AFRIKA FILMFESTIVAL LEUVEN

Overzicht

Afrika een vergeten filmcontinent noemen is geen dooddoener. Ieder heeft wel eens een van een Chinese of Japanse prent mogen genieten. India is een notoir filmland met een overwegend tot het zeemzoete genre behorende output van meer dan duizend films per jaar. Latijns-Amerika begint onze markt door te dringen met vooral Mexicaanse en Cubaanse producten. Om nog maar te zwijgen van de puike kwaliteitsfilms uit Australië en Nieuw-Zeeland. Maar waar blijft Afrika?

En toppers zoals Out of Africa dan? Of een klassieker als The African Queen? En wat met de Tarzanfilms? Of liggen Outbreak en The Ghost and the Darkness soms niet meer in het geheugen?

Het Afrika filmfestival dat vorige week (21-25 april 1997) plaatsvond in de Leuvense Supercity neemt expliciet afstand van deze Westerse producten. Getoond werden films in Afrika gemaakt door Afrikanen. Zij brachten een kijk op het zwarte continent zoals enkel zij die kunnen brengen. Een Afrika waar mensen elkaar begroeten met een breedlachs 'May you go slowly today'. Een Afrika waar afkomst, traditie en verleden geen boewoorden zijn. Een Afrika dat geenszins lijkt op die toch zo mooie maar stereotype plaatjes van wilde beesjes, verloren gewaande koninkrijken, kanibalen, goudschatten, expedities en safari's. Een Afrika dat evenmin lijkt op de al even stereotype paternalistische kijk van de progressieve Westerse intellectueel.

Niet dat deze Afrikaanse cineasten blind zouden zijn voor hun eigen leed en onderdrukking, verre van. Maar de Afrikaanse film is meer dan een politieke uitlaatklep. En dat is nu net de boodschap die de organisatoren van dit festival willen overbrengen: ook in Afrika zijn er, ondanks de schaarse middelen, mensen creatief met kunst, in casu cinema, bezig. En dit vaak met dezelfde inzet, ijver en beroepsernst als de ons meer vertrouwde filmmakers. De getoonde films werden dan ook geselecteerd op basis van hun filmische kwaliteiten, en niet of niet enkel omwille van hun actualiteitswaarde of politieke boodschap. Met deze keuze wil de organisatie een nobel doel bereiken: het in het gewoon circuit brengen van authentieke Afrikaanse films.

Wat de openingsfilm betreft is men alvast in deze doelstelling geslaagd. Guelwaar (1992) van de Senegalees Sembène Ousmane zal zowel in Antwerpen als in Gent opgenomen worden in de 'normale' programmatie. De films van Sembène Ousmane (ook de Postwissel, een mijlpaal voor de Afrikaanse filmgeschiedenis want eerste kleurenfilm en bovendien eerste in een Afrikaanse taal gesproken film, uit 1968, werd getoond) zijn beeldrijke vertellingen rond een belangrijke zedenles: weg met de neokoloniale bekommernissen van de Westerse hulporganisaties en leve de fierheid van de Afrikaan, die met zijn diepgewortelde band met het oercontinent best zijn plan kan trekken. Ousmane fulmineert in zijn films niet enkel tegen de bemoeizuchtige en inefficiënte ontwikkelingshulp (denk maar even aan de witte olifanten van Abos), maar eveneens tegen de évolué, de zwarte blanke, die enkel door corruptie zijn ersatz-Europese levensstijl kan bekostigen.

Van een geheel ander kaliber zijn de getoonde films uit Zuidelijk Afrika: Hearts and Minds (1995) van de Zuid-Afrikaan Ralph Ziman, The Schoolmaster (1989) van de uitgeweken Vlaming Jean Delbeke en Flame (1996) van de Zimbabweaanse Ingrid Sinclair. Het betreft hier films die de strijd tussen blank en zwart vermengen met het persoonlijke verhaal van de protagonisten. Hoewel dit opzet, met uitzondering van The Schoolmaster, niet altijd slaagt, moet de Zuid-Afrikaanse film niet onderdoen voor pakweg de Vlaamse of Nederlandse film. Sarraounia (1986), Grote Prijs van het filmfestival te Ouagadougou 1987, van de Mauretaan Med Hondo vertoont een onthutsend beeld van de Europese verovering van de Afrikaanse koninkrijken in de 19e eeuw. Een invalshoek die zelden in Europa getoond werd. Jammer genoeg slaagt Med Hondo er niet in een keuze te tussen een documentair relaas van de geschiedkundige feiten en een verhaal gecentreerd rond de mythische koningin Sarrounia. Het verweven van mythe en realiteit is niet altijd even natuurlijk en komt soms wat geforceerd over.

De resolute keuze voor een sprookjesachtig verhaal bleek een succesvol recept te zijn voor de slotfilm Machaho (1995) van de Algerijn Belkacem Hadjadj. Zijn Berber-sprookje is fijngevoelig en teder. Het toont bovendien een Algerije dat jammerlijk genoeg tot het verleden behoort maar waarin reeds de kiemen liggen van wat er zich vandaag afspeelt.

Het hoeft geen betoog: het Afrika filmfestival is een verdienstelijk project. Laat ons hopen dat de deelnemende films de weg naar de Europese bioscopen en het grote publiek vinden.

Volgende week deel 2 met besprekingen van Flame, Hearts and Minds, The Schoolmaster, Machaho en een aantal kortfilms.