Wie komedie zegt, denkt sedert twee jaar aan Jim Carrey en ook in 1996 konden we niet aan Hollywoods breedsmoelkikker ontsnappen. Tot twee keer toe zelfs: onlangs nog met The Cable Guy, een volledig mislukte poging om eens anders dan anders te zijn en in het voorjaar kregen we Ace Ventura: When Nature Calls op onze boterham, een behoorlijk vervolg op de prent waarmee het voor Carrey in de zomer van 1994 allemaal begon.
De leukste films komen echter steeds uit onverwachte hoek en dat was ook dit jaar niet anders, al bleef de oogst beperkt tot één verrassing maar dan wel eentje die kon tellen: Babe, het leuke speledingetje over een sprekend varken dat zowaar ging meedingen in de oscar- race eind maart. Een leuke, komische, charmante en bijwijlen ontroerende film die bij zijn release perfect de concurrentie aankon met de Brad Pitt- thriller Seven en meteen goed was voor een plaatsje in de top vijf van dit jaar. Ook vermeldenswaard maar wel van een heel ander niveau: The Birdcage, een homokomedie met Robin Williams en Nathan Lane in de hoofdrollen. Geen cinefiele kost, akkoord, maar lachen deden we toch meer dan eens. Al had een naderende eerste zittijd daar misschien ook wat mee te maken.
Waarbij we meteen beland zijn bij de grijze middenmoot: de films van misschien wel willen, maar absoluut niet kunnen. We vermelden toch maar Dunston Checks In, met een heuse orang-oetang, goed voor een lach en een traan bij de jongsten en een hartaanval voor GAIA-freaks. In dezelfde lijn was er ook nog It Takes Two, met naast Steve Guttenberg en Kirstie Alley de jonge Olsen-tweeling aan het roer. Of Spy Hard, een hopeloze comeback van Leslie Nielsen om zijn Naked Gun-niveau te evenaren. Over comeback gesproken: iemand Sgt. Bilko oftewel de nieuwe Steve Martin gezien? Lijkt ons vrij onwaarschijnlijk, want de prent werd slechts in zegge en schrijven drie (3!) steden in ons kikkerlandje uitgebracht. Hetzelfde lot was trouwens ook Down Periscope toebedacht, een duikbootprent in dezelfde lijn als de onuitputtelijke Police Academy-reeks. Onnodig te zeggen dat beide films dan ook weinig of niets toevoegden aan het filmjaar.
En dan komen we aan het rijtje van pseudo-komedies die zo kunnen meedingen voor de prijs van flop van het jaar en hou je vast: The Nutty Professor met Eddie Murphy, een onmogelijk verhaal met de oplossing voor de lijners onder de movie-lezers maar voor de rest puur tijd- en geldverlies; Jingle All The Way, een archislecht kerstvehikel waarin Arnie Schwarzenegger als pseudo kerstman nogmaals duidelijk maakt dat hij voor dit soort films niet in de wieg is gelegd en ten slotte, godbetert, het Demi Moore-gedrocht Striptease. Het moest een komedie voorstellen, maar dat hadden we uiteindelijk slechts door toen iemand zo vriendelijk was om ons wakker te schudden. En daar konden zelfs de borsten van mevrouw Bruce Willis geen verandering in brengen.
Om af te ronden nog enkele namen, die wegens plaatsgebrek slechts een enkele vermelding krijgen maar uiteindelijk ook niet meer dan een druppel op een hete plaat waren: Multiplicity, waarin we meer oog hadden voor de special effects dan voor de grappen en grollen van Michael Keaton en Andie Macdowell. Een Clueless, met een knappe Alicia Silverstone en een perfecte timing (net na de juni-examens) maar ook niet meer dan dat. Momenteel draait ook nog Jack, een niemendalletje van Francis Ford Coppola die ongetwijfeld nog wat wil meepikken van de hele kerstsfeer en daar meer dan waarschijnlijk nog in zal slagen ook. Maar dat uiteindelijk een klein, lief varkentje met de prijzen zou gaan lopen, kon allicht niemand voorspellen. Meer dan verdiend overigens. Een voorbeeld voor het komende jaar!