Het verhaal van First Knight is het bekende relaas van de middeleeuwse ridders van de Ronde Tafel. We maken kennis met Lancelot (Richard Gere, die duidelijk zijn huwelijksperikelen met topmodel Cindy Crawford aan de kant heeft gezet), een haveloze jongeman die aan de kost komt door mensen te vermaken met zwaardgevechten. Ook in de middeleeuwen is het niet allemaal peis en vree wat de klok slaat en het gevaar zit 'em in prins Magelant die uit is op gebiedsuitbreiding. Daarvoor heeft hij het gemunt op de jonkvrouw van Lyonesse (Julia Ormond in een tweede leading rol na Legends of the Fall eerder dit jaar).
Tijdens de tocht van de jonkvrouw naar Camelot, waar ze zal gaan trouwen met koning Arthur (Sean Connery), overvalt Magelant zelfs het konvooi. Gelukkig is Lancelot in de buurt om het zaakje te redden. Dat het na die eerste ontmoeting al moet gaan klikken tussen hartenbreker Gere en rising star Ormond is zelfs voor de minder romantische zielen zo klaar als pompwater. Het duurt echter nog bijna twee uur eer het zover is - begrijpelijkerwijze is koning Tuur niet opgezet met de hele situatie en ook Magelant heeft nog het één en het ander in petto - maar dan loopt de film ook naar z'n einde.
Louter technisch gezien valt er weinig of niet te discussiëren over deze First Knight. Regisseur Jerry Zucker (The Naked Gun, Ghost) brengt de actie mooi in beeld, maar waar voorganger Ghost een toonbeeld was van verfrissende en spontane originaliteit is nu voorspelbaarheid en soms ook banaliteit eerder troef. Jammer, want waar we anders mooie streken en dito decors zouden kunnen hebben bewonderen, is het nu steeds maar wachten op de volgende spectaculaire sequenties.
Bij zijn cast moet Zucker het deze keer ook niet echt gaan zoeken: Richard Gere heeft driekwart van de film meer oog voor zijn wapenuitrusting dan voor wat dan ook, en tegenspeelster Julia Ormond geeft een degelijke vertolking weg maar maakt ook duidelijk dat ze nog niet rijp is om een film op haar eentje te dragen. Van Sean Connery tenslotte, kan en mag je verwachten dat hij de prent net dat tikkeltje extra zou geven, maar ook hij acteert meer dan ooit op automatische piloot. Zijn typisch accent is nooit echt één van onze favorieten geweest.
Positief en zeker het vermelden waard is dan wel de score van Jerry Goldsmith. Zijn muziek, waarvan je al enkele noten kan horen tijdens de veel gedraaide radiospot voor de film, bewijst nog maar eens dat de man niet voor niets enkele oscar- beeldjes op zijn schoorsteen heeft staan.
Voor humor is er helaas ook niet veel plaats meer over. Dat wij ons desondanks enkele keren tijdens de vertoning toch bijna een breuk lachten had meer te maken met enkele momenten slechte geluidsweergave dan met leuke filmische spitsvondigheden. Het is maar dat je het weet.