ACHTERKLAPPER

Rare snuiters in zaal 5

Movie's achterklapper is een column waar op onregelmatige tijdstippen ingezoomd wordt op gebeurtenissen in de kantlijnen van het filmgebeuren.

De Supercity is ongetwijfeld dé filmtempel van Leuven. Dit nieuwste lid van de Kinepolis Group biedt alle voordelen van een modern cinema-complex: makkelijk bereikbaar, een ruime parkeergarage, bevallige hostessen, zeven comfortabele zalen met voldoende beenruimte en zachte zetels en niet te vergeten een actuele, trendy en commerciële programmatie.

De normale doordeweekse Supercity-ganger is de Leuvense filmliefhebbende student, aangevuld door een schare 'in Leuven blijven plakkende' Alma Mater Alumni, meestal beschikkend over een niet onaardig inkomen. Dit modieus gekleed publiek wil de nieuwste films zien op groot scherm met popcorn en ijspralines en alle geneugten die een fijne filmavond kunnen waarborgen. Tijdens de weekends wordt de Supercity bevolkt door nog modieuzer geklede ventjes met fijn snorretje, oorbel, leren jekker en petje (de Johny's) vergezeld van sluikharige meiden op decimeterdikke plateauzolen in strakke streepjesbloesjes en wijdpijpige broeken (de Marina's), uit op de nieuwste Van Damme of Stallone.

Vaste Supercity-bezoekers, waartoe we onszelf rekenen, die vorige week een kijkje namen in zaal 5 schrokken zich ongetwijfeld een aap. Wat eerst leek op een bezetting door fans van het concurrerende Studio-complex, bleek bij nader inzien een heus filmfestival te zijn. Dat de anders zo commerciële Leuvense Supercity gastheer was voor het Afrika filmfestival, waaraan, laat ons eerlijk zijn, geen duit te verdienen valt, strekt hen zeker tot eer. Zaal 5 werd de afgelopen week dan ook onze gezellige thuishaven. Maar de gemiddelde festivalganger was toch wel uit een ander hout gesneden dan het ons zo vertrouwde Supercity-publiek.

Dat de modale filmliefhebber zou schitteren door afwezigheid verbaasde ons eigenlijk niet. Hun vaste stek werd voor de gelegenheid ingenomen door een heterogeen gezelschap bestaande uit oud-kolonialen, (ex-)cooperanten, Afrika-reizigers, maar ook PVDA-militanten, linkse intellectuelen, medewerkers van derde wereld projecten, activisten van allerlei slag, enzovoort. Kortom, mensen die je anders nooit in de film, laat staan in de Supercity, zou zien. Dat dit voor komische situaties zou zorgen laat zich vlug raden. Enkele staaltjes:

* In plaats van de mega-bekers cola, roze zakjes suikergoed en manden popcorn werden groezelige bruine zakjes opengedaan met al even groezelige bruine boterhammen, doorgespoeld met wereldwinkel-koffie uit de thermos. Kwestie van het kapitalische Kinepolis concern niet met de zuurverdiende centjes te spijzen.

* De kloof tussen het arme Afrika en het rijke Westen werd symbolisch overbrugd door het uitwisselen van garderobes. De blanke festivalgangers deden hun uiterste best om er toch maar zo Afrikaans mogelijk uit te zien: vettig klissehaar, kleurrijke sjaaltjes en hemden, liefst uit de broek hangend, tot een geduldig gecultiveerde woeste baard aan toe. De zwarte festivalganger was over het algemeen piekfijn gekleed in stijlvol maatpak, besprenkeld met de betere parfums, glad gekapt en geschoren. Een mooi voorbeeld van culturele uitwisseling overigens.

* Het zal je anders niet vaak overkomen, maar je kon er prat op gaan dat je na een festivalfilm de handen volgestopt zou worden met allerlei foldertjes, pamfletten en partijkrantjes van links allooi. Zouden we dan toch in de Studio's zitten?