DIAMOND FILM EXPERIENCE

Woo troeft Spielberg af

Toeval kan mooi zijn: vlak voor het startschot van het zesde Diamond Film Experience in Brussel slofte de vijfentwintig miljoenste bezoeker Kinepolis binnen (en sjeesde weer weg met een Opel Frontera Ushuaïa). Een mooiere opener kon dit publieksfestival zich wellicht niet wensen.

Het festival van Gent mag dan wel iets mondains draperen, het griezelfestival in de Passage 44 heeft zijn onnavolgbare claustrofobische sfeer, maar niets kan tippen aan de naadloze organisatie van het Diamond Film Experience, nu al voor het zesde jaar op rij. Een mooi festival zonder veel tamtam, waar film en kijker op de eerste plaats komen. Dit jaar concentreerde het festival zich in en rond de (vernieuwde) zalen 22 en 23 en op die verdieping was dan ook het meeste animo: de fototentoonstelling gewijd aan de Filmvedetten op het vijftigste Internationaal Filmfestival van Cannes, de traditionele Philip Morris Movie Mania en de bonte Kanaal 2 animatie. Dominique Deruddere fleurde de screening van zijn nieuwste speleding Hombres Complicados op, er was karaoke voor (en een héél klein beetje tijdens) My Best Friend's Wedding en in de late uurtjes was het voorzichtig swingen geblazen op het imposante dakterras. Ja, een publieksfestival.

Wat de programmatie betreft, werden een aantal grote najaarskanonnen op het (jammergenoeg niet zo talrijke) publiek losgelaten. De schier geheim gehouden openingsfilm (die tevens de Proximus Film Experience aanzwengelde) was Face/Off, een loepzuivere 5-karaatsdiamant van grootmeester John Woo. Wie houdt van een gepolijste regie, een intrigerend en origineel verhaal en haarscherpe acteerprestaties van het duo John Travolta/Nicolas Cage, weet waar naartoe deze herfst. Face/Off was ongetwijfeld het beste was het DFE dit jaar te bieden had.

Voor de tweede plaats wordt het drummen tussen Copland en Mimic. Copland is, zoals genoegzaam bekend, de film waarin Sylvester Stallone zijn actie-imago van zich afwerpt en verzonken geraakt in een psychologische rol. Moeilijk te geloven, maar hij brengt het er nog goed van af ook en houdt zich staande tussen al dat acteergeweld van Harvey Keitel en Robert De Niro. Mimic is alles wat The Relic had willen zijn: oerspannend, verrassend, boeiend en razendknap gemaakt. En dan te bedenken dat Mimic in feite een lowbudgetfilm is. Voor een schamele 22 miljoen dollar zouden de meeste Hollywoodregisseurs passen. Guillermo del Toro deed dat niet en mag nu de verdiende vruchten plukken.

Het drama Marvin's Room is ook een klepper van formaat. Scott McPherson schreef vlak voor zijn dood het filmscenario van zijn eigen toneelstuk en dringt door tot op het bot. Diane Keaton geeft op ingetogen wijze gestalte aan Bessie, een eenzame vrouw die aan kanker lijdt. Haar hoop ligt in de handen van familie die ze lang niet meer gezien heeft: Leonardo DiCaprio en Meryl Streep. Tel bij de cast ook nog Robert De Niro en je komt aan twintig oscarnominaties in één film. En zoiets merk je.

De middenmotors van het festival klitten samen in een omvangrijk peleton: de grootste verdienste van My Best Friend's Wedding (de comeback van Julia Roberts, zeg maar) is dat de film het aandurft niet helemaal feel good te zijn. Hoe je het ook draait of keert (en dat zul je als kijker zeker doen), je blijft altijd met een verwrongen gevoel achter. Op het festival werden ook Going West in America van Jeb Stuart (met Dennis Quaid als een FBI-agent op de hielen van een seriemoordenaar), Twin Town van Kevin Allen (moeilijk te pitchen), Head Above Water van Jim Wilson en 187 van Kevin Reynolds langs de projectoren geschoven. Eerder onopvallend.

She's So Lovely kregen we niet te zien en werd in allerijl vervangen door A Smile Like Yours, die van ons prompt de prijs van Slechtste Romantische Komedie Sinds Lang krijgt. Lauren Holly speelt de hoofdrol in dat ding, dat helemaal niet grappig is en nog minder romantisch. En Hombres Complicados van Dominique Deruddere, over de avonturen van de twee broers Dirk Roofthooft en Josse De Pauw, beleefde zijn eerste Belgische publieksvertoning.

De slotavond was, met de over de hele verdieping verborgen eet- en drinkstandjes, vooral lekker. Dat mocht ook wel na de tegenvallende vertoning van The Lost World, de sequel op de monsterhit Jurassic Park. Een rommelig verhaal, slordige fotografie en papieren personages overschaduwen jammergenoeg de perfecte speciale effecten en verstikken het oertalent dat regisseur Steven Spielberg bij wijze van vingeroefening af en toe laat doorschemeren. En dat terwijl John Woo met Face/Off net een trapje op het podium der goddelijkheid heeft bijgezet. Het wordt drummen, wankelen en uitkijken, daar aan de top.