HOLLYWOOD NORTH

Van Oliver Stone en andere weirdo's

Movie-veteraan Christophe Van Cauwenbergh wisselde de regenachtige dagen in Belgie voor de al even regenachtige dagen in Canada. Vanuit kuststad Vancouver, bijgenaamd Hollywood North, brengt hij elke week een impressie van het leven als Belgische filmliefhebber aldaar. Hollywood North is movie's wekelijkse ontmoetingsplaats voor de allerheetste sneak previews van wat er reilt en zeilt in de Noordamerikaanse filmindustrie. Welkom in Hollywood North.

In welke andere stad dan Vancouver kunnen er drie filmfestivals terzelfdertijd lopen? Vorige week liepen The Humongous Film Festival (een natte droom voor Imax-fanaten) en The Asian Film Festival ten einde, en tot twaalf oktober loopt het zestiende Annual Vancouver International Film Festival. Dit festival valt misschien het best te vergelijken met Gent. Negen stedelijke bioscopen worden ingeschakeld om de in totaal 275 films uit 40 landen te draaien.

De organisatie van dit festival is er apetrots op dat het Vancouver International Film Festival sedert 1988 het derde grootste filmfestival is van Noord-Amerika. Dat blijkt dan ook sterk uit het aanbod van de films, alhoewel ik als Belg gewoon ben op een festival toch een minimaal aantal blokbusters van het kaliber van Starship Troopers of Amistad te zien te krijgen. Dat is dus niet het geval: de enige Amerikaanse films die je hier kan bekijken, zijn van onafhankelijke makelij. De bekendste film uit de lange lijst is Space Truckers, een film die hier nog steeds geen verdeler heeft gevonden, en dat wil al wat zeggen. Een greep uit het aanbod:

Dragons & Tigers: de 37 films uit alles van China tot Thailand die worden voorgesteld, maken dat dit onderdeel het grootste Oostaziatsche filmgebeuren is op het westelijk halfrond. Zes films dingen voor een prijs van 5000 dollar. Onder de titels Hana-Bi, de nieuwste van Japanse cultregisseur Kitano 'Beat' Takeshi en een multimedia-event met projectie en muziek van Ishii Sogo (Angel Dust).

Canadian Images: meer dan 50 films, korte films en documentaires made in Canada, een tweetalige filmindustrie die vooral bekend staat voor zijn wacko regisseurs zoals Atom Egoyan en David Cronenbergh. In aanbod: onder andere Drive, She Said en Egoyans nieuwste, The Sweet Hereafter die laatst in Cannes met de Grand Jury Prize naar huis mocht.

Cinema Of Our Time: de beste nieuwe inzendingen uit meer dan 27 landen... en ja hoor, het Belgische bloed gaat pompen. De enige Belgische inzending blijkt Ma Vie en Rose te zijn, die een van de major discoveries at Cannes wordt genoemd. Verder op het programma: Guantanamera, Clubbed To Death, Irma Vep, Carla's Song, Fever Pitch, Regeneration, en Welcome To Sarajevo. Een mooi lijstje om tussen te staan, dacht ik zo. Ook Nederland is vertegenwoordigd, en wel met De Kersenpluk en De Jurk.

Non Fiction Features of 1997: het grootste documetaire-festival van Noord-Amerika, met onder andere de Belgisch/Nederlandse co-productie De Winnaars op het programma.

Walk On The Wild Side: een selectie van zogenaamd buitensporige films voor liefhebbers van extreme cinema. Space Truckers, bijvoorbeeld.

Naast de onvermijdelijke eerbetonen, archiefreeksen en publieksprijzen worden er zowat dagelijks galafuiven gehouden. De meest prominente daarvan, ter gelegenheid van de exclusieve vertoning van Love and Death on Long Island, werd bijgewoond door hoofdrolspelers Jason Priestley (zelf een Canadees) en John Hurt die naar het schijnt in de running is voor een oscarnominatie, en verder Benicio Del Toro en de onvermijdelijke David Duchovny en Gillian Anderson. Van wie ik overigens nog steeds geen glimp heb opgevangen.

