- Daylight In de realiteit is een ramp meestal veel te snel en te eenvoudig gebeurd, maar om zoiets op film te krijgen, is heel wat speciale effecten kennis nodig. Zoals in Daylight bijvoorbeeld. In die nieuwste Stallone-film speelt een tunnel de eigenlijke hoofdrol, en daarom werden kosten noch moeite gespaard om die zo goed mogelijk in beeld te brengen. In de Italiaanse Cinecitta-studio's liet regisseur Rob Cohen een 500 meter lange tunnel nabouwen voor de scènes met de acteurs. De heksenketel begint wanneer in Daylight een stel dieven de tunnel binnen vluchten, en daar een ongeval veroorzaken waarin ook vrachtwagens met chemische producten zijn betrokken. De scènes in de tunnel werden opgenomen met een 200-tal auto's die een vooropgesteld parcours volgden. Dertig met stuntmannen bemande auto's bevonden zich in de actiezones. Bepaalde stunts werden live uitgevoerd, zoals de doorboring van het wachthuisje. De stuntman had welgeteld 1/6 van een seconde om weg te duiken vooraleer de auto door het glas kwam. Het beste effect is evenwel de ontploffing. Een ontploffing die trouwens veel realistischer is dan die uit Independence Day. Het is een combinatie van echte explosies (van legende Kit West), en miniatuur en digitale effecten (van onder andere Industrial Light and Magic). Ook de eindsequentie met de blow-out is een effect van ILM, maar jammer genoeg staat die niet in verhouding met de kwaliteit van het andere fx-werk. Stallone nam trouwens heel wat van zijn stunts voor eigen rekening.
- The Frighteners Hoogtechnologische speciale effecten uit Nieuw-Zeeland? Het lijkt onwaarschijnlijk, en je moet dan ook een gepassioneerd en getalenteerd filmmaker zijn om de grote Hollywood fx-huizen de loef af te steken. Voor regisseur Peter Jackson was The Frighteners de kans om zijn levenslange passie voor speciale effecten ook in daden om te zetten. Het klein fx-huis dat hij voor Heavenly Creatures had opgericht (Weta Ltd.) werd daarvoor met talent uit de hele wereld uitgebreid. Ex-ILM'er Wes Ford Takahashi werd aangetrokken om de effecten te superviseren, en uiteindelijk leverde hij met zijn 35 man sterke groep niet minder dan 570 effect-shots (bijna 52 minuten) af, waarvan een groot deel computergegenereerd. Zo is de langs muren sluipende man volledig digitaal, en werden ook de andere geesten door de computer gehaald. Men vertrok meestal van blue-screen opnames van acteurs, die men dan met behulp van de computers bewerkte om zo een zekere gloed en transparantie te bekomen. Maar ook traditionele make-up kan nog steeds standhouden in digitale revolutie. Niemand minder dan grootmeester Rick Baker (The Nutty Professor) zorde voor de make-up van de wel zeer uitgemergelde rechter. Met The Frighteners bewees Peter Jackson dat het wel degelijk mogelijk is om buiten de Verenigde Staten een grote effectenfilm tot een goed einde te brengen. Met zijn volgende project, King Kong, gaat hij nog een stap verder.
