24E FILMFESTIVAL VAN BRUSSEL 1997

De come-back van de Duitse cinema

Brussel werd van 15 tot en met 25 januari omgetoverd tot een echte filmstad. De organisatoren wilden met dit evenement de aandacht vestigen op de Europese productie van kwaliteitsfilms.

Het is dan ook een groot raadsel waarom een ondermaatse Franse film als Didier vertoond werd op het Festival. Het ridicule verhaaltje over een hond die plots verandert in een superbegaafde voetballer is voor ons het dieptepunt van de 24e editie van het Festival. Was het misschien simpelweg de bedoeling om de distributeur van Didier ter wille te zijn met extra promotie voor zijn film? Mogelijk nog erger was het gesteld met een ander Frans onding, C'est Pour La Bonne Cause geproduceerd door de ex-baas van Warner-België, John Delville. Het was zelfs één van de negen geselecteerde films voor de Europese competitie van de beste langspeelfilm op het Filmfestival. De creatieve uitschieters binnen die wedstrijd waren de Duitse Lea (zie foto) en de Deense productie Portland.

Lea is de naam van een een jonge vrouw die door haar pleegouders verkocht wordt aan de vroegere beroepsmilitair Herbert. Ze wordt van de ene dag op de andere eigendom van een voor haar totaal vreemde man. Bovendien dwingt Herbert Lea tot een huwelijk omdat ze veel uiterlijke overeenkomsten vertoont met zijn pas overleden vrouw. Dit geforceerde samenzijn van de twee mensen lijkt gedoemd om te mislukken. Maar na enige tijd begint Herbert zijn artistiek begaafde vrouw te begrijpen. Hij komt ook veel te weten over haar dramatische jeugd en de daaruitvolgende zwijgzaamheid. Trefzeker en zonder al te veel romantische franjes levert de realisator Ivan Fila een indrukwekkend emotioneel geladen drama af.

De met Duits geld gedraaide film kreeg van de jury de Kristallen Ster toegekend voor de beste Europese langspeelfilm van het tiendaagse filmgebeuren. Traditiegetrouw krijgt het aanwezige publiek ook de kans om zijn voorkeur kenbaar te maken uit alle vertoonde Europese prenten via de Nescafe Gouden Boon prijs. Dit jaar bekroonde zij, net zoals de jury, de ontroerende film Lea. Deze twee prijzen houden in dat de toekomstige distributie van Lea wordt ondersteund met een bedrag van 5.200.000. De briljante Deense film Portland van Arden Oplev had veel minder geluk. Het verhaal over de bikkelharde overlevingsstrijd van 2 broers in een criminele samenleving was geweldig fascinerend maar werd op geen enkele wijze hiervoor gehonoreerd.

Bijzonder grappig was Les Conspirateurs Du Plaisir van Jan Svankmajer uit het voormalige Tsjechoslovakije over de vreemde fantasieën van alledaagse mensen. Dit kleine komische meesterwerk met praktisch geen enkele dialoog kon maar op weinig bijval rekenen zowel bij de journalisten als bij het aanwezige publiek. Trouwens waarom kreeg dit onconventionele project geen plaats in de Europese competitie? Durfden de verantwoordelijken het niet aan om de minderwaardige Franse films te schrappen uit het programma van het Festival?