Daar moeten ze wel half Belgenland voor doorkruisen, want Candyman: Fairwell to the Flesh is zo'n typische low budget horrorprent die bijna letterlijk in de marges van het filmgebeuren verdwijnt. Hetzelfde gebeurde trouwens met Tobe Hoopers The Mangler, dat door de Kinepolis-programmatie na amper één week zorgvuldig in de vuilnisemmer werd gedropt wegens te weinig publiek. Het is niet ondenkbaar dat Candyman hetzelfde lot beschoren is. En je kunt het ze nog niet eens kwalijk nemen. Clive Barker schrijft horror voor een select publiek: goor en verwarrend, expliciet en uitdagend. Horror in de kantlijnen, of in dit geval: horror tussen haakjes.
Deze Candyman-sequel bouwt verder op de grondvesten die in het origineel werden gelegd. Daarom frissen we eerst even het geheugen op: de Candyman-verhalen zijn gebaseerd op Clive Barkers kort verhaal The Forbidden, dat vooral bekendheid verwierf door de publicatie ervan in de zes volumes Books of Blood (1985/1986). In 1992 konden we in Bernard Roses prent zien hoe een studente van de Illinois-universiteit op zoek ging naar de waarheid achter de oude stadslegende van de Candyman.
Iedereen die zijn naam vijf keer na elkaar uitsprak voor de spiegel werd door de man in kwestie met een haak vermoord. Op het einde van de prent bleven we achter met de vraag wie of wat de Candyman eigenlijk is: een letterlijk produkt van een gemeenschappelijke verbeelding of een moordenaar die zich verschuilt achter een eeuwenoude mythe?
In de proloog van Candyman II wordt door een wetenschapper geopperd dat de Candyman écht heeft bestaan. Hij luisterde naar de naam Daniel Robitaille en was een zwarte slaaf in New Orleans, die verliefd werd op de beeldschone dochter van zijn meester. Toen de vader ontdekte dat zijn dochter zwanger was, zaagde hij de rechterhand van Robitaille af en smeerde hem in met honing, zodat hij door duizenden bijen werd gestoken (vandaar zijn naam). Vlak voor hij stierf zag Robitaille zijn eigen gezicht in de spiegel van zijn geliefde en op de één of andere manier zit zijn geest sinds die gebeurtenis gevangen in de spiegel. Na zijn uiteenzetting wordt de wetenschapper zelf het slachtoffer van een moord in Candyman-stijl.
Omdat men in New Orleans (waar men zich overigens opmaakt voor een spetterende mardi gras) niet in de Candyman-fabels geloofd, wordt Ethan Tarrant van de moord beschuldigd. Het feit dat diens vader jaren geleden ook à la Candyman werd vermoord, komt de plaatselijke politie natuurlijk wel heel goed uit. Maar terwijl Ethan in de gevangenis zit, gaan de haakmoorden gewoon door. Dit keer blijken ze zich te concentreren rond de kennisen- en familiekring van Annie Tarrant, een jonge lerares en broer van Ethan.
De wervelende finale voert ons naar het oude en vervallen slavenkwartier en in enkele gruwelijke flash backs krijgen we te zien hoe het de Candyman (annex Daniel Robitaille) zoveel jaren geleden werkelijk is vergaan. Hier krijgt de film zowaar een maatschappij-kritische tint: de slavenmishandeling eist vandaag de dag nog steeds zijn tol.
Wat het meeste opvalt aan Candyman: Fairwell to the Flesh zijn de locaties. De vastenavondviering bijvoorbeeld, die sfeervol begeleid wordt door een apocalypsachtige commentaar, is voortreffelijk in beeld gebracht en eens we afdalen naar het slavenkwartier gaan de poppen natuurlijk pas echt aan het dansen. De hand van de meester herken je vooral in enkele scènes die verklaren waarom Candyman het knt-label kreeg opgeplakt. En daar waar we in het eerste deel met enkele vragen bleven zitten, lijkt het tweede deel duidelijker afgerond. Dat is de verdienste van scenaristen Rand Ravich en Mark Kruger.
Bill Condon leverde uitstekend werk als regisseur en ook de acteerprestaties zijn (rekening houdend met het genre) behoorlijk. Tony Todd (Candyman), Kelly Rowan (Annie) en verder onder andere nog Veronica Cartwright trekken goed hun streng. De muziek van avant-garde minimalist Philip Glass is hallucinant. Alleen op het einde vliegt deze Candyman behoorlijk uit de bocht: Bill Condon en trawanten hebben blijkbaar net iets teveel naar Terminator gekeken. Wie niet?