De gebroeders Broschi lijken voor elkaar geschapen. Carlo, die zich Farinelli laat noemen, werd op jonge leeftijd gecastreerd en beschikt daardoor over een bijzonder hoge stem. Ricardo componeert zijn operamuziek. Samen vormen ze het perfecte tweespan, en niets of niemand kan hun band verbreken. Ze delen dan ook alles met elkaar - inclusief hun vele liefdesveroveringen.
Hun roem begint op een marktplein, waar door een stom toeval Carlo de kans krijgt zijn zangkunsten te demonstreren. Handel (een net iets te herkenbare Jeroen Krabbé) rijdt op dat moment in zijn koets voorbij, en is verwonderd door de bijzondere zangkunsten van Farinelli. Hij wil de broers van elkaar scheiden en Farinelli laten optreden in zijn theater. Dat is echter buiten de sterke broederband van de twee jongens gerekend, die het aanbod niet aanvaarden.
Daarna gaat het sterk bergop met hun carrière. Het ene optreden na het andere laat Farinelli met zijn stem de aanwezige vrouwen in zwijm vallen. Eén van die bewonderaarsters neemt de broers mee naar Engeland. Daar treden ze op in een Londens theater, tot grote ergernis van Handel die zijn eigen zaal ziet leeglopen.
Ondanks zijn beroemdheid is Farinelli getekend door zijn castratie: hoeveel vrouwen hij ook bemint, hij zal nooit in staat zijn zelf kinderen te verwekken. Als het tot hem doordringt dat hij eigenlijk succes heeft omwille van zijn handicap, klapt Farinelli psychologisch in elkaar. Hij is niet meer tevreden over zichzelf en de muziek van Ricardo, en legt zich vanaf dan enkel toe op het zingen van Handels opera's. Als Farinelli bovendien te weten komt dat het zijn eigen broer is die hem heeft gecastreerd, lijkt er voorgoed een einde aan de broederliefde te komen.
De oplettende lezer heeft al opgemerkt dat de film is weggelegd voor een select publiek: opera's en de daarbij horende achttiende eeuwse klederdracht brengen immers niet iedereen in vervoering. Bovendien maakt het overtollige gebruik van symboliek de film er niet makkelijker op. De hoofdrollen worden in het Frans en Italiaans vertolkt door Stefano Dionisi, Enrico Lo Verso en Elsa Zylbertein. Jeroen Krabbé voegt daar nog een snuifje Engels en Duits aan toe.
Een echt Europees produkt dus, hetgeen ook aan de lijst met sponsors te merken is. Het is wel jammer dat de dubbing van Farinelli (u dacht toch niet dat de acteur écht zo hoog kon zingen?) niet helemaal synchroon loopt, zodat de film op sommige momenten vrij ongeloofwaardig overkomt.
Over de kwaliteit van Farinelli an sich, hoort u van ons echter geen slecht woord. De film won trouwens een Golden Globe Award voor de beste niet-Amerikaanse produktie. De vraag is alleen hoe groot het publiek is, dat ook werkelijk van deze film kan genieten.