- Space Jam Negen jaar na het baanbrekende Who Framed Roger Rabbit krijgen we opnieuw een film waarin traditionele animatie wordt gecombineerd met echte acteurs. En omwille van de grote interactie tussen beide werelden moesten de fx-goochelaars beroep doen op de allerlaatste fx-technieken. Toen Who Framed Roger Rabbit in 1988 op het publiek werd losgelaten was iedereen vol lof over de technische prestaties van ILM, maar de productie was hels geweest. De mensen achter Space Jam wisten dus waaraan ze zich konden verwachten, en de uiteindelijke balans, meer dan 1000 samengestelde beelden (een combinatie van live-action, traditionele animatie en computeranimatie) is dan ook een met zweet doordrongen record geworden. Voor de eenvoudigste scènes filmde men de acteurs voor een groen scherm, waarna de traditionele animatoren die beelden gebruikten om de tekenfiguren op papier te zetten. Alles werd ingescand in de computer, en samengevoegd met een achtergrond (echt, of getekend). Om het publiek te laten geloven dat beide soorten acteurs in dezelfde wereld vertoefden was het noodzakelijk om heel wat kleine details (bv. schaduw en lichteffecten) in de beelden te integreren, en dit terwijl de camera bewoog. Zo bevatten bepaalde scènes meer dan 70 fx-elementen! In het 15.000 man sterke publiek lopen zelfs volledig computergegenereerde supporters rond. En de basketbal waarmee Michael Jordan speelt? Die is in zijn handen echt, maar verandert in een CGI-bal wanneer hij een past naar een tekenfilmfiguur.
Mars Attacks! Een Tim Burton-film is altijd een visueel festijn, en nu hij de kans kreeg om de bijna legendarisch Mars Attacks! prenten naar het grote scherm te brengen, inviteerde hij de allerbesten aan zijn feestdis, om via hoogtechnologische fx-technieken zijn visie in beelden om te zetten. Burton was oorspronkelijk van plan om stop-motion te gebruiken voor zijn buitenaardse aanvallers, maar na een demo van ILM besloot hij zijn geld op computeranimatie te zetten. Een aantal miniatuursets en stop-motion poppen waren reeds gemaakt, en ILM maakte daar dankbaar gebruik van. De poppen werden ingescand, en werden in de miniatuursets gebruikt als voorbeeld voor de animatoren. Een aantal buitenaardse omgevingen (de binnenkant van de ruimteschepen) zijn dus modellen, maar daar waar interactie nodig was richtte men zich tot het computerdepartement. De computeraanpak had trouwens nog een voordeel: nu moesten de animatoren de helm van de ruimtewezens niet telkens afzetten om het hoofd te animeren... Ook van de partij waren de relatief nieuwe Warner Digital Studio's. Daar waar ILM zich bezig hield met de ruimtewezens zelf zorgden zij voor de ruimteschepen. Zo is de beginscène uit de film van hun hand, en die bestaat uit een groot model van een Mars-landschap, en computergegenereerde openingen en vliegende schotels. De experimenten tenslotte die op Pierce Brosnan en Sarah Jessica Parker worden uitgevoerd zijn het resultaat van blue-screen werk en een computerhond.
- Star Trek VIII Voor de Next Generation bemanning van de Enterprise is het de eerste keer dat ze er alleen voor staan in een filmversie van de enorm succesvolle serie, maar voor de fx-goochelaars van Industrial Light and Magic was Star Trek: First Contact reeds het zesde film-avontuur in het Star Trek universum. Vermits de Enterprise-D een pijnlijk lot beschoren was in de vorige film begon ILM met het maken van een nieuw, drie meter lang model: De Enterprise-E. Onder leiding van ILM special effects supervisor John Knoll (Mission: Impossible) werden ook voor de Borg, ongetwijfeld de meest indrukwekkende slechterikken ooit in het Star Trek Universum, nieuwe ruimteschip-modellen gemaakt. De enorme detaillering, in combinatie met beperkte computermiddelen en een gelimiteerde tijd (slechts vijf maanden), leidde tot de beslissing om zich voor de twee schepen tot deze ouderwetse technieken te richten. Ook de Phoenix (met de eerste Warp aandrijving) is een model. Voor schepen die tijdens ruimtegevechten in de achtergrond vertoeven deed men dan wel weer beroep op computers. Oscar-winnaar (en Star Trek veteraan) Michael Westmore zorgde ervoor dat de Borg een meer Gigeresk (en dus bio-mechanisch) uitzicht kregen. Er is trouwens sprake van geweest dat H.R. Giger (Alien) zelf de nieuwe Borg zou ontwerpen, maar zover is het jammer genoeg nooit gekomen.