BIOGRAFIE: JOHN WILLIAMS

De man achter de muziek

Nu het laatste deel van de Star Wars-trilogie op het Europese publiek wordt losgelaten, blikken we even terug op de carrière van de componist die het Star Wars-universum van haar onvergetelijke muziek wist te voorzien.

John Towner Williams werd geboren in het Flushing-kwartier in Queens, New York op 8 februari 1932. Zijn vader, een jazz-drummer, was één van de leden van het befaamde Raymond Scott Quintet en de percussionist van het CBS Radio Orchestra. Muziek speelde al heel vroeg een belangrijke rol in het leven van Williams: hij leerde piano spelen toen hij pas zeven was en nauwelijks enkele jaren later begon hij ook lessen te volgen voor trombone, trompet en klarinet. In 1948 verhuisde zijn familie naar Los Angeles, waar zijn vader aan de bak kon komen als freelance-medewerker bij filmstudio-orkesten. Na zijn high school-jaren trok Williams naar UCLA, waar hij colleges ging volgen voor piano en compositie; hij studeerde er onder de leiding van de pianist Bobby Van Eps.

Toen hij 19 jaar oud was, componeerde Williams zijn eerste serieuze werk, een pianosonate. In 1952 sloot Williams zich aan bij de United States Air Force en twee jaar later trok hij naar de befaamde Julliard School of Music. Om zijn scholing te kunnen betalen, trad Williams op in nachtclubs en bars als jazz-pianist en trad hij in de voetsporen van zijn vader door af en toe de pianopartituren te spelen bij de opnames van filmscores. Hij werkte in die tijd vooral voor componist Alfred Newman bij Twentieth Century-Fox. Het was Newman die algauw ontdekte dat de jonge Williams (Johnny T., zoals hij toen nog werd genoemd) meer in zijn mars had en hem de opdracht gaf de muziek te componeren voor een film waar hij geen tijd voor had, Because They're Young (1960). Het zou Williams eerste score in een hele reeks komedies worden voor Columbia, die allemaal voor jazz-combo's en dance bands geschreven waren, wat toen het standaard-instrumentarium was voor komedies. Zo schreef hij onder andere muziek voor Bachelor Flat (1961), Diamond Head (1962), The Killers (1964), None but the Brave (1965), Penelope (1967) en het Dick Van Dyke-vehicel Fitzwilly (1967), waarvoor hij zijn eerst song schreef, Make Me a Rainbow (die hij in 1995 herwerkte tot het thema voor de film Sabrina).

Toen zijn exclusiviteits-contract met Columbia was afgelopen, ging Williams op zoek naar opdrachten bij andere studio's en kwam zo bij Warner Bros. terecht. Daar leerde hij regisseur Mark Rydell kennen, voor wie hij de muziek componeerde voor twee westerns, The Reivers (1970) en The Cowboys (1972). Het waren die twee scores die de aandacht trokken van een jonge regisseur die in het begin van 1974 op zoek was naar een componist voor zijn eerste bioscoopfilm, Sugarland Express. De naam van de jonge regisseur was Steven Spielberg en Sugarland Express (de enige score voor een Spielberg-film die tot op de dag van vandaag niet op cd is verschenen) was het begin van één van de boeiendste en meest succesvolle componist-regisseur-samenwerkingen uit de filmgeschiedenis.

Halverwege de jaren zeventig werd de rampenfilm als genre ineens immens populair en na een aantal degelijke scores maakte Williams algauw naam als dé rampencomponist bij uitstek: gedrochten als Earthquake, The Missouri Breaks, The Poseidon Adventure en The Towering Inferno maakten hem populair bij het grote publiek. Maar ook professionele erkenning viel hem te beurt: na een eerste oscar in 1969 te hebben ontvangen voor de filmadaptatie van de Sheldon Harnick-Jerry Bock-musical Fiddler on the Roof, volgden nog nominaties voor onder andere Valley of the Dolls, The Reivers, Cinderella Liberty, de Robert Altman-film Images en Tom Sawyer.

In maart 1976 ontving John Williams zijn tweede oscar, voor zijn score voor Jaws, zijn tweede samenwerking met Steven Spielberg. Het hoofdthema voor Jaws was gecomponeerd als een 'zeesymfonie met Melvilliaans motief'. Het twee-notig thema bleek veel angstaanjagender te zijn dan de namaak haai die Spielberg in de film opvoerde en het zou één van de meest bekende stukken muziek uit de filmgeschiedenis worden. De soundtrack verkocht zo goed dat Williams er hetzelfde jaar een Grammy voor kreeg.

In april 1978 was Williams opnieuw genomineerd voor de oscars, en hij had maar één serieuze tegenstander: zichzelf. Want naast een nominatie voor zijn muziek voor George Lucas' kleine filmpje Star Wars had hij er ook één in de wacht gesleept voor die andere wereldveroverende science fiction-film, Close Encounters of the Third Kind, zijn derde samenwerking met Steven Spielberg. Uiteindelijk zou het Star Wars zijn die met de oscar ging lopen. In 1982 ontving Williams nog een oscar voor wat door velen zijn allerbeste score wordt gevonden, E.T., en voor Steven Spielbergs meesterwerk Schindler's List mocht hij in 1993 zijn vijfde en voorlopig laatste gouden beeldje op de schoorsteenmantel zetten.

