Dat Bram Stoker de vader is van het vampierenverhaal zal wel niemand ontkennen. Hij tekende zijn Dracula in 1897 op tijdens zijn lange reizen door het Balkan-gebied. Zijn inspiratiebron was ongetwijfeld Vlad Tepes, beter bekend als Vlad The Impaler, een Slavische prins die in de 15e eeuw honderden mensen zou hebben vermoord. De vampieren trotseerden de tijd en Dracula-afkooksels waren legio. Bijna een eeuw later (1976) was Anne Rice de eerste die zich van het Stoker-juk wist te onttrekken: bij haar vind je geen gegoochel met hosties, look, staken of kruisbeelden. Een gewaagde gok.
Het heeft dan ook nogal wat voeten in de aarde gehad, eer de verfilming er kwam. Onder meer Steven Spielberg was in de running als regisseur en Daniel Day-Lewis wimpelde de rol van Lestat vriendelijk af. Tom Cruise verving hem, eerst tot groot ongenoegen maar tenslotte tot groot jolijt van Rice, die zelf het scenario schreef. Nog waren de problemen niet van de baan. Interviewer River Phoenix overleed, en moest vervangen worden door Christian Slater. Met hem begint ook het verhaal. In een hoekhuis ergens in San Fransisco bereidt hij zich voor op het interview van zijn leven: met Louis Pointe du Lac, vampier van beroep. Ooit was hij een gevierd grootgrondbezitter, maar na de dood van zijn vrouw en kind wilde hij het leven ruilen voor de dood. Hij vertelt hoe een zekere Lestat hem een aantrekkelijk alternatief voorstelde: het eeuwige leven. Samen gaan ze op pad en ontmoeten Claudia, een klein meisje wiens moeder net gestoren is. Ook haar wordt het menselijke lijden ontnomen.
Overlevend door het drinken van bloed, gaan zij op zoek naar soortgenoten. Die vinden ze in Parijs, in het Théâtre des Vampires, dat het toneel is voor een bloedstollend halfuur. De kennismaking met de intrigerende Santiago en met Armand, de leider van de groep, is gewoonweg magistraal. Daarna nemen we een gruwelijk kijkje op het toneel en dalen vervolgens voor een meesterlijke climax af in de catacomben. Spijtig genoeg wordt elke climax meteen ook gevolgd door een anti-climax. Zo wordt er regelmatig teruggeschakeld naar verteller Louis en dat komt de continuïteit van het geheel niet ten goede. Op bepaalde momenten lijkt Rice zichzelf te parodiëren en ze neemt zoals gezegd afstand van de oeroude Dracula-gebruiken. Op het einde valt het verhaal helemaal in duigen en dat is doodjammer.
Tom Cruise is letterlijk en figuurlijk onherkenbaar als vampier Lestat, maar vooral Brad Pitt maakt indruk als Louis. Hij is ook het interessantste personage. Zo drinkt hij aanvankelijk alleen maar het bloed van ratten, omdat hij niet in staat is mensen te vermoorden. De ratten-sequenties vormen een heerlijk walgelijke uitzondering in een film die zich duidelijk van het horror-genre afkeert. Onvergetelijk is ook de toneel-scène, de verstening in de vergeetpunt en de levende begrafenis van Louis.
Kirsten Dunst speelt Claudia, het meisje dat gedoemd is om heel haar leven in een kinderlichaam gevangen te zitten. Zij wil zich daarvoor wreken en dat gegeven vormt een meesterlijke pointe in een scenario dat voor de rest aan bloedarmoede lijdt. De rol van Armand is een kolfje naar de hand van Antonio Banderas. Interview with The Vampire slorpte zo'n 50 miljoen dollar op en dat is er aan te zien ook: de decors zijn imposant. De grootste verdienste van regisseur Neil Jordan (The Crying Game) is ongetwijfeld zijn subtiel gevoel voor sfeer en horror. Sommige sequenties behoren dan ook tot het beste filmmateriaal van 1994. Alleen een te zwak scenario behoedt deze prent van het eeuwige leven.