ASSASSINS

Gemist doelwit

Als je deze weken niet uitkijkt, ben je blockbusterdolgedraaid voor je het weet: films als Species, The Net, Waterwold, Apollo 13 en Pocahontas volgen elkaar in een ijl tempo op. In dat rijtje der groten hoort ook Richard Donners nieuwste thuis: Assassins.

Een huurmoordenaar fin-de-carrière versus een jonge wolf die maar al te graag de fakkel overneemt: de plot van Assassins heeft zowaar bijna iets Shakespeariaans tragisch. Het is het verhaal van een moegeleefde Prospero die in The Tempest tenslotte toch zijn toverstaf weggooit; van een ultiem gevecht tussen leerling en meester; van een verlaten toneelscène met een oude acteur die schoorvoetend afscheid neemt. Het is een treurspel waarin de held door hubris tenonder gaat.

Met enige zin voor overdrijving is Robert Rath (Sylvester Stallone) ook zo'n langzaam uitdovende kaars, die wegzakt in een lang uitgesponnen midlife crisis. Voor één van zijn laatste klussen wordt Rath naar een begrafenis gestuurd, waar hij de broer van de overledene moet vermoorden. Miguel Bain (Antonio Banderas) steekt daar echter een stokje voor en klaart zélf de klus. Dat is natuurlijk niet naar de zin van Rath, die in de daaropvolgende scène op hardhandige manier kennis maakt met zijn jongere huurmoordenaarcollega. Wat blijkt nu? Rath en Bain hebben dezelfde opdrachtgever en worden beiden op het spel gezet voor een volgende opdracht: het in beslag nemen van een diskette (eigendom van computer wizz Julianne Moore - overigens eerder mooi dan overtuigend). En nu begint het spel van de leerling en de meester. Hoe leep is de ouwe vos en hoe inventief de jonge wolf? Na wat filosofisch goochelwerk met flauwe schaakmetaforiek en een verhoging van de inzet geven beide kemphanen tenslotten rendez-vous voor een ultieme showdown in Puerto Rico.

Aan Puerto Rico heeft Rath dan weer Freudiaanstergende herinneringen: hij vermoordde er zoveel jaar geleden zelf zijn goede vriend en weet dat Bain nu met hem hetzelfde van plan is. Een op instorten staand hotel is de locus terriblis van dienst, waar de strijd beslecht zal worden. Jammergenoeg heb je tegen dan al hatelijk veel keren op je horloge gekeken: het verhaal rolt verder zoals een slak hardloopt en de finale is zo mogelijk nog trager. Soms is traag mooi, maar in dit geval is traag: als een slaperige dans.

Bovendien zit het verhaal vol interne logica-onnozelheden (Hoe komt Bain levend uit die dolle taxirit? Waarom neemt Rath niet gewoon de achterdeur van de bank? Wat heeft de Koude Oorlog hier mee te maken? Waarom spreken Nederlanders in godsnaam Duits?!), overjaarse cliché's en eindeloos gefilosofeer. Stallone herneemt zowat zijn rol uit The Specialist en vergeet dus te acteren. Antonio Banderas van zijn kant vervalt dan weer in je reinste over-acting en werkt daardoor al van de eerste minuut op de zenuwen. En toch heb je de indruk dat regisseur Richard Donner (niet de eerste de beste natuurlijk) hier verschrikkelijk zijn best staat te doen om een originele film te maken. Met een (veel) sneller scenario en sterkere acteurs was hem dat misschien nog wel gelukt ook.