten zat technisch wel goed in elkaar, maar was dikwijls een mini- langspeelfilm. Eén van de meest spannende kortfilms was Jingle Bells van Dirk Beliën. Een man bij een benzinestation heeft geen betaalkaart bij zich en vraagt aan een naïeveling om even zijn kaart te gebruiken. Pas te laat merkt de jongeman dat het hier gaat om een geraffineerde bedrieger. In een tijdsspanne van dertien minuten weet de maker de kijker te boeien met deze kleine thriller.

Berncastel van Rob van Eyck met Wendy Van Wanten kon de voorbije maanden al op grote mediabelangstelling rekenen omwille van zijn ongewone keuze voor de hoofdrol. Van Wanten komt visueel zeer goed over maar wist ons niet te overtuigen als actrice. Ze is op geen enkel ogenblik een moeder die jarenlang haar kind heeft verwaarloosd. Het blijft teveel aan de oppervlakte hangen.

Een film die opviel door zijn futuristische achtergrond was Grijs van Christophe van Rompaey. De invloed van de filmklassieker Metropolis met zijn zelfde monumentale gebouwen blijkt in de jaren negentig nog heel groot te zijn. Het verhaal van Grijs over de vervreemding van de mensen was jammer genoeg te mager om de aandacht lang vast te houden. Gelukkig was het camerawerk van Ilse Hendrickx zo goed dat dit niet echt stoorde.

De winnaar van deze competitie werd de Gentse film Leonie van Lieven Debrouwer met Dora Van Der Groen. Dora Van Der Groen is een oudere vrouw die bij het overlijden van haar man terugdenkt aan hun jarenlang samenzijn. Via een flashback-structuur worden een aantal momenten uit hun gezamenlijk leven getoond. Echt verassend of vernieuwend is het niet maar het geheel straalt een zekere kwaliteit uit.

De meest creatieve kortfilm kwam echter van Klaartje Schrijvers met haar animatiewerk Die Unschuld muss hier schuldig sterben. Zij koos als onderwerp een interpretatie van de mythe van de Minotaurus. Dit was zeker geen voor de handliggende keuze en getuigt van veel moed. Veel minder origineel was Over The Rainbow van Rudolf Mesdagh dat meer een ondermaatse reclamefilm voor jeans was dan een kortfilm in competitie.

In andere programmagedeelten van het festival waren regelmatig betere kortfilms te zien. Een van de beste was het Britse Reflections. Op minder dan tien minuten wordt een eeuw Britse filmgeschiedenis overlopen. Maar in het filmspectrum van Belgische korte werken waren er ook aangename verassingen. Zo bijvoorbeeld Blood Alive van Vincent Bal. Hij weet op een leuke manier de verschillende verhaalelementen van een klassieke thriller te gebruiken om telkens de kijker in verwarring te brengen.