HAMLET IN 70MM

Om ter grootst

Hamlet, de nieuwe Shakespeareverfilming van Kenneth Branagh is op meerdere vlakken groots te noemen. Niet alleen slaagt Branagh er in om de volledige originele tekst te brengen met een enorme cast, maar de film is daarbij ook nog eens 4 uur lang en is gefilmd in het prachtige 70 mm formaat.

Een aantal goed uitgeruste filmzalen in onze lage landen mogen dan nog gezegend zijn met 70 mm projectoren, veel 70 mm producties krijgt de bioscoopbezoeker niet te zien. En dat om de eenvoudige reden dat het aantal in grootbeeld opgenomen narratieve films zeer beperkt is. En die zijn in wezen sterk verschillend met de meer gekende naar 70 mm getransfereerde 35 mm producties.

Het is sinds Far and Away van Ron Howard en Little Buddha van Bernardo Bertolucci (en dan nog maar gedeeltelijk) geleden dat een grote productie nog eens op 70 mm pelicule werd opgenomen. Verschillende kortfilms en niet narratieve langspeelfilms gebruikten ook het grote formaat, maar Hamlet is dus de derde 'grote' film in pakweg 25 jaar die de 70 mm camera's nog eens bovenhaalde.

70 mm (of 65 mm als men de brede geluidsband niet meerekent), kende zijn hoogdagen tussen 1952 en 1970 met films als Oklahoma, My Fair Lady, Cleopatra, Lawrence Of Arabia, Ben Hur, Ths Sound Of Music, Ryan's Daughter en 2001: A Space Odessey, om daarna in ongebruik te geraken. De grote beeldformaten werden reeds in de twintiger jaren ingevoerd, maar werden een tiental jaar later reeds weggeborgen wegens de te grote kosten. Niet alleen waren de opnames duurder, ook de bioscopen moesten zware kosten maken om nieuwe projectie-apparatuur in huis te halen.

In 1952 waren de studio's echter bang van de televisie-concurrentie, en probeerden het publiek met grootste beelden terug in de zalen te lokken. Ook hieraan kwam een einde toen de trend naar kleinere zalen werd ingezet, maar het was vooral de ontwikkeling van een nieuw soort lens dat de doorslag gaf. Panavision bracht immers superieure anamorfische lenzen op de markt, waarmee men zonder al teveel kwaliteitsverlies het breedbeeld kon 'samenpersen' op 35 mm pelicule. Tijdens de projectie zorgde een andere anamorfische lens er dan voor dat het beeld terug werd uitgerokken, en in het breed werd uitgesmeerd op het bioscoopscherm. Het kon dan ook eventueel overgezet worden op echte 70 mm pelicule.

Later probeerden een aantal grote merken de grootbeelden terug leven in te roepen door een aantal nieuwe 65 mm camera's te maken, maar buiten Far And Away, Hamlet, en enkele minder bekende producties is die trend nog steeds niet doorgebroken. Eén van de grote voordelen van dit superformaat, de brede klankband, is trouwens wegens de enorme opkomst van nieuwe geluidssystemen ook geen doorslaggevend argument meer.

De enige plaats waar men nog vaak gebruik maakt van die formaten zijn de speciale effectenhuizen, die door het grote formaat te gebruiken het kwaliteitsverlies trachten te compenseren die ze noodgedwongen krijgen bij het combineren van de vele effecten. Al is dat sinds de opkomst van de computers ook geen noodzaak meer. Maar zware effectenfilms als Brainstorm en Tron werden voor de digitale resolutie nog gedeeltelijk in 65 mm opgenomen, terwijl de Star Wars trilogie het VistaVision systeem terug nieuw leven inblies.

En dan zijn er natuurlijk nog de heel speciale filmformaten waarmee men Imax-bezoekers of pretparktoeristen tracht te verbazen.

Nu Hamlet in de zalen komt is het dan ook sterk aanbevolen om, indien mogelijk, een 70 mm kopie te gaan bekijken. Het is dan ook zeer spijtig dat de 4 uur durende versie in de technisch gezien beste bioscoopketen ter wereld waarschijnlijk geen kans zal krijgen. Het was nochtans voor elke filmliefhebber een unieke kans geweest. Maar het is nu eenmaal zo dat een twee uur durende film tweemaal zoveel volk kan trekken. Shakespeare zou er waarschijnlijk een treurspel rond geschreven hebben.