Jan De Bont is ongetwijfeld de meest bekende DP die besliste zelf de megafoon zelf ter hand te nemen. Een keuze die voor de hand lag als je hoort hoe De Bont tijdens zijn fotografieperiode bij grote actiesequenties vaak de taak van de regisseur overnam. Zijn eerste langspeelfilm, Speed, was dan ook een schot in de roos, maar daarna ging het al snel bergaf. In Twister sloegen de speciale effecten het al veel te magere verhaaltje lam, en aan het bekijken van Speed 2 hou je enkele een schele hoofdpijn over.
Ook Barry Sonnenfeld is een ex-DP, een hele goeie zelf. Een lijn die hij doortrekt in zijn regiecarrière, want The Addams Family-films, en Get Shorty waren telkens verademingen in een verhaal-arm Hollywood-aanbod. Voor Man In Black greep hij dan ook terug naar DP Don Peterman, die reeds tweemaal bij hem achter de camera stond. Peterman kan een mooi palmares voorleggen, waarbij zijn bijdragen aan Cocoon en Star Trek IV: The Voyage Home van cruciaal belang bleken te zijn bij MIB. Het zou immers een fx-gevulde comedie worden. Dat de man zijn carrière begon in Cascade Pictures, de springplank van fx-pioniers Dennis Muren en Ken Ralston, is misschien ook niet onbelangrijk...
Niet alleen het effectenwerk was complex, ook op organisatorisch vlak bleek de 17 weken durende productie een logistieke puzzel te zijn. Hij moest namelijk met zijn filmploeg zowel in New York en Los Angeles filmen.
Samen met visual effects supervisor Eric Brevig van Industrial Light and Magic nam hij voor de opnames alle fx-scènes door. Scènes die vaak met het door Star Wars tot norm gekatapulteerde Vista Vision-systeem werden opgenomen. Hierbij loopt de 35mm pelicule horizontaal door de camera, zodat het resulterend negatief tweemaal zo groot is als een conventionele opname. Hierdoor wordt het kwaliteitsverlies dat tijdens de fx-faze onherroepelijk optreedt grotendeels gecompenseerd.
De grootste uitdaging van Peterman, die momenteel Mighty Joe Young aan het verfilmen is, was het met buitenaardse wezens bevolkte MIB hoofdkwartier. Het ontwerp van production designer Bo Welsh (Batman Returns) was, in tegenstelling tot wat je van een geheime organisatie mag verwachten, een met licht overspoelde oase. Op een bepaald ogenblik warmden de lichtbatterijen zo op dat de watersproeiers hun werk begonnen te verrichten.
Ook de opnames in het wereldvermaarde Guggenheimmuseum in New York bleken een hele uitdaging te zijn toen bleek dat Peterman een deel van zijn belichtingsarsenaal niet mocht gebruiken om de vele kostbare kunstwerken te beschermen.