Wie durft te beweren dat er geen interessante horrorfilms meer gemaakt worden, heeft het nochtans niet bij het rechte eind. Er kwam dit jaar een nieuwe verfilming van Edgar Allan Poe's oerklassieker The Black Cat en een remake van Roger Cormans legendarische Pirana. Veteranen Wes Craven (Mind Ripper) en Stuart Gordon (Castle Freak, een nieuwe Lovecraft-adaptatie) waren eveneens van de partij. En je had de releases van onder meer Rumpelstilskin (Leprechaun-nieuwe-stijl), The Stendal Syndrome (Dario Argento), Halloween VI, Bram Stoker's Burial of the Rats, een zoveelste Poltergeist-spinoff en een Tremors-sequel. Eén probleem slechts: al deze films haalden het Europese grote doek niet. Wie wil bijblijven, moet noodgedwongen de videotheek induiken. En huren maar.
Dat is erg jammer, want niets is leuker dan in het cinemadonker beven en sidderen van doodsangst. Dit jaar overkwam het ons welgeteld één keer: bij Seven, een onvervalste parel uit de handen van David Fincher. Hou deze man overigens in het oog. Hij zet momenteel zijn tanden in de adaptatie van Stephen Kings paranormale turf Insomnia. Serieuze pogingen om horror te brengen bleven nogal uit. Je had Stephen Frears horror-uitje Mary Reilly (dat het Jekyll and Hyde-thema herkauwde, ditmaal vanuit het standpunt van de huishoudster) en de half-mislukte heksenfilm The Craft, maar daar bleef het dan ook bij. John Carpenters Village of the Damned bijvoorbeeld bleef teveel op de vlakte en zal alleen bijblijven als de laatste rol van Superman Christopher Reeve.
Clive Barker was dit jaar met twee films in de zalen. Als producer van Hellraiser IV (een film die teveel wilde vertellen in een te kort bestek) en als regisseur van Lord of Illusions, een adaptatie van The Last Illusion uit de veelgeprezen Books of Blood. Met die Lord of Illusions probeerde Barker, de perfectionist, de focus van de villain (à la Pinhead en Freddy Kruger) te verleggen naar de held (in dit geval de privé-detective Harry d'Amour). Maar Lord of Illusions was te verwarrend (wie heeft de rol van het personage Nix bijvoorbeeld begrepen?) om echt te kunnen boeien.
Opvallend waren de vele pastiches en parodieën dit jaar. Dracula: Dead and Loving It betekende zonder enige twijfel het dieptepunt van het mooie filmoeuvre van de 70-jarige Mel Brooks. Het was pijnlijk om te zien hoe raskomiek Leslie Nielsen de meubelen van dit Dracula-afkooksel probeerde te redden. Het eeuwfeest van Bram Stokers origineel had zich trouwens een leukere hommage kunnen voorstellen. Wes Cravens A Vampire in Brookline (met Eddie Murphy als bloedzuigende mutant) bracht ook niet veel meer dan een allang leeggezogen verhaaltje. Enkel From Dusk Till Dawn miste zijn doel niet. De Rodriguez-Tarantino samenwerking was duivels-spitsvondig, gortig, amusant en leuk om naar te kijken. Samen met Seven een klein lichtpunt in een horrorloos cinemajaar.