De grootste drama's spelen zich niet af op het grote scherm of op tonelen. De grootste drama's spelen zich af, dag in, dag uit en met de regelmaat van soapseries, in de honderdduizenden rechtbanken overal ter wereld. En het was zo'n drama dat de pas vader geworden John Grisham op dat moment aanschouwde. Een jong meisje, nauwelijks tien jaar oud, zat, nietig en bedeesd, in de getuigenbank die veel te groot voor haar was, en vertelde, met horten en stoten, het verhaal van de grote witte mannen die haar hadden meegenomen, vastgebonden en verkracht. Je kon wel een speld horen vallen, maar omdat er helemaal geen speld viel, hoorde je niets. Grisham zat erbij en keek er naar en vroeg zich af wat hij zou doen als dit meisje zijn dochter was. En terwijl zijn blik naar de twee steenkoude jonge mannen in de beklaagdenbank ging, overviel hem een gevoel van woede, schaamte en angst tegelijk. Woede voor wat hij vóór zich zag, schaamte voor wat hij de daders wilde aandoen en angst voor wat die gedachte voor hém, als advocaat met een succesrijke toekomst in het vooruitzicht, zou kunnen betekenen.
Dagen, weken lang spookte de blik van het meisje door Grishams hoofd. Telkens weer zag hij dat kleine kind op die veel te grote stoel en telkens weer zag hij de twee verkrachters, die het tafereel gade hadden geslagen alsof het een saai bedrijf was in een toneelstuk dat al veel te lang had geduurd. Hij besloot het verhaal neer te schrijven. Het meisje werd Tonya, de vader Carl Lee. De twee verkrachters werden Billy Ray en Willard. En nadat Billy Ray en Willard gearresteerd waren voor de ontvoering en verkrachting van Tonya, laat Grisham haar vader op zijn hele eigen manier afrekenen met de twee mannen: hij schiet ze overhoop.
Maanden lang schreef Grisham in zijn vrije tijd aan het verhaal, terwijl hij beroepshalve zijn advocatenpraktijk van de grond probeerde te krijgen. Dat schrijven was allesbehalve intensief werk en het was ook nooit de bedoeling om er een boek van te maken of het te publiceren. Soms schreef hij een hele dag lang, dan weer bleef de stapel legal pads een hele maand onaangeroerd. Hoewel hij niet zeker was van zijn schrijfstijl, moedigde zijn vrouw Renée hem aan toch door te zetten; drie jaar en ruim zeshonderd bladzijden later was het eindelijk af. De titel: Deathknell (De Doodsklok).
Grisham stuurde het boek naar zeventien uitgeverijen. Zestien stuurden hem een beleefd briefje terug. De zeventiende, Wynwood uit New York, publiceerde het boek in 1989 op vijfduizend exemplaren onder een nieuwe titel, A Time to Kill (De Jury). Alhoewel de vijfduizend exemplaren op relatief korte duur verkocht raakten, was het geen gigantisch succes. De critici vonden Grishams thematiek en aanpak te populair om het boek als ernstige literatuur te beschouwen en het publiek zat duidelijk niet te wachten op een advocatenversie van Michael Chrichton, Tom Clancy of Stephen King.
Ondanks het geringe succes van zijn eerste boek, had Grisham de smaak van het schrijven te pakken gekregen en begon aan zijn tweede boek, The Firm (Advocaat van de Duivel). Dit keer baseerde hij zich op een aantal krantenartikelen die hij had gelezen over malafide praktijken bij advocatenbureaus om hun topmensen in dienst te kunnen houden. Het verhaal gaat over een jonge, veelbelovende Harvardstudent, Mitch, die aan de slag kan bij een advocatenbureau maar al gauw ontdekt dat de firma waar hij voor werkt in feite een dekmantel is voor het zakenbureau van een belangrijke maffiafamilie. Hoewel dit boek nog veel meer dan A Time to Kill over advocaten en de wereld van de wet gaat, vermijdt Grisham heel vakkundig om het boek te eindigen met een rechtszaak zoals bij zijn debuut, maar kiest hij voor een actievolle achtervolging door downtown Memphis en over Mud Island. Extra bonussen hier zijn de exotische locaties (zoals de Kaaimaneilanden), het snufje erotiek en de dynamische dialogen. The Firm is een boek dat leest als een trein met een perfecte combinatie van spanning, verrassing, humor en romantiek. Het boek werd onmiddellijk een megahit en Grisham ontving meer dan honderd miljoen voor de filmrechten. De jonge rechtenstudent die zes jaar eerder in de ondraaglijke hitte van Mississippi een verkrachtingszaak had bijgewoond die hem had aangezet om te beginnen schrijven, werd in één klap één van de meest succesvolle auteurs van de wereld.
