Het leven van bekende, en vaak controversiële mensen verfilmen is een zeer hachelijke onderneming vermits harde, vaak emotionele kritiek inherent deel uitmaakt van dit sub-genre, maar het kan wel voor uiterst boeiende cinema zorgen. In Nixon bijvoorbeeld nam Oliver Stone ons op schitterende wijze mee achter de schermen van Het Witte Huis en Watergate, terwijl Anthony Hopkins op magistrale wijze één werd met Nixon. Een metamorfose die hij echter niet geheel kon herhalen in het teleurstellende Surviving Picasso. Ook Madonna weet op perfecte wijze in de huid van haar personage te kruipen, en brengt ons op de valgreep de meest besproken film van het jaar: Evita.
Ook Dead Man Walking was gebaseerd op echte personages, en met als thema de terdoodveroordeling leverde dit dankzij uitstekende acteerprestaties zeer aangrijpende cinema op. Sharon Stone probeerde in Last Dance dezelfde toer op te gaan, maar verloor meteen alle krediet die ze met Casino had opgespaard. In die ultragewelddadige, maar knap gemaakte, gangsterprent van Martin Scorcese kreeg ze dan ook de steun van Robert DeNiro en Joe Pesci.
Opvallend dit jaar waren ook de 'gerechtvaardigde wraakfilms'. In het zwakke Eye For An Eye mocht Sally Field ongestraft de moord op haar dochter wreken en ook in A Time To Kill en Sleepers gaan de (wraak-)moordenaars vrijuit. Van deze films is enkel Sleepers redelijk geslaagd.
Heel opvallend was de trend om oude romans van Jane Austin, Thomas Hardy en andere genre-genoten te verfilmen, en dat leverde in enkele gevallen prachtige cinema op. Sense And Sensibility bijvoorbeeld, waarin Emma Thompson en Kate Winslet een heerlijke prestatie neerzetten. Winslet wist haar prestatie nog vele malen te verbeteren in Jude, een huiveringwekkende mooie film waarin de jonge Britse actrice haar immens talent tentoon spreidt. Maar een dergelijke verfilming kan ook totaal mislukken: Persuasion en Lane Eyre bijvoorbeeld.
Maar dat ook hedendaags drama verbazingwekkend sterk kan zijn bewees Mike Leigh met Secrets & Lies, en ook Mike Figgis wist met Leaving Las Vegas, en twee schitterende vertolkingen van Nicolas Cage en Elisabeth Shue, een gevoelige snaar te raken.
Dat ook grote namen helemaal niet garant staan voor grootse cinema bewees Michelle Pfeiffer in Dangerous Minds, en ook Michael Cimino mocht deze stelling staven met het teleurstellende Sunchaser. Ook Ridley - Alien, Blade Runner - Scott stelde ons nog maar eens teleur met White Squall. Mooie beeldjes, dat wel.
Kortom: 1996 was (weer maar eens) een jaar met een aantal top dramafilms, maar vooral met een zeer brede grijze middenmoot. Dat het volgend jaar beter moge zijn.