Wat Steven Spielberg en Robert Zemeckis (1952, Chicago) gemeen hebben, maakt van (bijna al) hun films niet alleen een commercieel succes, maar ook een artistieke parel: een sprookjesachtige onbevlogenheid, het talent om een verhaal te vertellen, een neus voor goedgebruikte speciale effecten en een onnavolgbaar aanvoelen van mooie beelden. Samen zijn ze dan ook goed voor enkele van de meest memorabele films van de afgelopen kwarteeuw.
Naast Steven Spielberg speelde nog een andere persoon een belangrijke rol in het filmische leven van Robert Zemeckis: Bob Gale. De twee Bobs leerden elkaar kennen in Los Angeles, aan de University of Southern California, de befaamde filmschool. Het was de periode dat Zemeckis kleine films in elkaar knutselde zoals The Lift (1972) en Field Of Honor (1973), waarvoor hij een Student Academy Award kreeg. De eerste samenwerking kwam er in 1978, met I Wanna Hold Your Hand, een film over de Beatlemania. Gale schreef, Zemeckis regisseerde en Spielberg produceerde: de eerste steen naar het succes was gelegd.
Zemeckis en Gale sloegen de handen opnieuw in elkaar in 1979 en leverden voor Spielberg het scenario af van 1941. De film werd een relatieve flop, net als Used Cars uit 1980. Zemeckis werd wel opgemerkt door Michael Douglas, die hem als regisseur aantrok voor zijn romantische hit Romancing The Stone uit 1984. Dé doorbraak voor Zemeckis kwam er in 1985 met de oeverloos populaire sf-comedy Back to the Future, dat hij zelf regisseerde, samen schreef met Bob Gale en geproduceerd werd door Spielbergs Amblin. De film bracht wereldwijd meer dan 350 miljoen dollar op, kreeg twee sequels (in 1989 en 1990) en blijft één van de populairste trilogieën ooit gemaakt.
Tussen de Back to the Futures door, regisseerde Zemeckis in 1988 een film die de fx-wereld letterlijk en figuurlijk op zijn kop zette: Who Framed Roger Rabbit. De film, een samenwerking tussen Disney en Amblin, combineerde live action met computer animatie en bleek een megalomaan succes: het werd de bestbezochte film uit 1988. De samenwerking met Steven Spielberg bleef intact door diens Amazing Stories, waarvoor Gale en Zemeckis het segment Go to the Head of the Class maakten (première op 21/11/86 op NBC).
In 1989 startte Zemeckis samen met zijn spitsbroeder Gale, Walter Hill, Joel Silver en Gilbert Adler voor HBO met de horror-anthologie Tales From the Crypt. Naast het productiewerk, neemt Zemeckis ook af en toe de tijd om zelf een segment in te blikken. Hij fungeerde en passant ook als producer van de eerste Tales-bioscoopuitstap Demon Knight (1995) en produceerde en schreef de tweede Tales-langspeelfilm Bordello Of Blood (1996). Voor televisie produceerde en regisseerde Zemeckis ook nog Johnny Bago (CBS, 1993). Death Becomes Her, de donkere komedie met Meryl Streep, Goldie Hawn en Bruce Willis, mocht dan wel een oscar winnen voor beste speciale effecten, de film werd in 1992 een commercieel echec. Dat jaar leverde hij voor Walter Hill ook nog, samen met Gale, het scenario voor Trespass.
In 1994 stortte Zemeckis zich op een ongewoon project: de verfilming van Winston Grooms moderne pikareske roman Forrest Gump. De film kon, mede door een schitterende Tom Hanks, op zoveel bijval rekenen dat hij maarliefst zes oscars kreeg, waaronder die van beste film en regie. Na Forrest Gump legde Zemeckis zich vooral op het produceren toe: van de tv-serie W.E.I.R.D. World (1995), het knappe The Frighteners (1996) tot de tv-serie Perversions of Science (1997).
Met Contact staat de Spielberg-protégé weer zelf aan het roer en hoewel de film niet helemaal in evenwicht is, levert hij een geniale regie af met enkele scènes waarvan zelfs de meest onverschillige bioscoopganger kippenvel moet krijgen. De sterkte van Zemeckis is dat hij naast duizelingwekkende effecten of groteske actie, altijd oog blijft houden voor de mens en zijn gevoelens. Alleen daarom al is het uitkijken naar zijn volgende projecten: Boss en Bad Trout.