Voor The Adventures Of Pinocchio trok regisseur Steve Barron daarom naar de Jim Henson's Creature Shop in Londen, waarmee hij reeds had samengewerkt voor zijn Teenage Mutant Ninja Turtle films. Hij wilde een wandelende en pratende pop die perfect kon interageren met de rest van de personages. Na een grondige studie van het script besloot men dat er negen verschillende poppentypes nodig waren: van een volledig gemechaniseerde wandelende Pinocchio, tot gedetailleerde handpoppen en zelfs een 'waterpop'. Voor het uiteindelijke ontwerp van de pop gebruikte men ook afbeeldingen van Jonathan Taylor Thomas die de vleesgeworden Pinocchio zou spelen.
Om de poppen die uiteindelijk in glasvezel zouden gemaakt worden een realistischer uitzicht te geven modelleerde men het origineel in hout, zodat alle typische karakteristieken van een houtsculptuur automatisch werden meegecopieerd. Om een grote vrijheidsgraad in emoties te hebben werden drie verwisselbare hoofden ontworpen, die elk met behulp van zestien ingebouwde servomotoren vanop afstand te besturen waren. Om de lippen van de pop perfect te laten meebewegen met de tekst (lip-synchroon maken dus) gebruikte men het gesophistikeerde Henson Performance Control System waarvoor men enkele jaren geleden een Technische Oscar mocht ontvangen. Hiervoor nam men eerst de dialogen van Jonathan Taylor Thomas op, waarna de poppenspelers de lip-bewegingen konden programmeren. Tijdens de echte opnames moest men zich dan nog enkel concentreren op de rest van de animatie.
Het meest spectaculair is natuurlijk de wandelende Pinocchio, waarvoor men twee werkwijzes gebruikte. Een deel van de opnames werden gemaakt op een blue-screen set, waarbij de poppenspelers volledig in het blauw waren gekleed, en zo tijdens het toevoegen van de echte achtergrond ook werden verwijderd. Voor andere scènes vond men het nuttiger om op lokatie te gaan filmen. Hiervoor gebruikte men een pop die met de rug aan een stang was bevestigd, en zo, aan de hand van in die stang verborgen kabels, door een groep meelopende poppenspelers tot leven werd gebracht. Hiermee spaarde men tijdrovende blue-screen opnames uit, en mits een doordachte kadrering kon men zo het aantal te corrigeren beelden beperken.
Pinocchio is wel het meest bekend omwille van zijn neus die onrealistische proporties aanneemt wanneer hij liegt. Hiervoor gebruikte men glasvezel exemplaren, waarvan enkele later (wegens een onvoldoende) door CGI werden vervangen. Ook het groeien van de neus gebeurde in de computer. Het franse Medialab mocht tenslotte de krekel Pepe tot leven brengen. Men opteerde hiervoor voor een volledig computergegenereerd exemplaar. Men probeerde de animatie eerst door middel van een motion capturingsysteem te versnellen, maar ook hier bleek deze overroepen techniek niet voldoende te werken op een niet menselijk karakter. Ook voor de Indiana Jones achtige rit door een mijnschacht gebruikte men naast modellen de computer om een 360 rotatie te kunnen realiseren.
Maar al bij al is dit een prachtig voorbeeld dat traditionele animatronics-technieken nog lang niet in het museum horen.