Hartlijders of zenuwpatienten kunnen deze drank best niet in een teug achteroverslaan. Van het eerste tot het laatste moment is spanning troef. De plot is verrassend, maar vergezocht. De realistische actie tapt dan weer uit een sterk vaatje. Een hoogvlieger dus.
The Fugitive is gebaseerd op de gelijknamige TV-serie die ABC in de late jaren zestig (met succes) uitzond. De beroemde chirurg Richard Kimble wordt beschuldigd van moord op zijn vrouw. Hij zweert echter onschuldig te zijn en weet wie de echte moordenaar is: een man met een kunstarm.
De rechter gelooft hem niet en Kimble wordt ter dood veroordeeld. Bij zijn overbrenging naar de dodengang in de gevangenis komen enkele medegevangenen in opstand. Kimble weet te ontsnappen en gaat op zoek naar de echte moordenaar van zijn vrouw.
Een simpel gegeven, dat zelfs een kind had kunnen bedenken. Maar regisseur Davis (Nico, The Package en Under Siege) perst het onderwerp op een magistrale wijze uit als een citroen. Hij kneedde de 120 aflevering van 50 minuten tot een homogene brei, die anderhalf uur weet te boeien.
De film gaat als een hypernerveuze TGV van start. Door middel van Twin Peaks achtige flash-backs komen we te weten wie de vrouw van Kimble vermoordde: een man met een kunstarm. Kimble pleit onschuldig en is het ook.
Wie denkt dat de spanning er dan al af is, zit goed fout. Vanaf het moment dat Kimble weet te ontsnappen uit de tot accordeon gereduceerde bus, volgt een schitterend kat-en-muis-spel, gaande van riolen, over indrukwekkende stoeten en gebouwen.
Geen moment ebt de spanning weg. Af en toe lijkt een emotioneel of grappig moment het hoofd boven water te steken, maar de spanning en actie dreunen ze met een gigantische mokerslag de kop in.
Met Kimble op de vlucht stevent de film af op de peripetie. Kimble past alle stukjes van de puzzel in elkaar en komt tot een verrassende slotslom.
Hij weet wie de moordenaar is en het is nu alleen nog maar zaak om de politie ervan te overtuigen. Of dat lukt ziet u in een daverende finale.
Harrison Ford schittert zonder meer als Richard Kimble. Hij weet op een perfecte manier de verslagenheid en angst van zijn karakter weer te geven.
De manier waarop hij telkens weer uit de handen van de politie weet te ontsnappen en bovendien nog eens de moordenaar weet te vinden is totaal ongeloofwaardig, maar helemaal niet storend. Het moet tenslotte een vlot verteerbare film blijven, waar men geen maagzweer aan overhoudt.
Tommy Lee Jones is de zogezegd briljante en keiharde rechercheur Marshal Samuel Gerard, die jacht maakt op Kimble, maar blijft op het einde niet van enige emotie gespaard. Ook Jeroen Krabbe verzeilde in deze prent en doet zijn ding naar behoren. Hij speelt een ouwe vriend van Kimble, Charles Nichols, met een afgeborsteld imago, keurige stropdas en vlekkeloos verleden.
Maar als u mee op zoek wilt gaan naar de moordenaar van Kimbles vrouw, kunt u hem maar beter extra in het oog houden. Of wat had u van Jeroen Krabbe anders verwacht?