ACHTERKLAPPER

Karaoke

Movie's achterklapper is een column waar op onregelmatige tijdstippen ingezoomd wordt op gebeurtenissen in de kantlijnen van het filmgebeuren.

Een mens zit dan eens rustig en op tijd in de filmzaal en dan krijg je dit: ka-ra-o-ke. God bewaar me: zaal 23, iets over zeven, in afwachting van de film My Best Friend's Wedding op het Diamond Film Experience in Brussel. Er zit nog maar een man of twintig in de zaal als het eerste slachtoffer uit het publiek wordt geplukt: Eva. Het is zo'n sympathiek chiro-meisje met een blonde zwiepende paardestaart en met een slobbertrui met oneindig veel kleuren. Ze wiebelt naar voren, een immense spotlight floept aan, en daar staat ze dan: de oervrouw die een lintje voor moed en doorzetting verdient.

De eerste tonen van Stand By Me klinken door de zaal en in gedachten zie ik een donkere karaoke-bar, zo tegen half twee in de nacht. Neongas suist door de aan- en uitzoemende lichtreclame achter de bar. Zware sigarettenrook kringelt door de lucht en prikkelt op de stembanden. Pinten bier smeren het geluid en iedereen is te toeterzat en stomdronken om te horen hoe vals er wordt gekweeld. Er wordt nog meer gedronken, iemand valt van zijn stoeltje en de sfeer komt er in. Later, in de koele buitenlucht, wordt er nog meer gezongen, en later in de auto op weg naar huis nóg meer en - jongens toch, een man met een glimlach zo breed als de Champs Elysees komt met zijn glitterende microfoon de zaal in en duwt het ding onder de neus van iemand die naast me zit. Hij zingt, bedeesd en bescheiden, enkele noten mee, terwijl ik de man met mijn stuurse blik wegbliksem: ik wil de film zien, ik wil niet zingen. Karaoke is uitgevonden door dronken barbaren. Het komt van het Japans en betekent: kara en oke, vrij vertaald: jij idioot.

Hoe hopeloos is het: een kwartier later is de zaal half vol gelopen en vijf meiden staan vooraan te zwingen op een liedje van de Spice Girls. Er komt weer een man de zaal in, klaar om het volgende slachtoffer met zijn stalen handgreep naar voren te plukken en nu moet ik onwillekeurig denken aan een prof waar ik ooit les van gehad heb, tijdens de eerste kandidatuur Germaanse Talen. Ook hij sloop door de aula, ook zijn haviksogen tuurden doorheen een angstige mensenmassa om dan plotseling een weerloos slachtoffer naar voren te slepen (bij de haren desnoods, onder dwang van uitsluiting, bij schending van alle mensenrechten) en te onderwerpen aan de grootste folteringen: het aframmelen van een brok leerstof waar niemand iets van begrijpt en - twee lolbroeken staan ondertussen al vooraan New York New York van Frank Sinatra te brommen. Ik kijk op mijn horloge: nog een dik kwartier te gaan. De kwelling van het bestaan: aftellen tot de film.

Ik bedenk me dat veel drinken tijdens een film niet verstandig is: je moet dan onvermijdelijk tijdens de spannende finale naar het kleinste kamertje om terug te komen als de eindtitels al over het witte doek rollen. Veel drinken tijdens een karaoke is je reinste zelfmoord: je moet dan uit eigen wil recht staan, naar benenden lopen en God weet dat je dan voor de microfoon zal eindigen en gefusilleerd zal worden. Het motief: dood door zingen. De beul: muziek. Iemand naast me neemt de gok. Ik neem zijn hand vast en wens hem veel succes, in de overtuiging dat het de laatste keer is dat ik hem in deze toestand zal zien. Enkele minuten later glipt hij als een volmaakte spion opnieuw de zaal binnen. Hij slingert zich als een onopvallende slang doorheen de rijen, weet als de beste MacGyver de karaoke-beulen te omzeilen en hij redt het. Godzijdank.

Ondertussen heeft deze horror zich als een virus in de volle zaal 23 verspreid. Vooraan staat het alter ego van Johan Verminnen Laat Me Nu Toch Niet Alleen te knorren en de hele zaal deint mee. Straks halen ze nog hun aanstekers boven en zingen we luidkeels Malle Babbe. Maar in plaats daarvan schreeuwen Sarah en Kate, twee bijna-hippe dames, The Summer of 69 door hun microfoon. Een pseudo pasgetrouwd koppel doet Love is all Around (uit Four Weddings and a Funeral) en als ik nu mijn bril ophad, dan waren de glazen zeker gesprongen: het geniepige voordeel van zachte contactlenzen. Mijn oogarts heeft dan toch gelijk gekregen.

Op het moment dat ik verwacht dat Willy Sommers en Anne De Baetselier het podium zullen opklimmen en dat we nooit onze film te zien zullen krijgen, drukt de wijzer van mijn horloge tegen kwart over achten. Kinepolis-mogul Christian Nolens in hoogsteigen persoon zingt Summer Nights uit Grease (waarvoor mijn welgemeende bewondering) en dan zit het er op, zit het er eindelijk op. De strategisch opgestelde sluipschutters, wiens geweren draadloze microfonen zijn, trekken zich onopvallend terug. De animatoren vooraan zetten hun volautomatische vuurwapens aan de grond. Granaten, bommenwerpers en televisieschermen worden aan de kant gerold zodat de film eindelijk kan beginnen. Rust en stilte. Film.

Bij wijze van macabere epiloog zijn de weergoden na de film aan hun feestdis aangeschoven en vieren ze hoogtij. Een gigantesk onweer is losgebarsten en de bliksems snijden witte strepen door het donkere Brusselse landschap. My Best Friend's Wedding was een gevoelige-snaar-film die me op een goedkope manier niet onbewogen heeft gelaten: ik voel me droevig en mijn maag ligt overhoop. Ik wil het Skyline Terrace beklimmen om naar het onweer te kijken dat met een touwtje aan het Atomium bevestigd lijkt te zijn. Laat maar, denk ik plots, en spoor eenzaam naar huis. Er is vast karaoke aan de gang. Duivelse karaoke.