The Firm werd met matig succes verfilmd. De keuze van Tom Cruise als hoofdrolspeler was een commercieel geniale zet en de sfeer, van de jazzpiano-score van Dave Grusin tot het ebbenhouten productiedesign van Richard McDonald was perfect. Het script viel echter nogal mager uit ten opzichte van het boek en vooral Sydney Pollacks weinig geïnspireerde regie was voor velen een doorn in het oog. Maar het publiek was er dol op en op 't eind van 1993 was The Firm de meest verhuurde video van het jaar. De wereld wou meer Grisham en al snel na het succes van The Firm werd A Time to Kill heruitgebracht. Het boek kwam binnen in de New York Times fictie-lijst op nummer één en bleef er honkvast voor een ongezien aantal weken. Filmstudio's verdrongen elkaar om de filmrechten bij Grisham te pakken te krijgen, maar Grisham vond het onderwerp en de aanleiding van het boek te persoonlijk om het uit handen te geven ter verfilming.
In het kielzog van de filmrelease van The Firm verscheen Grishams derde boek, The Pelican Brief (Achter Gesloten Deuren), zijn kortste en waarschijnlijk minst geslaagde boek tot nu toe. De verfilming met Julia Roberts en Denzel Washington was een matig succes en regisseur Alan J. Pakula (van die andere rechtbankfilm, Presumed Innocent) liep een blauwtje van jewelste. De kritiek op de film lipte de kritiek van de boekrecensenten mee: het verhaal was een zoveelste variatie op hetzelfde thema, met de standaard advocatengrapjes, -flirten en -lijken kwistig uitgespreid over teveel verspild papier en nutteloze pelicule. Maar het was vooral de vrij ongeloofwaardige plot die bij vele critici in het verkeerde keelgat schoot en dus liever werd uitgespuwd dan doorgeslikt.
Wat Grisham halverwege de jaren tachtig begonnen was als een persoonlijk dagboek om af te rekenen met alle woede en emotie van die ene aangrijpende rechtszaak, ging vanaf de jaren negentig draaien als een goed geoliede machine die met de regelmaat van de klok nieuwe boeken produceerde die steeds een beetje anders waren, maar ook steeds voor een stuk hetzelfde. In snel tempo verscheen vrij ongeïnspireerd maatwerk als The Client (De Cliënt), The Chamber (Het Vonnis) , The Rainmaker (De Rainmaker) en The Runaway Jury (In het Geding), waarvan ook regelmatig films verschenen (zoals de Joel Schumacher-verfilming van The Client of de ondertussen al bijna een jaar oude film van The Chamber). In elk van die boeken neemt het Goede (een jonge, veelbelovende en seksueel succesrijke advocaat) het op tegen het Kwade (invloedrijke ultrarechtse nationale en internationale groeperingen of politieke annex gouvernementele organisaties) ter bescherming van een middle- of lowerclass (meestal mannelijk) individu dat door een toevallig ongeluk op de rand staat alles te verliezen wat hij heeft, inclusief z'n leven).
Vorig jaar zwichtte Grisham uiteindelijk voor de grote groene verleider en gaf in ruil voor de grootste som die ooit betaald werd voor een verfilming van een boek, de toestemming aan Joel Schumacher om zijn eerste boek te verfilmen. Het sterke acteerwerk van Samuel L. Jackson en Matthew McConaughey redden een miskleun van jewelste van de ondergang, maar zelfs Grisham moest toegeven dat de ene vraag waar het boek rond draait (mag iemand, ongeacht de omstandigheden, het recht in eigen handen nemen?) vrij snel is uitgemolken. De makers sneden zichzelf bovendien in de vingers door een loopje te nemen met Grishams originele einde, waardoor het slotverdict onrealistisch en onlogisch aandoet.
Hoewel zijn boeken niet meer verkopen in dezelfde oplagen als vijf jaar geleden en zijn films bijlange na niet meer zo succesvol zijn als ten tijde van The Firm en The Pelican Brief, blijft Grisham één van de belangrijke Amerikaanse literatuuriconen, die in hun streven naar het bemachtigen van een stukje American Dream op een miljoenenschat zijn gestoten en vervolgens willens nillens de wereld en de populaire literatuur voor enkele decennia lang domineren. Dat Hollywood een graantje van dat succes wil meepikken is niet te verwonderen: Hollywood wil van elk succes als het zou kunnen een heel graanveld meepikken, en als morgen Grishams boekenverkoop instort als kaartenhuisje en hij terug naar de houten banken van rechtszalen moet om z'n dagen door te brengen, dan zal er wel ergens anders in dat land van oneindige mogelijkheden een schrijver zijn die zal opstaan en de boeken schrijven waar de wereld al een hele tijd op aan het wachten is. Voor even toch.