En nochtans is de film een heel stuk complexer dan z'n voorganger. Zo zijn de camerabewegingen van Spielberg heel wat wilder (wat zorgt voor een veel moeilijkere integratie van de computerbeelden) en de hoeveelheid gegevens die tegelijkertijd in de vorm van dinosauriërs op het scherm te zien zijn heel wat indrukwekkender. En dat was nu juist de uitdaging van het fx-team. De lat was met Jurassic Park enorm hoog gelegd en die wilden ze nog wat hoger leggen. De uitdaging moet zeer aanlokkelijk geweest zijn vermist alle sleutelpersonen uit de eerste film opnieuw present waren. Stan Winston zou met zijn studio voor de mechanische dieren zorgen, Michael Lantieri nam de effecten op de set zelf voor zijn rekening, terwijl Visual Effects Supervisor Dennis Muren met Industrial Light and Magic voor de digitale magie zouden zorgen.
Niet minder dan 13 dierensoorten waren vereist (in JP slechts 7), waarvan een negental ook in mechanische (en dus functionele) versie. Na een ontwerp op papier werd een kleien model afgeleverd, dat na goekeuring van Spielberg op ware grootte werd gemodelleerd. Om deze poppen zo vloeiend mogelijk te laten bewegen deed men een beroep op een techniek die men voor de eerste film had uitgewerkt. Van elke levensgrote dino bestond een klein model met sensoren. De bewegingen van het kleine model werden geregistreerd en doorgestuurd naar de hydraulische aandrijving van de grote broer. Wanneer deze gegevens ook in de computer werden bewaard kon iedere beweging achteraf perfect herhaald worden.
Toen men bij ILM van start ging bleek al duidelijk dat de film heel wat complexer zou worden dat z'n voorganger. In een hoog tempo werd daarom bijkomende animatiesoftware geschreven, terwijl een ander team de dino's in de computer begon te modelleren. Gelukkig kon men een aantal modellen uit de eerste film (onder andere de T-Rex) mits een aantal aanpassing hergebruiken.
De meest spectaculaire scène speelt zich af aan en over de rand van een ravijn. Een tweedelige trailer wordt door de T-Rexen over de rand geduwd en blijft daar balanceren. Met menselijke inhoud. Deze scènes werden gedeeltelijk op een parkinggebouw op het terrein van Universal gefilmd. Gecombineerd met modellen, beelden van water en computergegenereerde regen, resulteert dit onzichtbaar fx-werk in het pronkstuk van de film. Zelfs de barsten in het raam zijn er digitaal opgekleefd.
The Lost World mag dan nog (op fx-niveau) minder verrassen dan Jurassic Park, onderhuids is het zeker een technologische vooruitgang. Enkel jammer dat men bij ILM geen scripts kan oppoetsen. Misschien een gat in de Hollywoodmarkt...