Als première kregen de bezoekers Fary l'Anesse (1988) te zien van de Senegalees Mansour Sora Wade. De film vertelt de fabel van Ibra die op een dag besluit om te trouwen maar daarbij zo kieskeurig te werk gaat dat hij uiteindelijk in het bootje stapt met een sprekende ezelin. Wade, die onder meer in België film studeerde, toont hier de traditie van het Afrikaanse verhaal. Humor is daarbij nooit ver weg hoewel die soms een wrange bijsmaak kan krijgen zoals in zijn tweede, meer metaforische prent, Picc Mi (1992). Hierin volgt hij twee straatjongens in Dakar die dromen van de vrijheid, gesymboliseerd door de krokodillevogel, die eveneens het kwade in de wereld elimineert. Want dat kwade, de uitbuiting en het geweld dat deel uitmaakt van de wereld der volwassenen, is er bijvoorbeeld de oorzaak van dat er (Westers) gifafval wordt gedumpt op het Afrikaanse continent.
Tegenover deze meester in sprookjes staat de realistische vertelling van de Brusselse/Marokkaanse Yasmine Kassari. Deze erg jonge cineaste toont in haar 'stomme' Chiens errants (reeds bekroond tijdens filmfestivals o.m. in Caïro en de USA) de gevolgen van een welbepaald Marokkaans gebruik dat één dag in het jaar toelaat alle loslopende honden af te maken. Vooral daklozen zullen hiervan het slachtoffer worden aangezien de rijkere burger zijn hond in huis kan nemen die dag. De beelden in deze kortfilm zijn nauwgezet gekozen en erg aangrijpend.
De meest verbluffende kortfilm op het filmfestival was Le Damier (1996), een metaforisch vertelling over macht. De jonge schrijver en regisseur Balufu schreef dit verhaal reeds in 1993 maar het is verrassend te zien hoe de prent meer dan ooit brandend actueel is. Hoofdrolspeler is namelijk le Nouveau Fondateur à vie, le Papa National: Mobutu. Het damspel vormt uiteindelijk slechts de aanleiding om de diepere vertelling over macht te lanceren. Ongetwijfeld een hoogtepunt tijdens het festival (zie afzonderlijke bespreking).