PORTRET PETER GREENAWAY

Postmoderne intellectueel

Greenaway werd geboren op 5 april 1942 in Newport (Wales). Vandaag is deze cineast één van de grootste in filmland. Nochtans genoot hij een opleiding als schilder. Dit is ook de hoofdreden waarom zijn films zo'n sterke esthetische inslag vertonen. Over zijn filmoeuvre zijn de meningen erg verdeeld. Onterechte vooroordelen bestempelen hem als een filmmaker voor dat kleine, besloten kringetje van intellectuele snobs.

Greenaway begon zijn filmcarrière in 1965. In die periode maakte hij vooral korte films zoals Window (1975) waaruit duidelijk zijn fascinatie sprak voor glossaria, lijstjes en classificaties - in dit geval de catalogisering van alle mensen die uit een raam dood vielen ergens in een landelijk dorpje. Nadien werden zijn films er steeds langer op en kreeg hij meer internationale aandacht. Een eerste schot in de roos in die context was zijn The Draughtsman's Contract uit 1982. Deze 18e-eeuwse seksuele intrige plaatste de Engelse film opnieuw in de kijker en vormde meteen een staalkaart van Greenaway's filmstijl. Formele symmetrieën en parallellen, een spiegelpaleis van plotelementen die verschillende keren herhaald worden om een barokke structuur te creëren.

Zijn drie volgende projecten, A Zed & Two Noughts (1985), The Belly of an Architect (1987) en Drowning by Numbers (1987), genoten niet hetzelfde verhoopte succes als The Draughtsman waarop Greenaway met The Cook, The Thief, His Wife & Her Lover (1989) terug keerde naar een meer toegankelijke stijl. Met deze prent kreeg Greenaway ook voor het eerst erkenning van over de grote plas. Groot tumult ontstond er echter toen zijn Prospero's Books verscheen in 1991, een eerste deel in een historische trilogie. Voor deze postmoderne revisie van Shakespeares The Tempest werd hij door de enen de hemel ingeprezen, anderen noemden het inhoudsloos. The Baby of Macon (1993) dat het tweede deel vormt in deze trilogie, was meer een satire-achtige prent die zich afspeelde in een denkbeeldige wereld van het 17e-eeuwse hof van de Medici's.

Met The Pillow Book, één van Greenaway's meest toegankelijke verhalen, zoekt hij verder in de schemerzone tussen literatuur en anatomie, taligheid en fetisjistische erotiek. Wat voor Greenaway het meest evident is in zijn eigen leven, seksualiteit en literatuur, worden in dit werk als het ware één. De welgeschapen lijven die hierin verschijnen met hun contextuele omgeving maar ook de historische inkadering van dit Japans verhaal, geven voor de zoveelste keer aan dat Greenaway, in tegenstelling tot wat men beweert, wel maatschappelijke thema's aansnijdt en taboesferen doorbreekt.

Geduld en aandacht, en Greenaway's films bloeien voor je open.