Terwijl dit festival op volle toeren draait, blijven de lokale bioscopen nieuw filmvoer uitbrengen en mijn laatste centen opslikken. De oplossing is cheap night, de avond waarop alle zuinige en andere arme drommels naar de film trekken; en de namiddagvoorstellingen, die in dit land een pak goedkoper zijn dan de avondvoorstellingen. Bovendien kan ik op die manier ongestoord in mijn eentje naar de film zonder als zielepoot van de dag te worden bestempeld, want de namiddagvoorstellingen zitten vol met eenzaten. Onder deze omstandigheden trok ik naar U Turn, Oliver Stones nieuwste misdaadfilm, die qua stijl weer veel nauwer aanleunt bij Natural Born Killers: een aanslag op de zintuigen, en wie gevoelig is voor hoofdpijn neemt beter een aspirientje vooraf; het is nog steeds beter te voorkomen dan te genezen. Alhoewel U Turn het zeer slecht doet aan de kassa, vond ik deze ver van slecht, vooral dank zij een bezwerend verhaal naar het boek Stray Dogs van John Ridley, en enkele bijzonder goeie acteerprestaties van Sean Penn, Nick Nolte, Jon Voight, Jennifer Lopez en Billy Bob Thornton. Heel wat talent, maar ook achter de schermen: Oliver Stone speelt met de montage van zowel beeld als geluid om ons in het geflipte wereldje van Superior, Arizona onder te dompelen. Een nachtmerrie van een film.

Zes weken zit ik hier inmiddels, en een slechte film heb ik hier nog niet gezien. Dat zal wel iets te maken hebben met het archislechte zomerseizoen dat ik nog in de schitterende zalen van Kinpolis (en aanverwanten) mocht aanschouwen. Maar sedert september wist elke film me wel min of meer te bekoren: van het paranoide The Game (dat anders wel vol met plotfouten zit) tot de charmante Britse sekskomedie The Full Monty. En de Canadezen maar bulderen. Ikzelf iets minder, wegens de sterke concentratie die nodig was om het platte Noordengelse dialect te vatten, maar goed. Kiss The girls is waarschijnlijk de minst goeie film die ik tot dusver heb gezien, hoewel je die ook moeilijk slecht als dusdanig kunt noemen. Kiss The Girls is een minderwaardige versie van Silence Of The Lambs en Seven, met Morgan Freeman die een persoonlijke zoektocht begint naar de seriemoordenaar die vermoelijk ook achter de verdwijning van zijn nicht zit. Hij krijgt halverwege de hulp van Ashley Judd, het enige slachtoffer van de creep die het tot dusver kan navertellen. Het begint allemaal meer dan behoorlijk, maar ontspoort halverwege en laat het in de finale helemaal afweten.

En van nichten gesproken, heel Amerika is in rep en roer omwille van de nieuwste homorage. De sitcom Ellen brak het ijs wat televisie betreft, door actrice Ellen DeGeneres, een lesbienne, ook in haar televisieshow te laten uitkomen voor haar ware geaardheid (alhoewel ze nu dreigt op te stappen omdat NBC een waarschuwingstekst wil uitzenden aan het begin van een op stapel staande aflevering waarin ze een tegenspeelster een tongzoen geeft). Alsof dit nog niet volstaat zijn er sterke geruchten dat Matthew Perry's personage Chandler uit de sitcom Friends een homoseksueel zou worden.

Ook aan het filmfront wordt er ijverig gesleuteld aan de liberalisering van homoseksualiteit, en wel via de film In & Out, die inmiddels alweer enkele weken uit is, en prima boert. Sedert The Birdcage een succes bleek, is het nagelnieuwe genre homokomedie de succesformule bij uitstek geworden. De ontstaansgeschiedenis van deze film is een verhaal op zich. In & Out handelt over een jonge superster (Matt Dillon) die een oscar wint voor zijn tweede film en in zijn oscarspeech zijn voormalige leraar Engels Howard Brackett (Kevin Kline) bedankt en en passant vermeldt dat deze homo is. Dit stuk van het verhaal is gebaseerd op de oscarspeech van Tom Hanks, toen die in 1994 voor Philadelphia zijn eerste beeldje in de wacht sleepte. Vanuit dat concept groeide de film, met een klein verschil in het feit dat de leraar in kwestie misschien helemaal niet wilde dat zijn geaardheid voor twee miljard mensen wordt verkondigd. Brackett, die op het punt staat te trouwen, moet nu zijn hele familie- en vriendenkring ervan overtuigen dat hij weldegelijk heteroseksueel is. Een taak die hem niet makkelijker wordt gemaakt door homeseksuele tabloid-reporter Tom Selleck, die Brackett halverwege de film een innige kus op de mond geeft. Klinkt allemaal onschuldig, maar dit zijn zeer gewaagde stappen in een land zo puriteins als Amerika. In & Out is uiteindelijk een bijzonder genietbare familiekomedie geworden, die ondanks de hyperpositieve en ietwat onoriginele finale à la Dead Poets Society, best weet te charmeren. Vooral de Hollywood- connectie maakt deze film het bekijken waard: naast enkele cameo's is het lachen met een ongeëvenaarde Forrest Gump-parodie.

Volgende week: naast een overzicht van de nieuwste films, een verslag van de allereerste ervaring als Belg op de banken van een Canadese filmschool.