Star Wars was een nieuw hoogtepunt in de carrière van Williams: naast een oscar kon hij ook rekenen op drie Grammy's, voor beste originele filmscore, voor beste instrumentale compositie en de London Symphony-dubbel-LP-soundtrack kreeg de award voor het beste instrumentale album, en de verkoop van de soundtrack was fenomenaal: met meer dan vier miljoen verkochte exemplaren werd het de meest verkochte instrumentale plaat aller tijden (van de heruitgebrachte dubbel-cd's van Star Wars naar aanleiding van de nieuwe Special Editions, werden in één week tijd meer exemplaren verkocht dan van gelijk welke andere klassieke cd de laatste twaalf maanden). Williams had met zijn muziek voor Star Wars de klassieke, orkestrale filmscore nieuw leven ingeblazen en de filmmuziek terug gebracht naar de glorietijd van Korngold, Jarre, Herrmann en Rosza.

Zoals iedereen weet componeerde Williams later ook de muziek voor de twee vervolgdelen op Star Wars, The Empire Strikes Back (1980) en Return of the Jedi (1983). De muziek van de drie Star Wars-films werd in 1993 als een 4CD-box uitgebracht en deze set blijft nog steeds de definitieve representatie van de scores van de trilogie.

De aanvang van de jaren tachtig resulteerde in een nieuwe reeks verbluffende scores van Williams, waaronder zes voor Spielberg-films: de enige Spielberg-komedie 1941, de Lucas-productie Raiders of the Lost Ark (en de vervolgdelen Indiana Jones and the Temple of Doom uit 1984 en Indiana Jones and the Last Crusade uit 1989), het WOII-drama Empire of the Sun (1987), waarvan binnenkort een nieuwe, vijf-uur-durende versie wordt uitgebracht, en het romantische drama Always (1989).

Andere scores uit de jaren tachtig zijn Heartbeeps (1981), Monsignor (1982), The River (1984), SpaceCamp (1986), The Witches of Eastwick (1987), Oliver Stones Born on the Fourth of July (1989) en het reeds eerder vermelde E.T. (1982).

Naast zijn werk voor film bleef Williams ook actief in de klassieke muziek. Hij componeerde onder andere een viool- en fluitconcerto, een symfonie ('Essay for Strings') en thema's voor de Olympische Spelen van 1984, 1988 en 1996 (alle thema's die Williams voor de zomerspelen componeerde werden vorig jaar verzameld op het album Summon The Heroes). Na de dood in 1979 van de legendarische dirigent van het Boston Pops Orchestra, Arthur Fiedler, werd Williams de negentiende vaste dirigent van het orkest. Hoewel iedereen had gedacht dat het onmogelijk zou zijn om Arthur Fiedler ooit te vervangen, slaagde Williams erin zowel het publiek als de critici naar zijn hand te zetten. In zijn eerste concert in Carnegie Hall in New York in januari 1980 bracht hij een twee uur durend concert van eigen muziek, iets wat Arthur Fiedler nooit zou hebben gedaan. Maar de muziek was zo betoverend en de uitvoeringen van gastviolist Isaac Stern (en de door George Lucas verzorgde gimmick waarbij C-3PO het Star Wars thema dirigeerde samen met Williams) zo indrukwekkend, dat de zaal (en later ook de wereld) Williams met open armen aanvaardden als de nieuwe dirigent van de Boston Pops. Williams hield de positie tot in 1993 en het concert dat ter gelegenheid van zijn afscheid op PBS werd uitgezonden staat nog altijd in de kijkcijfertop-10 allertijden van de meest bekeken programma's op de Amerikaanse openbare televisie.

Als filmmuziekcomponist zette Williams de jaren negentig in met enkele scores voor op het eerste gezicht 'kleine' films, die stuk voor stuk sleeper-hits bleken te zijn: Stanley and Iris (1990), Presumed Innocent (1990) en Home Alone (1990). Daarna volgden nog scores voor Far and Away, JFK en Home Alone 2. Na zijn afscheid van de Boston Pops schreef Williams nog de muziek voor de twee laatste Spielberg-films, Jurassic Park en Schindler's List, en voor films als Sabrina en Nixon. Zijn meest recente oscarnominatie ontving hij voor zijn score voor Sleepers, die door het filmtijdschrift Film Score Monthly uitgeroepen werd tot de beste score van 1996. Zijn volgende scores zijn voor de nieuwe John Singleton-film Rosewood (waarvoor hij enkele schitterende gospel-songs heeft gecomponeerd), het vervolg op Jurassic Park, The Lost World, waarvan de soundtrack op 20 mei wordt uitgebracht, de nieuwe Jean-Jacques Annaud-film Seven Years in Tibet en de volgende twee Spielberg-producties, Amistad en Saving Private Ryan.

Onlangs is ook John Williams' meest recente klassieke opus op cd verschenen, het innige fagot-concerto Five Sacred Trees, opgedragen aan zijn tweede vrouw Samantha Winslow, een fotografe en binnenhuisarchitecte die hij leerde kennen na de dood van zijn eerste vrouw Barbara (aan wie hij zijn eerste vioolconcerto had opgedragen). John Williams woont momenteel in Boston. Zijn twee zoons, Joseph en Mark, hebben het voorbeeld van hun vader gevolgd en maken op dit moment carrière in de muziek (Joseph heeft reeds enkele scores voor films gecomponeerd; Mark is een studiomuzikant). Zijn dochter Jennifer is arts. John Williams hobby's zijn golf en tennis en zijn favoriete schrijvers zijn E.M. Forster en John Irving. Maar zoals hij onlangs zei in een interview met Newsweek: 'I know it sounds corny... but my life revolves around music.' En daar mogen we blij om zijn.