HARD TARGET

Stoere Van Damme als ultiem doelwit

John Woo, regisseur van The Killer en Hard Boiled, leverde met zijn eerste Amerikaanse film een flauwe doorslag van zichzelf. Jean-Claude Van Damme doet wat we van hem gewoon zijn.

Agassi-achtig baardje, wapperende manen en een klein ringetje in het linkeroor: de nieuwe Van Damme oogt nogal koel. En dat is nodig ook, want in Hard Target speelt hij Chance Boudraux, een aan lager wal geraakt zeeman die er even verdacht uitziet als zijn naam klinkt. Boudraux raakt verstrikt in een verschrikkelijk spel op leven en dood.

In New-Orleans gebeuren immers dingen die het daglicht niet mogen zien. Om de verveling van perverse rijkaards wat te doden, organiseert een zekere Fouchon mensenjachten. De slachtoffers zijn marginale Vietnam-veteranen, die - als ze de jacht levend overleven - een hele som geld wordt beloofd om een nieuw leven op te bouwen.

De bloedmooie advokate Natasja (zeg maar Nat) Binder komt tot de ontdekking dat haar vader slachtoffer is geworden van zo'n mensenjacht. En op wie doet deze deerne een beroep om de stoute meneren een lesje te geven? Inderdaad, op 'onze' Jean-Claude Van Damme, het compromis tussen spierbundel en ballerina.

Meer valt er over het flinterdunne verhaal van Chuck Pfarrer echt niet te vertellen. Dat Chance en Natasja het goed met elkaar kunnen vinden, zal u wellicht niet verbazen. Hoe dan ook, uiteindelijk wordt Chance zelf het doelwit van Fouchon en z'n trawanten, zeg maar een 'hard target'.

Van Damme laat zich in deze prent van zijn beste kant zien. Dat zijn karakter helemaal geen diepgang heeft en zijn aandeel in de dialogen nogal beperkt is, moet u er bijnemen. Van Damme spreekt (nog steeds) alleen met de knuisten. Maar dat onderdeel beheerst hij dan ook als de beste. Met de handigheid van een zakkenroller voert hij zijn truukjes op. Dat alles resulteert in een spervuur van kogels, stunts en knokpartijen, die keihard, maar vooral knap in beeld gebracht worden.

De man die daar verantwoordelijk voor is, heet John Woo. De regisseur achter Hard Boiled en The Killer, stapte uit zijn Hong Kongse anonimiteit en ging in de States aan de slag. Voor Hard Target kreeg hij 20 miljoen en hij knutselde dan ook een typisch Amerikaanse aktie-prent in elkaar. De echte Woo liefhebbers zullen zeggen dat hij zichzelf maar flauwtjes copieert, en dat is natuurlijk waar. Maar dat wil nog niet zeggen dat zijn Amerikaanse mengelmoes van beelden slecht is.

Hij geeft in ieder geval een extra dimensie aan het anders zo eenzijdig knal-er-maar-op-los recept. Zo verrast hij dikwijls met vertraagde beelden en onverwachte camera-standpunten. De finale springt natuurlijk volledig uit de band, maar is voor de aktie-fan om de handen en vingers bij af te likken. Ondanks het pikante Woo-aroma, smaakt Hard Target echter nog net iets teveel naar een oer-Amerikaanse kauwgom. Kauwen en doorslikken, is dan ook de boodschap.