Toen Star Wars in 1977 de legende indook was sciencefiction virtueel van het grote scherm verdreven. Het bleek niet lucratief, en daarmee ook taboe. Maar toen Star Wars een snaar bleek te raken volgden de 'hommages' elkaar in een snel tempo op. Star Wars had op zijn eentje een genre uit het slop gehaald. Maar zoals iedereen weet, is een kopie meestal wat het is: een kopie. Een bleekafgetrokken duplicaat waarbij de scherpe randjes verdwenen zijn, de details waziger, en vooral: iets wat we reeds gezien hebben.
Op het kleine scherm zijn die kopieën ook tot in onze huiskamers doorgedrongen: Battlestar Gallactica en Buck Rogers In The 25th Century. Bij Battlestar was de gelijkenis niet zo verwonderlijk, vermits conceptueel Star Wars artiest Ralph McQuarrie ook voor deze big budget serie van de partij was. En ook ILM, dat tussen de eerste twee Star Wars films een tijdlang ontbonden was, was present met als hoofdrolspelers de bij George Lucas in ongenade gevallen John Dykstra, en Richard Edlund. De effecten mochten er dan ook zijn, maar de wekelijkse verhalen waren nu niet bepaald inspirerend te noemen. De gelijkenis met Star Wars was echter zo groot dat Twentieth Century Fox een proces aanspande. Ze verloren, maar hadden eigenlijk geen schrik moeten hebben. De serie was zo duur om te produceren dat het z'n eigen graf had gegraven. Even was er een stuiptrekking met een nieuwe serie die zich nu op aarde afspeelde, maar die heeft het gelukkig niet lang uitgehouden.
Ook Buck Rogers In The 25th Century profiteerde van de nieuwe sciencefiction interesse, maar buiten de ergerlijke robot kunnen we ons enkel maar het strakke pilotenpakje herinneren van Erin Gray. Ook hier deed het te hoge budget de serie de das om. Nog enkele series kregen kortstondig het daglicht gezien, maar uiteindelijk zou er maar eentje opstaan (uit het graf). Men was immers bezig aan een tweede serie van Star Trek, maar toen Star Wars uitkwam stak men die plannen in de kast, en gooide men zich in de productiehel van Star Trek: The Motion Picture. Het bleek het begin te zijn van een Star Trek heropstand die in 1987 zou culmineren in Star Trek: the Next Generation. Na een kabbelend begin bleek de serie na een aantal jaren een gigantisch succes te zijn, en kon de pret en de spin-offs bij Paramount niet meer op.
Star Wars had ook rechtstreeks invloed op een aantal andere sciencefiction films, waarvan wij gelukkig grotendeels gespaard gebleven zijn. De Japanners waren er zoals altijd als eerste bij, en in 1977 hadden ze reeds The War In Space in de bioscoop, om een jaar later Message From Space op het nietsvermoedende publiek los te laten. In 1979 mochten David Hasselhoff en Christopher Plummer meespelen in het Italiaanse Starcrash, terwijl Disney met The Black Hole compleet de bal missloeg. Ook Roger Corman deed met Battle Beyond The Stars zijn bijdrage (met effecten van ene James Cameron). En dan is er natuurlijk The Last Starfighter uit 1984 die enkel gedenkwaardig is omwille van het gebruik van computergegenereerde ruimteschepen.
De laatste, en misschien wel best geslaagde kloon is meteen ook de beste satire (buiten de zeer geslaagde grap tijdens de meest recente oscaruitreiking): Spaceballs (1987). Voor een die-hard Star Wars fan soms wel even slikken, maar uiteindelijk toch wel heel grappig.
En dan hebben we het nog niet gehad over de vele (film)mensen die zo onder de indruk waren van de films dat ze beslissingen namen die hun leven grondig zouden wijzigen. Zo stond Dean Devlin als zesde in de rij om in Los Angeles de première bij te wonen van Star Wars. Hij was zwaar onder de indruk van wat hij te zien kreeg. Jaren later maakte hij samen met Roland Emmerich Stargate en Independence Day, twee films die op hun beurt het sciencefiction gebeuren in het begin van de jaren negentig terug zouden aanzwengelden. En wie weet stond er ook nu een jong iemand in de rij om de Special Editions te zien...