Vroeg geïnspireerd door de magie van O'Brien in King Kong, en de magie van Ray Harryhausen in films zoals The Seventh Voyage Of Sinbad; besloot de jonge Tippett in de voetsporen van deze laatste te treden. Op dertienjarige leeftijd was hij reeds een selfmade filmmaker, en hij werd een professionele animator voor televisiereclames toen hij pas zeventien was. Hij onderbrak zijn carrière om naar de University Of California te gaan en leerde een groep jonge effect artiesten kennen, waaronder Jon Berg (die later ook aan Star Wars zou meewerken) en Dennis Muren, die zijn leven grondig zouden veranderen. Het was Muren die zijn ticket tot de wereld die special effects heet verzilverde door hem bij ene George Lucas aan te bevelen voor zijn obscuur sciencefiction vehicel: Star Wars (1977).
Naast een aantal creaturen uit de befaamde cantina-scène viel vooral zijn schaakbord-animatie in de smaak. In het tweede luik van dit epos animeerde hij de Tauntauns en realiseerde hij (samen met Jon Berg) één van de indrukwekkendste stop-motion sequenties ooit, de Imperial Walkers op de planeet Hoth. Zoals het een legendarische fx-goeroe in spe betaamt, voegde hij zijn eigen bijdrage toe aan het arsenaal illusietechnieken: samen met Dennis Muren, Stuart Ziff, Gary Leo en Tom St. Amand ontwikkelde hij de Go-Motion, een verbetering van de oeroude Stop-Motion techniek.
Na een voorzichtige poging in The Empire Strickes Back (1980) kreeg hij de kans om zijn pasgeboren troetelkind te demonstreren in Dragonslayer (1981). Opgeklommen tot het hoofd van de creature shop van ILM hielp hij mee aan het ontwerp, de ontwikkeling en de constructie van een horde aliens (waaronder Jabba The Hutt) in The Return Of The Jedi (1983), en verdiende zo zijn eerste oscar voor beste visuele effecten, nadat hij voor Dragonslayer reeds een nominatie had gekregen. In 1984 besloot hij ILM te verlaten om een oud droomproject waar te maken: een experimentele kortfilm over het dierenrijk van 65 miljoen jaar geleden. Prehistoric Beast zou uiteindelijk tien minuten lang worden, en Tippett werkte er gedurende bijna twee jaar aan in zijn garage.
Na de oprichting van zijn eigen firma Tippett Studio ontwikkelde hij verder zijn dinosaurus-techniek en won voor de CBS-documentaire Dinosaur! in 1985 een Emmy Award voor speciale effecten. Ook voor zijn werk aan Ewoks: The Battle For Endor (1984) kreeg hij deze prijs. Voor deze laatste (televisiefilm) werkte hij opnieuw samen met Lucasfilm en dit zou zeker niet de laatste keer zijn. Ewoks: Caravan Of Courage (1985), Howard The Duck (1986) en Willow (1988) waarvoor hij zijn derde oscarnominatie in de wacht sleepte. Samen met zijn studio werkte hij nog ondermeer aan Golden Child (1987), Ghostbusters II (1989), Honey, I shrunk The Kids (1989) en Coneheads (199?), terwijl hij effecten uit de drie Robocop films (1987, 1990, 1991) tot het hoogste niveau bracht.
Daar waar Jurassic Park, met zij computeranimatie bijna de doodsteek betekende voor de traditionele stop-motion animators, maakte Tippett de brug tussen beide technieken. Oorspronkelijk zou hij de dinosauriërs via klassiek technieken tot leven brengen, maar toen Spielberg een computertest van ILM te zien kreeg was hij zo in de wolken dat hij besloot om zijn geld op computeranimatie te zetten. Tippett kon met de grootste moeite omgepraat worden om toch op het project te blijven Computerspecialist zijn impliceert immers nog geen animatietalent. Hij gaf de animatoren bewegingslessen, en maakte goedkope stop-motion 'animatics' die als bewegende storyboards dienst deden.
Door middel van een samen met ILM ontworpen DID (Dinosaur Input Device) definieerde hij de bewegingen van de dinosauriërs en kon hij zijn traditionele vaardigheden in het computertijdperk handhaven. Voor Jurassic Park kreeg hij terecht een oscar. Samen met zijn studio begon hij daarna met het ontwerpen van de draak, en het maken van CGI animatics voor Dragonheart. Het onwerp dat hij afleverde was zo complex dat het met moeite in de computer kon gemodelleerd worden. Bij ILM noemden ze het dan ook toepasselijk 'Tippett's Revenge'. Nu is hij druk bezig met Starship Troopers, de nieuwste van Paul Verhoeven; in 1997 verwacht in de zalen.